Laat me, laat me, ik heb het altijd zo gedaan


Op sommige dagen moet het schrijven plaats maken voor een of andere procedure om een publicatie te maken, om een tekst naar het publiek toe te brengen, zeg maar.

Onlangs las ik twee gedichten voor van twee verschillende dichters en nam dat op video op. Je ziet het al komen of niet.

Die video neem ik op met mijn slimme zaktelefoon. De opnamekwaliteit net als die van het geluid zijn goed maar de visuele opzet is niets waard: het is een zelfportret uit eigen hand. In het tweede gedicht zie je me dan ook niet meer.

Uiteraard zou je er beter aan doen even om de hoek naar een audiovisuele studio te lopen. Daar is echter geen sprake van. Waar wel sprake van was: hoe krijg ik die video uit mijn telefoon, naar het publiek?

Op dergelijke quasi hopeloze ogenblikken van valse paniek ken je je vrienden wereldwijd. In dit geval bevindt mijn vriend zich in Korea (Zuid- uiteraard). Hij suggereert een eigen You Tube kanaal. Maar dat heb ik al! Dus hop, daar gaat die video naar You Tube. Dat opladen duurde drie uur. Vandaar gaat hij naar een webstek die ik deel met vrienden-dichters en andere dichters.

Na afloop spraken beide dichters vol lof over mijn voordracht.

Al bij al, ja, al deze quasi ellende in naam van de literatuur. En uit vriendschap.

Grosso modo vat dit mijn hele leven als dichter goed samen.

 

Advertenties

Open brief bij wijze van open doek aan Maarten Inghels, dichter en stadsdichter van Antwerpen


Betreft: je Scheldetocht

Het  is gewaagd een dagboek over een voettocht langs de Schelde als stadsgedicht aan de man te brengen. Via via de wegen die mij eigen zijn kon ik het document lezen; ik las het voor ik mijn ontbijt nam, op de nuchtere maag. Het smaakte.

Het is geen gedicht geworden maar een dagboek. De grote voorganger in deze is Basho, de Japanse dichter die te voet naar het noorden van het eiland trok, langs een nauwe weg. Hij hield daarvan een dagboek bij waarin hij af en toe een haiku liet vallen. Ik vraag me trouwens af of Basho niet de haiku heeft ‘uitgevonden’. Bij jou is de tekst van je dagboek doorspekt of doorregen met poëtische invallen en uitvallen, zonder op de bladspiegel aan te geven dat het gedichten zijn.

Ik rij vaak met de fiets langs de Schelde tegen een gemiddelde snelheid van twintig kilometer per uur. Ik mis in je dagboek de plekjes die ik zo enig vind, waar ik soms stil sta of mijmer. Het is alsof je die plekjes niet gezien hebt.

Het is overigens een huzarenstukje wat je daar gedaan hebt, schrijven “pris sur le vif”, op heterdaad. Basho deed dat ook. Zelf heb ik het ook ooit gewaagd. Ik zal het nooit betreuren, integendeel. Het is me zo goed gelukt dat het aanleiding gaf om van een verhaal dat ik had geschreven en dat nogal kort uitviel, gewoon een heus boek te maken.

Hoe dan ook hoed af. Behalve Basho heeft niemand voordien het gewaagd te doen wat jij gedaan hebt. Ja, ik weet wel dat je thuis je tekst wat hebt bijgewerkt, gesnoeid allicht. En dat je dat stuk kaas hebt weggegooid … wie zal het je kwalijk nemen?

basho

Voor- en nageslacht


Een mens is maar een mens en is ook een beetje een dier. Hij plant zich voort en is zelf ooit door voortplanting boven gekomen. Voor- en nageslacht kortom. Met het oog op dat laatste vind ik het belangrijk dat mijn vele letterkundig werk in boekvorm wordt uitgegeven.

Ik heb in mijn schrijversbestaan al heel wat uitgevers versleten. Op een na allemaal weinig duurzaam. Mijn laatste was zelfs zo goed om ermee te dreigen mijn boek te vernietigen als ik de voorraad niet opkocht. Mafiapraktijk, kortom.

Als zo’n uitgever een boek uitgeeft, gaat dat om honderd tot vijfhonderd boeken die hij laat drukken en dan probeert aan de man te brengen.

Deze manier van werken is achterhaald. Na zes maanden blijkt een boek bijvoorbeeld al niet meer beschikbaar. Ofwel ligt het in de Slegte, ofwel in de kringwinkel of nog is het versnipperd. Deze manier van werken is kortom waanzin.

