De weg van alle zenzen

Het verklontert tot een menigte korrels,

een massa samenkoek en ei.

De een kijkt droef, de ander blij.

Een vogel stijgt zingend omhoog.

Ver weg schittert wit de bergtop.

.

Ik sla het zand van mijn kleren,

ga naar binnen, was mijn handen.

.

Korrels weten zich een weg.

Zon overgiet zanderige paden.

Een vogel scheert langs, fluit.