Een mens die op zijn vestingen davert

De zee beeft, de zee geeuwt, ik geef

geen krimp.

De aarde beeft, het huis beeft mee

en davert,

het zal me wat.

.

Ik hoor de doodsklokken en sidder

Ze zullen mij niet temmen,

ik grom maar wat en strek een klauw uit,

ze zullen me wat

tot ik de doodsklokken hoor en sidder.

.

Ik schopte ze allemaal van de voetbal af,

molenwiekte desnoods tot ze

met bal en al in de korf verdwenen,

ze zullen me niet temmen.

En hoor ik daar de doodsklokken niet?

.

Prins, hier valt thans mijn muntstuk.

Toen zou het een frank geweest zijn,

nu een eurocent.

 

Ik heb geleerd

hoe oorlogen verlopen en ons platlopen,

hoe mooi we kunnen opstijgen in een vliegtuig

en ons uit de voeten maken op een fiets.

.

Ik heb geleerd en dit laten leren

tot ik zelf een slag van de molen kreeg en

op slag nuchter werd:

heel die strijd heb ik gevoerd

terwijl in mij nog steeds de schoolstrijd woedt.

.

Nu ik heb opgebiecht ben ik opgelucht,

de biechtstoelen zijn hier al zo lang gesloten,

kan ik straks in vrede hier de poort voorgoed sluiten.

.

Een mens die op zijn vestingen davert

 

Kent u die uitdrukking? Ja, uiteraard, als het om een huis gaat. Een mens heeft geen vestingen, zelfs geen wortels. En toch, en toch, ik heb het gisteren zien gebeuren.

 

Wat voorafging

 

Aan veel van wat vandaag gebeurt, gaat school vooraf. Door de schoolplicht brengen we zowat vijftien jaar van ons leven op school door. Zowat tien jaar lang zat in onze klas een lastige leerling die het met de helft van de klas aan de stok kreeg en de andere helft aan zijn kant kreeg. Hij schitterde vooral op fysiek vlak. Ofwel zou hij later sportleraar worden ofwel politicus, bij voorkeur in een wat extreme partij.

 

Hij ging na de humaniora echter geschiedenis studeren en werd nadien leraar aan onze eigen school.

 

Gisteren was het verzamelen geblazen voor de oud-leerlingen van ons jaar en andere jaren. Daar was hij dus nog bij, in een dubbele hoedanigheid. Ik bespaar mezelf en de lezer de vraag hoe het mogelijk is dat er zo weinig opgedaagd waren van de nog levenden (ontzettend hoeveel er al overleden zijn of op sterven liggen). Hij was er als leraar en als oud-leerling. En toen kwamen die twee hoedanigheden heel nauw samen en begon hij te beven op zijn vestingen.

 

Zowat vier jaar geleden heeft hij begrepen dat hij in 1958 het slachtoffer is geweest van de schoolstrijd. Het kwam er toen op aan, in die strijd, zoveel mogelijk koppen te tellen in beide schoolstelsels: het vrije onderwijs en het rijksonderwijs. Hij moest toen als vijfjarige ‘mee met zijn broer naar de lagere school’ en zat daar met uiterst frisse tegenzin, terwijl hij zin had om met zijn vriendjes te spelen. Dat heeft hem gemaakt tot de leerling die met iedereen overhoop lag.

 

Hij beefde echt op zijn vestingen, hoor, het huilen nabij: “Ik zat op school en telkens als ik de doodsklokken hoorde – er staat een kerk naast de school – stond ik op barsten.” 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s