Open brief aan de heer Georges-Louis Bouchez, voorzitter, niet slager


 

Geachte heer, mijnheer de voorzitter,

U bent nog te jong om in de politiek iets te betekenen, daarom doet u gewichtig. Dat zal wel evolueren met de leeftijd en de ervaring. Als het van u zou afhangen krijgen we u tweemaal daags te horen en te zien in de media. Een boerenwijsheid zegt dan dat u nog niet veel werk hebt. Nietwaar?

Deze brief echter gaat over een van uw uitspraken tijdens een van die vele optredens. Ik houd niet bij wanneer of waar u dat gezegd hebt, uw persattaché kan dat wel voor u opzoeken. U zei toen dat de PVDA en het Vals Behang extremistische partijen zijn. Ach, als u wat ervaring zou opdoen, zou u zien dat het met de PVDA nogal meevalt. Het zijn communisten, geen extremisten.

Het Vals Behang mag dan best extremist zijn, daarin schuilt geen gevaar. Het Behang wil de democratie afschaffen. Denk aan Erdodo in Turkije, Poetin in Rusland, Trump elders, die pipo in Wit-Rusland, de Grote Leider van Peking, enzovoort, allemaal lieden die de democratie willen afschaffen, hebben afgeschaft of niet hebben toegelaten. Zijn deze dictatoren extremisten?

Ik leg u de vraag gewoon voor. Denk er eens vijf tot wel zes minuten over na. Of vraag iemand raad.

Met hoogachting,

Open brief aan Hendrik Vuye, onafhankelijk lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers van het Koninkrijk België


Afschrift aan Dirk Van Bastelaere

 

Geachte heer en hoogleraar,

 

Toen de Muur viel in Berlijn en de Sovjet Unie implodeerde, was het voor de oorlogsmakers afgelopen met de derde wereldoorlog, ook wel de koude oorlog genoemd. Ze gingen dan ook op zoek naar een vierde wereldoorlog.

Ze stichtten daartoe een club met een webstek, want dat was toen in de mode, en noemden zichzelf new american century punt org. Lange tijd kon je daar lezen hoe ze zich voorbereidden op de vierde wereldoorlog. Dat nieuws, ontdekt door een hoogleraar van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven, mocht niet bekend worden gemaakt. Het is alsnog gebeurd in het programma Rondas op Klara.

De club bestond uit enkele voormalige progressieve hoogleraren die zich hadden bekeerd tot het ware conservatief oorlogsdenken, het gewone zootje profiteurs – handelaars in olie en bouwstenen, drugs en slavinnen, en wat jong aanstormend talent. Ze besloten op voordracht van een infiltrant van de Mossad de islam tot nieuwe vijand te bombarderen. Wijlen Jef Lambrecht heeft het ontstaan en de samenstelling van die club mooi beschreven.

Op dat ogenblik werden grote groenten zoals Bill Clinton of Tony Blair bezocht door moslims van de soefi strekking, die tot toen de enige was die zich recht in de leer mocht noemen. Met heimwee denken velen nu terug aan die tijd toen deze godsdienst de vrede predikte.

Maar daar moest dus een einde aan komen. Van soefi was geen sprake meer, het waren ineens allemaal ofwel sjiieten ofwel soumieten en de hele winkel uit Tel Aviv werd aangesproken om de geesten aldus rijp te maken (de afdeling desinformatie van de Mossad). De andere afdeling van dit instituut werd ingezet om de show op te zetten rond 11 september 2001 in New York, weet je wel en zoals iemand van die club toen zo welsprekend stelde: ze hadden hun Pearl Harbour (dat is een CIA operatie geweest waarbij de schijn werd gewekt dat Japanse vliegtuigen de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour aanvielen; de VS besloten pas toen in de tweede wereldoorlog mee te stappen, wat de bedoeling van de manipulatoren van toen was).

De vierde wereldoorlog kon beginnen, en begon met de onnozele, totaal overbodige doch voor oorlogsstokers zeer lucratieve inval van de VS in Afghanistan, waar de Taliban zich al hadden overgegeven. Dat nieuws werd heel lang geweerd uit de media maar is onlangs toch aan het licht gekomen, nog wel in Knack. Enfin, er was dus een vijand en dus werd het oorlog.

