Schrijven aan het grootboek


  1. Zou de dichter Stéphane Mallarmé, als hij nu zou leven, zich manifesteren op het grootsmoelenboek? Hij wou ooit Het Boek schrijven met het goddelijk gezicht, in vervanging van andere Grote Boeken, genre de bijbel en de koran. (zie zijn profiel onder dit essay, foto links)

Het is zoals met vele van zijn gedichten: op die vraag blijft hij het antwoord schuldig. Hij wou het helemaal in zijn eentje doen.

Toch ontving hij, toen hij in Parijs was komen wonen, regelmatig gelijkgestemden en lichtjes afwijkende geesten in zijn salon. Daar bespraken ze de politieke en economische toestand van het land, wat men tegenwoordig de toestand noemt. Maar bovenal bespraken ze er elkaars gedichten en andere schrijfsels.

1.1.            Vaststelling: hier (en daar) heb ik Facebook het grootsmoelenboek genoemd. Nederlanders zouden geneigd zijn dit het feesboek te noemen. Wij, Belgen, zullen het eerder vertalen. Een grootboek is het boek waarin de boekhouder zijn rekeningen tot in detail bijhoudt. Hier zijn de rekeningen vervangen door profielen of smoelen. Dat ik dit vertaal is minder een beroepsmisvorming – ik ben nu eenmaal van beroep vertaler – dan een uiting van nominalisme. (Zie Bill Shakespaere: Wat is een naam? Wat als ik – Romeo is aan het woord – een andere naam had, zou ik je dan – hij spreekt tot Julia – probleemloos kunnen minnen?) Voor het visueel gemak vind je onderaan de tekst een smoel, dat van Francis Bacon.

2.         In de geest van Mallarmé beperk ik mijn contacten tot vakgenoten in de brede zin van het woord poëzie. Meteen hoef ik niet te vrezen voor een overdaad aan vrienden. Poëzie is nu eenmaal een tijdverdrijf voor fijne luiten. Wie op het Grootboek kampioen wil worden in aantallen vrienden, prijst zichzelf niet de hemel in maar het Boek uit.

2.1.            Daardoor vallen de grof gebekten meteen weg. Ze zullen wel floreren op het grootsmoelenboek zoals ze in vele internetfora terug te vinden zijn.

2.2.            Vallen ook af, hoewel ze toch soms bovenkomen, de theekransachtige kneuterige vormen van extreem rechts denken. U denkt spontaan dat het theekransachtige eigen is aan de samenleving in de Verenigde Staten. En bij grof gebekt denkt u misschien even spontaan aan degenen die onder de schutskring in België vallen. Il y a, hélas, lieu de constater que plus est en eux. (Wij Belgen, vertalen dat dan). Wij moeten helaas vaststellen dat er meer in zit. Om vanzelfsprekende redenen gaan we hier niet verder op deze krans en kring in.

3. Deus ex Machina laat zijn smoel zien op het grootboek en vraagt zich daarbij af of er in deze boekhouding, een houding tegenover het boek in het algemeen en tegenover het schrijven in het bijzonder schuil kan gaan die dan als vernieuwend zou overkomen en doorbreken. Il y a hélas lieu de constater que le risque est moindre. We moeten helaas vaststellen dat daartoe geen gevaar bestaat.

Voor mij is het Grootboek dan weer een voor de hand liggende speelplaats. Bij mijn debuut als dichter klonk het (op de radio, radio drie): Ik speel ontzettend graag. Dat is gebleven. Nee, dus mijnheer Sloterdijk, het is niet gedaan met het mensenpark, de ruimte waarin we spelen en zo beschaving opbouwen. De ontwildering is een gegeven dat gelukkig beperkt blijft tot sommige landen of ogenblikken; wij hebben hier bijvoorbeeld een schutskring.

3.1.            Wat er wel al is gebeurd, als bij wonder, als bij deus ex machina, is dat een van mijn vrienden (die in Frankrijk woont en die ik al twee keer heb ontmoet in Brussel) via het grootsmoelenboek een contract heeft bedongen bij een uitgever.

3.2.            Ook heb ik ooit op het Boek vernomen, zonder dat ik een uitnodiging kreeg, dat op een zondag in Antwerpen een nieuwe bundel van een oude grootmeester in de poëzie zou worden voorgesteld. Ik kon nog net op tijd met de fiets vertrekken om er bij te zijn. Omdat ik dan ook meestal een praatje maak met de grootmeester. Het was mooi weer en zondag en als zondagrijder neem ik dan liever de fiets.

3.3.            We stellen hierbij inderdaad vast dat, ik althans, grootsmoelenboekvrienden tel in velerlei landen. Ik noemde Frankrijk, maar velen huizen, ietwat krap, in Nederland. Een woont zelfs helemaal in Brazilië. Velen onder hen waren al vrienden nog voor het grootsmoelenboek bestond. Ik denk aan Jeroen Kuypers. Het grootsmoelenboek was voor Jeroen echter de aanleiding om kennis te maken met mijn werk. Het grootsmoelenboek heeft mij aan Jeroen geopenbaard. Deus ex machina!

