Het einde van de wereld is een tuin met een hoed

René Van Densen is niet uit Densen maar uit Tilburg in Gent beland. Als jonge schrijver. Het gerucht gaat dat hij er de poëzie ontdekt heeft. Al mag hij zich dan tot nachtburgemeester van Tilburg hebben uitgeroepen en de functie geofficialiseerd en inmiddels doorgegeven, hij kan niet zonder Gent. Daarom keert hij er regelmatig terug. René is een schrijver, die zich in stukjes schrijft, nu eens kort proza, dan weer in gedichten, kort of lang.

Neemt hij dan een trein naar Roosendaal? Allicht. Vandaar gaat het naar Antwerpen. Zeer zeker. En dan overstappen naar een trein die Gent aandoet. Absoluut. Voorbij Beveren – Waas, dat hij in een gedicht heeft vereeuwigd. Hij zag zichzelf daar al voorgoed uitstappen en blijven. Kortom, René zal het ver schoppen en schopt ondertussen al eens uit en ver.

Aldus keerde hij verleden week terug naar Gent. Hij wou daar een enige poëzieavond houden, genaamd “Poëzie met een hoed”. Iemand zet een hoed op en draagt een gedicht voor, geeft de hoed door aan iemand anders die op zijn of haar beurt een gedicht leest enzovoort. En waar doe je zoiets? Aan het einde van de wereld.

Dames en heren, u kunt het zich moeilijk voorstellen, het einde van de wereld. Daarom kan je hier & daar op een link klikken. Klik bijvoorbeeld op dat filmpje op you tube: het is gemaakt naar het boek van Tom Wolfe, The bonefire of vanities (vertaald als  het vreugdevuur der ijdelheden). Daar zie je wat er gebeurt als je de verkeerde afslag neemt op de autoweg en je belandt op het einde van de wereld, onder het viaduct van de autoweg: ellende, diefstal, drugs en geweld.

Wie Gent benadert uit het noorden, vanuit Antwerpen dus of Lokeren of Sint-Niklaas, met de trein of met de auto, zweeft Gent binnen op hoge viaducten, een van de autoweg E17 en een van de spoorweg. Beide viaducten liggen naast elkaar of boven elkaar zelfs, en er ligt een enorm klaverblad op die plek, waar je kan kiezen rechtdoor naar Frankrijk, rechtsaf naar Oostende of linksaf naar Brussel. Wel, het einde van de wereld ligt onder dat klaverblad. Je rijdt de autoweg af naar Ledeberg en rijdt dan links rechts van rotonde naar rotonde tot je onder diezelfde autoweg belandt, volgt de weg langs de Volvo-garage en stapt uit. Bij de tuin van Heden. Zie foto’s.

Kijk, dat krijg je dan. Uitgevers, media en andere pipos uit het culturele achterveld hebben de poëzie verklaard tot marginaal: je krijgt het niet verkocht mijnheer, het is gevaarlijk stuff, mevrouw; het hangt nauwelijks samen en brengt de jongeren het hoofd op hol, mijnheer; het is kortom gevaarlijk en te mijden, mevrouw, het brengt je kinderen naar het einde van de wereld en dan is het gedaan, mevrouw.

Daar kom je dan ook terecht. Nu, de tegenstanders van de Lange Wapper in Antwerpen zeggen dat als je viaducten bouwt, je meteen ook plaatsen bouwt waar de marginalen hun marge vinden. Onder die viaducten dus. In tegenstelling tot New York is Ledeberg echter wel een enige, warme plek waar het enige marginale erin bestaat dat hippies er hun plastische werken in erg gemengde technieken tentoonstellen en dichters de hoed opzetten en doorgeven.

Er waren maar liefst 11 dichters en nagenoeg evenveel gegadigden in het publiek toen met meer dan een half uur vertraging het geluid van trein en auto’s moest wijken voor de stem van de poëzie. De gastheer had er op gestaan, terwijl hij daartoe op een tafel stond, dat iedereen vooral zou luisteren naar de anderen. Dat vergde soms wel wat inspanning, als het zoveelste relatiegedicht aan bod kwam. Telkens weer  hetzelfde refrein: er is een eind aan elk lied dus ook aan deze relatie en dan druk ik me nog behoorlijk uit. Relaties vormden gelukkig een onbeschermde minderheid in de thematiek en er was zelfs een jonge dame die erin slaagde uit het niets een gedicht te schrijven dat elkeen woord voor woord bij de neus en de oren meenam. Zo lust ik ze het best; uit het niets. En laat het uitgerekend ik geweest zijn die haar de hoed doorspeelde. Op het einde van de wereld blijken de wonderen de wereld nog niet uit.

Een ander wonder is dat ikzelf vaker de hoed doorgespeeld kreeg dan menig mens waaronder mezelf zou hebben verwacht. Hoe komt dat toch dat ik daarvoor in Gent ben terecht moeten komen, me op de Gentse feesten en in de Hotsy Totsy voor de Wolven van la Mancha ben gaan werpen en er als herboren ben uitgekomen?

Nooit nog kan ik op dezelfde onverschillige manier voorbij het klaverblad op de E17 aan Gent voorbijrijden. Ik zal er voor eeuwig blijven glimlachen.

Als de poëzie in de gedichten wat zoek was, kon ik nog altijd door het raam kijken

Als de poëzie in de gedichten wat zoek was, kon ik nog altijd door het raam kijken

Tuin Tuin rené Tuin v

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s