En wat doet u nu? U schudt los uit de pols in een bijdrage jawel in Knack een cijfer. Ik kan ernaast zitten, dat is toch niet belangrijk maar u stelt dat pakweg 90 procent van de inwoners van het noorden van België komaf wil maken met de islam. Zo groot zou het draagvlak zijn om in ons land deze godsdienst te verbannen. Ik verheel niet dat sjiieten en soemieten het ondertussen behoorlijk bruin bakken maar ze doen dat vooral onderling. Maar de extrapolatie die u maakt, doet mij veronderstellen dat u op een of andere manier, er zijn er twee, betrokken wordt bij deze oorlog. Als naïef persoon zult u allicht gemanipuleerd worden in deze. O ja, naïef, dat betekent goedgelovig. Of hoe alles, ook uw kar, rond geloof draait.

 

Slaap zacht, brave Hendrik

dirk van bastelaere ko

11_september 2001

Weinig volk op een semi-historische bijeenkomst


Op historische bijeenkomsten is het zaak wat volk bijeen te brengen maar toch weer niet te veel, zodat het nichegevoel onaangetast blijft. Sla mij nu maar dood, zo’n zin en zoveel onzin. En toch. De feiten maar niet op een rijtje.

Er bestaat, voornamelijk in Antwerpen, een genootschap rond de moderne poète maudit Paul Van Ostaijen. Het derde of vierde in zijn soort, ik houd het niet bij maar ben er wel lid van. Van Ostaijen is overigens in dit laaggelegen laagland bij de zee nog altijd even maudit – hoe durft hij het een klankgedicht boven een vormgedicht te plaatsen! Einde citaat – zodat dit genootschap mikt op een nichepubliek, waarvan een deel van poëzie nauwelijks kaas heeft gegeten.

Er bestaat in ditzelfde land ook een behoorlijk vooruitstrevende uitgeverij, het Balanseer, gevestigd in Aalst, een plek om foert tegen te zeggen, tenzij je uit Afrika komt. Zonder het Balanseer en het carnavalsfeest zou Aalst totaal niets voorstellen. Weinigen echter kennen het Balanseer. Ik ben er ooit geweest, anders zou ik nooit in Aalst geweest zijn.

Tot slot bestaat in ons land een schrijver die alles weg heeft van J.D. Salinger: teruggetrokken. Hij publiceert dan wel weer en sinds enkele jaren bij voornoemde het Balanseer: Willy Roggeman. Die ook een begenadigd free jazz saxofonist is. Ik heb hem bezig gezien tijdens de Laatste Nacht van de Poëzie in Vorst Nationaal (1980) waar hij in kwartet gespeeld heeft: Willy Roggeman met F. Timmermans (ds, perc.), Peter Hertmans (el g, el basg) en Stefan Hertmans (el g).

Gisteren zouden twee van de drie voormelde ingrediënten samen komen in Antwerpen op wat aldus een historisch moment zou moeten worden. Immers, Willy Roggeman komt niet uit zijn kluis. Mark van den Hoof zou zelfs gekomen zijn, die op twee blauwe maandagen nog meegespeeld heeft in Roggemans jazzgroep.

Hij heeft wel een nieuw boekje geschreven: Arabesken met Zot Polleken (die laatste is dan Van Ostaijen, Paul dus) uitgegeven dus bij het Balanseer. Van de sprekers die werden aangesproken om die avond te spreken gaven er twee verstek. Onze goede vriend Ha Ha Holvoet mocht inspringen. Gelukkig was de actrice die wat gedichten zou brengen er wel bij; anders was zot Polleken helemaal de mist ingegaan.

Wij dus blij met een halfdode mus.

