Open brief aan Gaea Schoeters

 

Beste feesboekvriendin,

 

Je mocht voorwaar tot tweemaal toe, in rekto/verso en in Knack, je gedacht kwijt. Over vrouwen in de letteren. Daarin lees ik volgende passage: “onze poëtica is nu eenmaal mannelijk, net als de literaire canon waar we mee opgroeien”.

 

Dat is alvast ‘onze’ poëtica niet. Ze is niet mannelijk maar conservatief, in eerste aanleg. Behoudgezind laat ze enkel toe wat in haar waarden past. Wat daar niet in past, leeft voort in de marge.

 

Als mens van de letteren kruip ik al eens binnen in cenakels van Mensen van de Letteren. Op een dag was ik aldus geïnfiltreerd in het huis waar Boek punt be schuilt; de belangenvereniging van de uitgevers. Onder welk mom ik daar was, ben ik vergeten. Ik heb vroeger veel ‘professionele’ contacten gehad hier & daar. In de wandelgang van dat huis liep een half succesrijk dichter rond die ik ver van naam ken, hij vertaalt ook al eens iets. Hij liet een ietwat zure opmerking vallen tegenover iemand naast hem, die ik dan weer niet ken. “Kijk nu naar die Van Ostaijen. Hij beweert dat een gedicht autonoom moet zijn en voor zich moet spreken, op basis van muziek”. Dit is geen citaat, maar de strekking van wat hij zei.

 

Kijk, toen is mij duidelijk geworden dat de macht in de republiek der Letteren in handen is van dergelijke lui. Let wel, daar vindt men ook vrouwen in terug.

 

Hoe doorbreek je zoiets? Gewoon door voort te doen, voortzetten die winkel van Paul van Ostaijen, zotte Pol, ja. En af en toe een sneer verkopen aan het establishment. Of zoals ik, stiekem doordringen…. Naamloos als een spion.

 

Saskia was een van ons. Ze scheef, ondanks haar naam De Coster, op experimentele wijze, los van alle canon en andere conservatieve waarden. Met haar laatste boek omhelst ze alsnog enigszins die waarden. Het speelse is er wat uit en zie, meteen schuift ze een verdieping op in wat jij een loopbaan noemt.

 

Zo gaat dat dus en niet anders. Dat is niet mannelijk noch vrouwelijk, eerder bekrompen en behoudsgezind.

 

Ome Fonds der Letteren was vroeger een bekrompen, verkrampte bureaucraat. Niettemin heb ik hem het leven gered toen ik lucht kreeg dat de toenmalige Minister van Cultuur, de Bleiter, ome de nek wou omwringen. Ik heb toen samen met een kabinetsmedewerker van de Bleiter een actie op gang gebracht om de autonomie van ome Fonds te versterken. Wij hebben toen gewonnen, de minister kon in het zand bijten. Gelukkig is ome Fonds in die autonomie zijn bureaucratisch gehalte aan het verminderen.

 

De Bleiter had alvast Tante Lezen gelanceerd en een deel van het werk van ome Fonds afgesnoept en overgeheveld. Ik zat als onafhankelijk waarnemer en vertegenwoordiger van mijn vriend zaliger Herman J. Claeys bij de voorstelling van Tante’s project. Ik kon mijn vriend dan ook meedelen dat hij het waarschijnlijk kon schudden. Hij kreeg van ome Fonds net voldoende fondsen om zich per fiets door het land te begeven en daar zijn werk kenbaar en deelbaar te maken.

 

Tante is in haar opzet gelukkig mislukt en sinds enige tijd deelt ome Fonds weer de fondsen uit voor auteurslezingen.

 

Let wel, de termen ome en tante zijn niet geïnspireerd door enige geslachtelijkheid, al dient het gezegd dat de Stichting Lezen door een vrouw werd geleid, de tante dus vandaar. Zij was gewoon een pion in de handen van de toenmalige minister van Cultuur.

 

Soms moet je geluk hebben, iets op tijd in de gaten krijgen en in een positie verkeren dat je het tij kan doen keren.

 

Met vriendelijke groet,

Gaea-Schoeters.jpgPAULVANOSTAIJEN_11641.jpg

Advertenties