Hoe bekrompen kan een mens wel zijn!

Ik weet het niet meer precies maar het moet toch vrij vroeg zijn voorgevallen in mijn leven, al herinner ik het me nog vaag. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik met mijn hoofd eerst erin ben gegaan. Of gedragen. Het zal wel gedragen zijn. Of zou ik uit eigen beweging in de wasmachine zijn gekropen? Uit nieuwsgierigheid?

Ik was nochtans goed gevallen bij de geboorte. Ouders allebei vrijzinnig en van vrij beroep. Vrij van beroep of zo. Enfin, moeder hield een apotheek en vader was notaris. Of architect? Hij zat in elk geval in het vastgoed. Ik mocht alles wat ik wou. Ik deed alles wat ik wou. En mijn ouders hadden alles in huis: twee auto’s, een diepvrieskast, een koelkast, een wasmachine en geen tijd om op mij te passen. Buiten hun beroepsbezigheden hadden ze een druk sociaal leven. Vooral voor mijn vader was dat belangrijk, het bracht hem klanten op. En mijn moeder was er altijd graag bij.

Ze hadden dan ook een kinderoppas in huis genomen.

Meer dan een kind hebben ze nooit voor elkaar gekregen. Ik was dus enig en verwend. Op die manier moet ik naar het schijnt in de wasmachine beland zijn. Ik moet wat uitgekeken geraakt zijn op al dat speelgoed dat ik toegestopt kreeg. Op zoek naar nieuwe uitdagingen was ik in een vertrek beland waar ik nog nooit eerder gekomen was. Ik had er nu eenmaal niets verloren. Daar stonden apparaten van allerlei slag. Later heb ik vernomen dat het ene apparaat een diepvrieskast was, het andere een droogkast en dat het ene met het venster, dat mijn aandacht trok, een wasmachine was. Er zat een raam in de deur en die deur stond open. Ik kroop erin en besloot de wereld van die kant uit te bekijken.

Er viel zo veel te zien dat ik waarschijnlijk in slaap gevallen ben. Toen er eindelijk iemand verscheen, heeft die de wasmachine opgezet. Ik werd wakker van het water dat opsteeg. Toen ik begon te wentelen en te wieken, was het te laat. Ik heb het bewustzijn verloren en toen ik het terugvond, was het bekrompen.

Ik stem nu met gerust geweten op het Blok of op de NV-A. Ik kijk veel televisie, daar leer ik de woorden die je hier leest. Wat mij opvalt als ik buiten kom, is dat ik niet alleen ben. De meeste mensen spreken me gewoon aan, op een manier althans die ik gewoon ben. Bekrompen, dus. Ik heb nooit de weg teruggevonden naar degene die ik was voor ik mijn grote wasbeurt kreeg.

Waarom zou ik trouwens? Ik heb het goed. Op voorspraak van mijn vader heb ik een diploma hoger onderwijs behaald. In de rechten uiteraard. Daar kan dat. Mijn vader had de hoop opgegeven dat ik ooit notaris of architect zou worden. Hij heeft zich kunnen verzoenen met mijn status als rechtsgeleerde. Ik zou overigens nog niet eens deugen als advocaat. Daarom ben ik in overheidsdienst getreden.

Ik heb het goed. Door te teren op het werk van anderen, dat ik trouwens zelf niet echt zou aankunnen, heb ik een van de hoogste ambten bereikt. Ik heb de tering, het werk dus van anderen, naar de nering gezet, naar mijn hand zeg maar. Uiteraard heb ik daartoe moeten kiezen voor een politieke partij. Zo kan dat. Daar weten ze uiteraard verder niet op welke partij ik wel stem. Gewoon wat hand- en spandiensten bewijzen volstaat.

Ik heb het goed. Ware het niet dat de dokters zich zorgen maken over mijn gezondheid. Misschien heb ik in de wasmachine de verkeerde producten toegediend gekregen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s