Deze morgen zat ik zoals elke morgen op de trein met buurman Erik A. die net als ik in Brussel werkt. Om er op tijd en zonder stress gisterenavond bij te zijn, wou ik vroeger weg uit Brussel. Dankzij de nieuwe ellende van de NMBS is dat niet gelukt zodat ik op een drafje naar Antwerpen reed, net onder de snelheidslimiet. Hoewel Erik A. een onbestaande band heeft met literatuur – hij leest zelden of nooit Kaaiman in zijn krant de Tijd – bleek hij toch uitgenodigd te zijn geweest, gisteren in Antwerpen. Dank zij de NMBS is hij er zelfs niet eens geraakt. Een gemiste kans voor mij om Erik elders dan op de trein of op het containerpark te ontmoeten. En voor het genootschap om een potentieel nieuw lid te krijgen.paul van ostaijen matthijs de ridder

WillyRoggemanarabesken met zot polleken

Open brief aan dhr. Francken, alsnog staatssecretaris


Beste heerschap,
Als fervent openbriefschrijver wens ik u er vooreerst op te wijzen dat u zich tussen ander politiek en zakelijk geboefte bevindt zoals de burgermeesters van Bornem en Temse, de directeur van Da Vinci en consoorten. U mag zich dus zowel verheugen als geviseerd voelen.

.
Uw uitlating op het groot smoelenboek dat Algerijnen, Marokkanen en Congolezen hier niets toevoegen aan ons bedrijfsleven, getuigt van gebrek aan terreinkennis. In uw huidige functie kunt u deze leemte verhelpen, op voorwaarde dat u die paardenbril van uw ezelskop haalt.

.
Op kantoor bijvoorbeeld werken heel wat Congolezen en twee Algerijnen. Ik ken nog een derde Algerijn die hier in België flink bijdraagt aan ons bedrijfsleven.
Zelf kent u er geen enkele.

.
Anders had u op het groot smoelenboek geschreven: “Wat dit Amerikaans magazine hier suggereert vindt bij ons geen voedingsbodem. De gemiddelde Congolees in Noord-België (u zou natuurlijk een ander woord gebruiken) leert sneller Nederlands dan de autochtone bevolking deze taal beheerst. Deze Congolees vindt daarom ook snel werk. En van de Algerijnen zijn er niet zo veel in ons land maar als ze er zijn, werken ze naar behoren en mogen ze er zijn.”

.
Gisteren moest u zich verontschuldigen en las u daartoe wat u voorgeschreven werd op een blaadje (naam van de auteur onbekend op de redactie; houterige stijl van “ik kan niet schrijven”). Dat kwam behoorlijk belachelijk over en weinig overtuigend. Er zal meer nodig zijn wilt u uw huidige bevoegdheid (naam bekend bij de redactie) behouden.

.
En vergeet volgende keer ook niet iets te schrijven op feesboek over de Turken. Deze voelen zich door u verwaarloosd.

Met de nodige minachting

paardenbril theo francken

Open brief aan de Burgemeester van Bornem


Betreft dorpsidiotie
U hebt een wat wereldvreemde ja zelfs verdraaide om niet te zeggen perverse manier gevonden om uw dorp in de wereldbelangstelling te krijgen.
Aanvankelijk zag alles er nochtans zeer onschuldig uit, idioot zelfs. Elk dorp zijn idioot en de dorpsgek eerst. Dat was eeuwenlang het credo, gewild of niet, van het dorp. Paul van Ostaijen mocht dan wel ‘het dorp’ hebben geschreven, zonder idioot, met enkel een ossenwagen, veel zoden heeft Paul daarmee niet aan de dorpsgekte gezet.

.
In navolging van vele steden en sommige gemeenten werden echter de dorpen vermetel en kozen ze een dorpsdichter. In Bornem vond u met Ter Dilft in de achtertuin, dat ook ooit op de wereldkaart is gebracht in de jaren 80, dat Bornem een dorpsdichter van doen had. Het werd zelfs een toenmalige inwoner van uw dorp want ja, een dichter, een, telde Bornem net: Akim Willems. Die inmiddels alweer verhuisd is. Dichters leiden vaak een zwervend bestaan.

.
U had met andere woorden geen keus. U moet dan ook niet komen zeuren als die brave man een stout gedicht schrijft; of nog erger: een gedicht dat ingaat tegen uw beleid. Et alors?

Nader onderzoek leert ons trouwens dat het ingaan tegen uw beleid niet de ware zij het verborgen reden is van uw optreden met censuur. Uit dat nader onderzoek moet namelijk blijken dat u in de ogen van uw dorpsdichter slechts een burgermeestertje bent. En daar blijft u over struikelen, geef toe. Maar nee, u geeft niet. Niet toe, niet dicht, niet open, niets.

