Gewoon door de bocht

 

Opvallend veel rietkragen, vogels hielden er stek,

in het moeras staken vooruit hun nek.

Niets lag me te belagen of op de loer.

Ik stuiterde flink door de bocht, lag ineens op de vloer,

wegdek vol van bladerval.

 

Ik werd een geur gewaar en al is het een klein getal,

er lag een lijk voorwaar

half in de berm geheel ontkleed en dus blank.

Lang kon ik het niet houden door de stank.

 

Ik zag nog net hoe het

op nepblonde nepwilde Geert leek.

En God wat zag hij bleek.

rietkraag

Advertenties