4. Ik leg vaak op het Boek een link naar mijn blogs. Het aantal bezoekers die zich via het Boek aan mijn blogs wagen is echter verwaarloosbaar. Ze worden netjes genoteerd in de bezoekersstatistieken en dus in de boekhouding aldaar. Er is weinig verkeer tussen het Grootboek en het blogboek.

5. Wat ik heel soms doe, vraag het Jeroen, is in de babbeldoos kruipen. Die bevindt zich rechts onderaan in het Boek. Soms brengt dit vrienden dichter bij elkaar. Soms brengt het ook een vriend dichter bij de poëzie.

6.      Uit een van de weinige fora waar ik al eens pleeg te schrijven heb ik op het Boek een vriendschap overgehouden. Allemaal lekker virtueel, dus. Het gaat om een vrouw, laat me met de deur in huis vallen en daarna op een kier zetten. Ze is op een of andere manier ooit bezig geweest met het poëtische, het scheppende dus. Op haar manier en op een manier die tegelijk aansluit bij een nog jonge traditie in het Westen en een oude in het Oosten.

(Zeur niet, ik laat de deur op een kier, niet meer. Vraag niet om transparantie, het Boek is geen boekhouding. Lees gewoon even mee, het Boek is een leesboek.)

Anderzijds, dit is van mijn kant uit, ben ik als dichter meer op zoek naar die ene lezer dan naar de lezersmassa. Of de bekendheid waarmee Andy Warhol zo terecht spotte en waar hij onterecht nogal erg op gespot was, tot iemand hem neerschoot. Als bij deus ex machina is dit dan ook gebeurd op het Grootboek. (Daarbuiten is het ook gebeurd in het literair café den Hopsack, in andere podiumcafés en op de boerenbuiten, tot in Bombay). Mijn enige lezer huist zowat overal en heeft iets goddelijks. Nee, ik moet het echt niet hebben van wat je ook op het Grootboek al eens leest: ja fijn, hoe gevoelig je kan schrijven. Ik schrijf overigens niet zo gevoelig als wel afwijkend. Het gevoel dat in en uit de afwijking ontstaat. De visie ook die daarin ontstaat. Maar vooral het feest, noem het niet carnaval, dat is te veel maskerade. Liever woorddans. Van die ene lezeres op het Grootboek dus krijg ik soms ook vragen bij sommige van mijn gedichten. Of soms vind ik haar te ver gaan op het Grootboek zelf. Dan kruip ik effe in de babbeldoos. Onlangs heeft dit geleid tot een diepgaand doch helend gesprek, zo bleek uit haar reactie die ze na afloop de Grootboekwereld instuurde:

“Mijn wonden zijn verzacht door een dichter, waar(mee) ik ook nog kan lachen, een goeie dichter”. Haast goddelijk, niet waar.

(Ik zie geen kwaad in een morele achterdocht, die samenhangt met de vrolijke anarchie van de tekst. Dit schrijft eerder hier in / op deus ex machina Maarten van der Graaff. Ik vraag me dan als vanzelf af of de vrolijke anarchist moreel achterdochtig is. Postmodernen noemen me dan meteen deconstructivistisch; ik morrel wat aan Maartens tekst, ja zelfs aan zijn gedachte.

Zou het niet eenvoudig zo zijn dat de vrolijke anarchist, dit is de clown, achterdocht aan de dag legt voor mensen die hem zijn anarchie niet gunnen? Politici, managers en andere machtswellustigen, dus. Dat is een natuurlijke verhouding van de clown of de nar.

Ik ben dan weer de dief. In Amsterdam noemen mijn vrienden me zo. Als ik daar kom en ik stel me voor aan relatief onbekenden, dan zeggen ze: o, ja, de thief. Mijn achterdocht zou dus logischerwijs de politie en het gerecht betreffen. Nee, hoor, wat ik jat draagt geen eigendomstitel. In het lied All along the Watchtower van Bob Dylan kom ik, de dief, overigens de nar tegen en wat daaruit klinkt, is meer dan zomaar een lied, hoor. Ik vind het een feest.

Het boeiende aan het grootsmoelenboek is dan dat ik een link, een supersnelle verbinding dus, kan leggen met Bob Dylan of nog beter met Jimi Hendrickx. Als je dit dus leest, klik eens op die verbinding en let vooral op deze strofe:

Niets om je druk over te maken,

zei de dief vriendelijk.

Onder ons voelen velen

het leven aan als een grap.

Maar jij en ik zijn daar doorheen gegaan

en dit is ons geloof niet.

Laat ons dus niet vals spreken, het wordt stilaan laat.

(“No reason to get excited,”
The thief, he kindly spoke
“There are many here among us
Who feel that life is but a joke
But you and I, we’ve been through that
And this is not our fate
So let us not talk falsely now, the hour is getting late”)

Verdraaid, voor je het weet zit je je eigen wereld vanachter je toetsenbord in elkaar te draaien en laat je die vervolgens los op de medebewoners van die en andere werelden. Een tekst krijgt dan een plaats in wat in het stadhuis multimedia heet. Ik laat het over aan de bedienden op het stadhuis om uit te maken of op die manier een nieuwe manier van schrijven en / of lezen ontstaat dan wel of oude dromen van dichters waar kunnen worden.

Advertenties