.
U gedraagt zich van de weeromstuit als de eerste de slechtste dorpsgek. Uw collega van Temse werd voor de eeuwigheid belachelijk toen hij een staande komediant wou verbieden in zijn gemeente. De komediant is toch gekomen hoor, in Temse. Nu wilt u dus openlijk de gedichten van uw eigen dorpsdichter censureren. Te gek! Wat een verwarring heerst er nu niet bij de bevolking en in de wijde omtrek! De dichter is niet langer op een lijn met de gek of de idioot, nee. Het is de burgemeester die op die lijn geraakt.

.
Het had van behoorlijk bestuur getuigd als u deze bundel mét de drie omstreden gedichten had gepubliceerd, met desnoods een alles zeggend voorwoord van uw hand. Nu bewijst u enkel hoe amateuristisch u bent in beleidszaken. Ga weg en vermenigvuldig u vooral niet.

Laag dunkend.

ziekpaard becket en attendant godotbornembibterdilft

Festival gehouden en ervan gehouden


Hoe komt Brussel erbij in een internationaal festival voor ondergrondse poëzie te belanden? En is de eerste editie voor herhaling vatbaar?

.
Op vrijdag 19, zaterdag 20 en zondag 21 september 2014 had in Brussel zowaar het eerste internationaal festival van de ondergrondse poëzie plaats. U hebt het niet gemerkt, het was ondergronds, kwam dus niet op teevee. Tenzij op TV Brussel. Dus toch!

.
Hoe komt Brussel daarbij? Alsof er hier nog niet genoeg dreiging is van terreurbewegingen en andere licht exotische angstprikkelaars.

Het heeft alles te maken met Philip Meersman. Om het met de Franse filosoof Pascal te zeggen, bij wijze van parafrase dan: als Philip thuis was gebleven, in Sint-Niklaas, dan zou dat festival daar hebben plaatsgevonden. Nee, hij moest dus zo nodig naar Brussel verhuizen en wel in Jette gaan wonen. Jette, je vindt het nauwelijks terug op de kaart en al helemaal niet op de wegwijzers binnen de aglomeratie van Brussel. Of is dat het Brussels Gewest? Ja, hoofdstedelijk zelfs.

.
Philip is dichter. In eigen land, laag land bij de zee, erkennen de daartoe bevoegd verklaarde instanties hem niet. Dat doen die instanties wel meer, zo bevoegd zijn ze nu ook weer niet, laat staan dat ze oog of oor hebben voor talent. En Philip heeft talent. Op talrijke podia moet dat blijken. En onlangs ook uit een bundel, verschenen en Nederland en aldaar al reeds verdwenen. Ceci n’est pas un recueil. Manifest voor de poëzie.

.

In volle besef dat hij met die bundel een stap te ver ging, heeft hij de presentatie ervan laten voorafgaan door boete. Te Antwerpen. Om de zegen over dit werk af te smeken. Het heeft niet mogen baten. De bundel is samen met de uitgever verdwenen.
Philip had echter wat gedichten in het Engels geschreven dan wel naar het Engels vertaald. En zie, die verschenen bij een uitgever in New York, Three Room Press.

.
Het is een ware schande hoe België zijn surreële en dadadichters verwaarloost, net niet uitspuugt. Terwijl ze behoren tot de grondstroom, om het met een met modder beladen woord te zeggen, van het land. Land waar binnenkort de stroom trouwens uitvalt.

.
Om die schande in de verf te zetten heeft Philip zijn boek voorgesteld binnen voornoemd door hem georganiseerd internationaal festival. De aanwezigen mochten zich verheugen in een talrijke opkomst van geestgenoten uit binnen- en buitenland. Estland bijvoorbeeld. Of Nederland. Zwitserland en de Verenigde Staten. Wilfried Wynant bijvoorbeeld, net als ik voormalig medewerker van Tempus Fugit. Renaat Ramon begot, die ik in Bornem bijna omver fietste. Renaat is dan ook haast overal. En bijna 80 jaar. Of eindelijk nog eens boven de grond gekomen: Dirk Vekemans. Die de mystiek van de onderste kleilagen in tijd en ruimte ‘doet’. Philip had met andere woorden zijn huiswerk voortreffelijk gemaakt. Er waren ook Franstalige Belgen en een enkele Fransman. Er was de onovertroffen goedgekse Belgische professor uit de VS Alain Arias-Misson die zondags dansend door de straten van Jette een vrolijke optocht hield naar de meest ondergrondse plek die denkbaar is: de begraafplaats.

