Nacht en weltij

  1. Midden in de nacht schrok ik wakker, steenslecht.

Een zwaard stak door mijn buik.

Ik kotste in een paar buien alles eruit.

Wat een verrukking!

 

Dat zag mijn vrouw zo niet, die me zag,

en zei: als de spoed naar de spoed.

 

Op eigen verminderde krachten

met volle motorvermogen

bereikte ik met de auto het ziekenhuis.

 

Ik zou er zes dagen blijven.

 

 

  1. Zelfs de zwaardpijn stillen bleek een hele klus.

Er kwam een specialist inwendige ziekten

bij mijn bed. Toen wist ik:

het is van binnen, niet van Damocles.

 

Een paar dagen duurde het wegebben van de pijn,

ontnuchtering na verrukking.

Enkel water drinken, niets te eten krijgen.

Ik heb heel wat afgezweefd en nog meer uitgezweet.

 

 

  1. Van de weeromstuit werd ik eigen dief

bij nacht van mijn eigen slaap.

Langsheen het ijsbeerpad, in rondjes,

zocht ik naar de schuilplaats van Morfeus.

Haast had ik om morfine verzocht.

Ik was ontzettend zoek.

 

Ondertussen zocht de pijn zich een weg,

veranderde van plaats. Was weg. Ik ook.

 

Ik viel hier pardoes binnen,

bij nacht, enkel gewapend zoals steeds,

met een pen. Ik schrijf op papier

van de zaak, broodpapier,

dat onze schrale maaltijd begeleidt.

 

Advertenties