Ik heb echter kennisgemaakt met een uitgeverij die dit alles wil verhelpen zodat mijn nageslacht nog steeds een boek van mij in handen kan krijgen.

Als het zover is komt op deze webstek een nieuwe rubriek waarin je de beschikbare titels vindt en een link om ze te kopen. Wordt dus waarschijnlijk vervolgd.

Vervolg:

Zopas kreeg ik van betreffende uitgever bericht dat mijn ontwerpbundel “Tot welzijn van otters en hamsters” in zijn smaak gevallen is en volgend voorjaar reeds zal verschijnen. 

 

sprekend als ezel in Gent tussen de wolven 2 mei 2016

Wat moet een heiden in een heiligdom?


Heeft niet elke stad zo’n schat ? Geen enkel onderzoek kan dit bevestigen.

Sint-Niklaas, hoofdstad van het Waasland, met het grootste marktplein van het land, heeft als schat de dichter Daan Antheunis, voormalig cultuurschepen en sinds zijn pensioen nog enkel bezig met kanker, poëzie en beeldende kunst.

Hij stopte me ooit een kleinood in de hand, een ultra-pocketbundel gedichten, Reistijd. Zoiets noemt hij dan bibliofiel. Het past in de borstzak van een hemd. Het laat je niet meer los. Het overschaduwt zijn andere bundels, die wat kloeker ogen.

Hij had al plannen voor een vervolg op dit kleinood toen er weer eens een kanker de rotkop opstak. Alweer kreeg hij die in bedwang en onthoofd.

Met een jaar vertraging is nu het vervolg klaar. Het eerste is treinreizen door Frankrijk naar de Provence. Het tweede betreft autorijden door Frankrijk en stoppen in Laon.

Daan is een gezapige, gestructureerde mens, te groot voor Romaans, op maat voor Gothiek. Daarvan puilt Laon uit.

Hij heeft niets met heiligen, noch met god en toch stapt hij binnen in de kerk van Laon, een kathedraal. Voor minder gaat hij niet. Als hij langer schepen van Sint-Niklaas zou zijn geweest, zou de stad nog grootser uitgevallen zijn.

Van dat eerste kleinood blijft geen enkel exemplaar meer over. Een oplage van honderd, is dat veel? Ja, in poëzie in een klein taalgebied en zonder distributie. Bij de voorstelling van het tweede was al meer dan helft verkocht.

Zoek maar eens in de (boek)handel naar uitgeverij de kleine Danthe…

daan te gast bijj jean-jacques R.

Restlicht is er altijd

 

Blauw achter het hoofdaltaar –

wie doorgrondt hart en nieren?

Blauw van oktoberdruiven,

o hoofd vol bloede en wonden.

Blauw van vaders overall,

van aders op zijn hand.

Blauw aan een nachtrand,

voor schaduw zwart wordt.

Zondagwedstrijd


Niet elke zondag maar toch vaak speelt op pomgedichten punt nl een gedichtenwedstrijd. De webbeheerder, Pom Wolf, kiest dan een thema. Soms is er een jury van twee personen. Eerste vraag die ik me stel: zal ik meedoen? Hangt ervan af of de juryvoorzitter deugt, het thema me ligt, ik tijd heb.

Op 12 september laatstleden besloot ik na rijp haast rottend beraad alsnog in te zenden, ondanks de juryvoorzitter.

Ik schreef waar ik zat iets op een servet. Dit:

In- en uitgedost

 

Ik dos me niet voor niets

uit al haalt het weinig uit:

slechts Pom vermoedt wie ik was

 

en mijn geliefde.

 

Denk niet dat ik me laat

uitkleden, gedaanten zat

om weg te fladderen.

En schrijven dat ze doen.

 

Gisteren nog achter de buis,

vandaag alweer thuis.

manuscript pomwedstrijd

Terug naar Bejaad


Ik schat dat wij Bejaad zowat negen jaar geleden hebben bezocht. Of tien. De geliefde was toen nogal nieuw en de betovering hing in de lucht.

Gisteren zijn we er teruggekeerd. Ondertussen is dit stadje uitgeroepen tot werelderfdeel.

Veel heb ik niet te vertellen; geen poëzie in de lucht, wel op heel wat foto’s.

Het landschap waarin dit stadje zich bevindt is desolaat. We hebben de heenreis gemaakt via Fkih Bensalah en zijn teruggereden langs Tadla, telkens zowat 62 km. De heenreis verliep in een nauwelijks bewoond landschap, enkele geiten en wat struiken. Op de terugweg zagen we toch wat bomen.

 

Bejaad beb or Bejaad beb Bejaad schim Bejaad steeg Bejaad steegje