.
Er was de onvermijdelijke film van Abraham Von Solo “Dood van de poëzie”, die als inspiratiebron heeft gediend voor de DAESH ofte IS.
Zoals Emile Verhaeren ooit de inspiratiebron was voor de man die op de troonopvolger van de Oostenrijkse dubbelmonarchie schoot en daarmee het startschot gaf van de eerste Wereldoorlog.
Of de opera “de stomme van Portici” aanleiding gaf tot de Belgische opstand tegen Holland, waaruit België is ontstaan.

.
Wat daar gebeurd is en heeft plaatsgevonden doe ik hier niet uit de doeken. Dat spreekt vanzelf. Dat blijft ondergronds.

(hier echter valt nog meer te zien & te horen: https://www.youtube.com/channel/UCDAWub95sfrlfNDHVklGh1A
Komt er een tweede editie en zo ja, waar? Laten we het hier voorlopig bij houden en deze vraag tot hamvraag verheffen.

internationaal festival ondergrondpoëzie Brussel vanuit de underground is het makkelijker omhoog kijken met Philip Meersmandeelname_renaatramon2grootdeelname_marctiefenthalgroot

Nietzsche en Fellini


Ik had gisteren een leuke ontmoeting op het groot smoelenboek (faceboek)
Tom Doomen Federico Fellini, een rare man was het.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:38 • Vind ik leuk

Marc Tiefenthal jij niet, tom?
woensdag 20 augustus 2014 om 18:47 • Vind ik leuk •

Tom Doomen Marc, ik zit zo van alles te bedenken. Het klopt, ik ben een rare, maar af en toe zou ik met de zotskap op mijn hoofd de dorpsgek willen zijn, en helaas, zover ben ik nog niet.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:49 • Vind ik leuk • 2

Marc Tiefenthal naar een dorp verhuizen?
woensdag 20 augustus 2014 om 18:49 • Vind ik leuk

Tom Doomen Ik zit al in een dorp, maar dat is in Nederland, binnen een jaar moet ik verhuizen, Nederland, terug naar België, ik weet het niet. Maar wel ergens waar ik ’s nachts door de velden van de boerderijen kan sluipen. Ergens waar ik dan ook ’s nachts over het kerkhof kan dwalen om met de rusteloze zielen te praten, ach mijn verlanglijstje is zo groot.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:53 • Vind ik leuk • 2

Marc Tiefenthal in Nederland is het landschap te zeer georganiseerd om door velden langs boerderijen te sluipen. Probeer Wallonië man, wat daar nog kan!
woensdag 20 augustus 2014 om 19:08 • Vind ik leuk • 4

Wat een dag om te dromen!


Het is vandaag lekker weer. Niet te warm, zonnig en aangenaam toeven in de schaduw. Niets aan de hand. René van Densen denkt er net hetzelfde over.

Als je op René klikt zie je waarom.

.
Zat ik daarstraks even op de kunstberg in de koelte van Calder met fonteinen achter me, lekker te niksen.
Geen aanzet tot een gedicht verstoort mijn nietsdoenerij. Heerlijk.(zie foto)

.
Dirk Van Bastelaere heeft een nieuwe profielfoto en benadert nog meer dan ooit het niets.
Ik wou echt dat het de hele dag niets wordt.

.
Helaas staat er om 16 u een vergadering geboekt, op vrij hoog niveau bovendien (ongeacht het aantal meters boven de zeespiegel).

.
Philip Meersman heeft dan weer een doodlijn gehaald, doodleuk!
En Sylvie Marie heeft zich een reus geslamd in Gent

Foto0305

Tilburg een boom die tilt slaat en zich niet laat tillen


Tilburg een boom die tilt slaat en zich niet laat tillen

Zondag 11 mei was ik in Tilburg op uitnodiging van Martin Beversluis. Net als de dichters Daan Taks en René van Densen is hij dichter en inwoner van Tilburg. René is meer een alles doend dier dat mens wordt, Daan en Martin zijn echt fikse dichters die zich op de poëzie fixeren. Ze hielden een slamwedstrijd. Ik kom af en toe aantreden op zo’n wedstrijd, niet voor de punten maar voor het podium.
In het publiek, dat nochtans talrijk was, vond niemand mijn optreden een punt waard. De jury was het daar niet mee eens en had lof voor mijn werk. Maar ik speelde nauwelijks in op het publiek.

‘Om de hoek’ was er nog een slamwedstrijd. Twee op een dag op hetzelfde uur op dezelfde plek, je zou denken dat Tilburg het Mekka was van de slam. Bij die andere slammers twee vriendinnen die ik even goede dag ging zeggen. René had me immers op sleeptouw genomen ‘om de hoek’ en vertelde ondertussen voluit over zijn leven en zijn stad. Een ruwe schatting maakt van Tilburg de tweede lelijkste stad van Nederland, als we de eerste plaats in deze categorie open laten. Dat dankt de stad uitsluitend aan de burgemeester en de te brave aard van de Brabantse Tilburger. Die zich graag laat tillen liever dan dat hij burger is en verzet aantekent.

De naam bijvoorbeeld, gaat terug op een lindeboom (til) waarrond een vestiging is gebouwd (burg). Wikipedia vermeldt dit niet. Waarschijnlijk is die eeuwenoude boom met kwaad opzet gedood, vermoord dus. Toen hij uit de grond werd getrokken, zag iemand in de boom een scheut groeien. Deze snode burger heeft de scheut eruit gehaald en thuis in de grond gestoken. Toen er een levensvatbare boom uit groeide, zorgde deze burger ervoor dat hij op de plaats kwam van de oerboom. Me dunkt is dit vrij uniek.

Ook vrij uniek is het verschijnsel Andrew Cartwright, een Brit die in Tilburg met de universiteit is verbonden geraakt en versjes schrijft in het Nederlands en het Engels. Toen ik met hem kennis maakte, wist ik meteen dat hij een Engelsman is. Amerikanen kennen geen humor zoals deze Andrew. René beweert dat hij een duvel doe al is die behalve een baan, een vrouw en een kind ook nog eens schrijft. Hij zag er alvast niet overwerkt uit. Waar René dat wel is geweest.

De eerste persoon echter die ik gisteren aantrof was Chris van de Ven, een naar blijkt inwijkeling uit Haarlem. Hij is de stapschrijver. Nee, niet een stapschrijver. Me dunkt is er maar een. Deze man stapt overal naartoe of fietst ergens heen en stond in de Hall of Fame te lezen en te schrijven. Hij schrijft een bierviltje vol en laat dat ter plaatse achter. Uren later dook hij op, op een andere plek, met zo’n volgeschreven viltje. In Cul de Sac was het, waar die Cartwright en ik met elkaar kennis maakten. Toen René en ik later terug liepen naar de Hall of Fame, kruisten we Andrew nogmaals. En zwaaiden we.

Die Hall of Fame is een mooie plek in Tilburg. Deze stad is ongeveer zo groot als Gent, aldus René, die Gent kent uit een vorig leven en er regelmatig naar terug keert. Waar ik hem trouwens ontmoet heb. Het spreekt vanzelf dat zo’n stad een station heeft. Meer nog, de uitbater van de spoorinfrastructuur, Spoorstruc zou je denken dat hij heet maar nee hoor prorail, nietszeggend, net als infrabel bij ons. In Tilburg had prorail een groot complex met verschillende gebouwen waar treinstellen werden hersteld. Zal wel van NS geweest zijn. Soit, die staan leeg en de activiteiten zijn verlegd naar een nieuw terrein met nieuwe gebouwen. De oude gebouwen worden ingenomen door creatieve vrijwilligers, waar er in Nederland veel van zijn. Een ervan bestond al een paar jaar, Hall of Fame. Betrekkelijk eenvoudig en smaakvol ingericht. Mooi. Alsnog een fraaie plek in deze bedenkelijke stad.

Me dunkt dat als ik het samenvat, je heel wat mooie mensen hebt en heel wat poëzie voor heel wat poëten in een stad die ondanks de verwoestende kracht van de verandering van zijn burgemeester, zijn lelijkheid overwint.

Jolies op de slam om de hoek in Cul de Sac

Jolies op de slam om de hoek in Cul de Sac

erika de stercke

Daan

Daan

Martin Bevesluis midden vooraan

Martin Bevesluis midden vooraan

rené vandensen blogt en zo

Andrew

Andrew

Chris de stapschrijver

Chris de stapschrijver

Bob is dood


In de eerste helft van de jaren ’80 ben ik in Antwerpen beland. Ik was eerder in de Vecu een kleine cyclus gedichten gaan voordragen en kreeg daar de smaak te pakken. Toch zou het nog een jaar duren en zou ik eerst in Brussel gaan wonen.

In Antwerpen vond ik op anderhalve goed gespannen boogscheut een stamcafé. Er kwam veel scheppend volk naartoe. Marcel van Maele bijvoorbeeld of Nic Van Bruggen, dichters. In die buurt liep een mannetje wat stijf en soms strontzat over de plek. We maakten kennis. Hij heette Bob. Hij kende ook de half zatte ingenieur A. de B., die mijn vriend geworden was. Met A. ging alles lang goed en daarna niet meer. Met Bob liep niets echt goed.

Ik verhuisde en bleef in contact met A. Niet met B., met Bob. We verloren elkaar uit het oog. Tot ik in een totaal andere buurt van Antwerpen ging wonen en Bob daar bleek te wonen. Hij schreef nog altijd wat gedichten, ja. Hij schilderde zelfs.

Geen van de twee uitingen en vormen die ze kregen haalde ooit wat uit. Tenzij dat ze hem op de been hielden, in leven zo je wil.

Hij schopte het ooit tot verschijnsel toen hij in de weekendbijlage van een krant met foto en al op een hele bladzijde, het kunnen er ook twee geweest zijn, geportretteerd werd als de meest vermaledijde dichter (le poète le plus maudit). Die dag schitterde Bob even.

Op een keer dacht hij: ik vraag de burgemeester een boom te planten hier in het park om de hoek. Tot eenieders verbazing ging de burgemeester op zijn verzoek in. De boom van Bob werd een feit. En dat mocht gevierd worden want Bob zelf had het niet verwacht. Hij schakelde het buurtcentrum en de school in en organiseerde een poëziefeest rond die boom. Het werd een succes. Die dag schitterde Bob ronduit.

Later heeft het buurtcentrum de zaak van hem afgenomen en overgenomen. Het is nooit meer iets geworden.

Hij heeft een paar jaar een computer gehad, een Apple zelfs, en een internetverbinding en beheerde zijn bankzaken via het internet. Bob leek soms vreemd, zelfs wereldvreemd maar tot op zekere hoogte kon hij de wereld wel aan. Toen zijn bank een nieuwe programmatuur voor internetbankieren oplegde, heeft hij de zaak voor bekeken gehouden. Gedaan internet.

Hij hield ook op te schrijven en te schilderen. Gedaan met de kunst. Het ging een tijdje beter met de Bob. Hij schikte zich zo langzaam in zijn lot. Tot hij op een dag vertelde dat hij als jongen door een geestelijke was verkracht. Dat zou zijn ellendige leven verklaren. Ik bespaar eenieder de uitzichtloze details van wat het leven voor Bob precies betekende. Een gruwel.

Op een dag belde hij me, onze contacten verliepen opnieuw heel telefonisch sinds ik uit Antwerpen was verhuisd. Hij had een webstek laten ontwerpen, iets heel unieks. Bleek dat die gewoon niet bestond. Bovendien kon hij niets aanvangen met een webstek daar hij geen internetverbinding had. Weer een van zijn talrijke hallucinaties. En toch belde hij en bleef me opbellen om de vooruitgang in de webstek te melden. Tot ik hem vlakaf zei dat hij best zichzelf mocht bedonderen met die webstek maar mij niet belazeren.

Ik heb hem toen eigenlijk nooit meer gehoord. Onlangs wou ik die stilte doorbreken. Bleek zijn telefoonnummer niet langer te bestaan. Ik belde naar zijn stamcafé – het Oude Badhuis – en daar hoorde ik dat hij verleden jaar overleden was. Ik schrok wel even. Op het internet vond ik zijn doodsbrief. Hij is 57 jaar geworden. Thuis dood aangetroffen in januari 2013. Een stil vermoeden heb ik wel. Gedaan met leven.

het oude badhuis