Woorden om van te houden


Er zijn woorden waarvan ik blindelings houd, los van hun eventuele betekenis. Misschien hebben ze zelfs helemaal geen betekenis. Maar laat ons wel wezen: als je van iets of iemand houdt, kan je er best zelf ook betekenis aan geven. En geef je die uiteraard.

 

Een drugsgerelateerde jongere is zo’n woord. Ik zie er elke dag wel een paar. Meestal is het een loutere kwestie van uitrusting. Een drugsgerelateerde jongere, ongeacht zijn leeftijd, ziet er jong uit door zijn uitrusting. Die bestaat uit een soort kledingstuk dat het midden houdt tussen een jas en een trui maar daarbovenop nog eens een kap heeft, die meestal over het hoofd van de drager ligt.

Drugs immers doen iets met ons brein en laat dat nu uitgerekend in ons hoofd gelegen zijn. Om datgene wat daar gebeurt niet de pan te laten uitswingen, moet er een deksel op. Daartoe leent die kap zich uitstekend. Andere vormen komen ook voor; een hoedje, een petje, maar ik ben niet spontaan geneigd een jongere met een hoed of een pet op, aan drugs te relateren.

 

Abrikoos is nog zo’n woord. Voor de meeste mensen ligt dit woord in de huishoudelijke sfeer, meestal in de jam. Voor mij ligt dit geheel in de spirituele sfeer, zelfs in de krochten van de ziel. Een abrikoosnaam bijvoorbeeld is een koosnaam die een schrijver gebruikt als schuilnaam. Het kan ook een schilder zijn of een muzikant, maar de kans is groter dat het een schrijver is.

 

De krochten van de ziel, nog zo een. Ere wie ere toekomt, de term is van Bart Stouten. Bart is presentator op radio Klara en bedrijft in zijn vrije tijd de poëzie. Op het einde van zijn programma hoor je het hem soms zeggen: en verder wens ik u een rijk verblijf toe in de duistere krochten van uw ziel.

 

Ik weet, het ligt wat moeilijk in onzekere tijden waarin de onveiligheid welig tiert op de treurbuis. Waarin onveiligheid meer een gevoel is dan wat anders. Dan ligt het moeilijk om woorden los te maken van hun geijkte betekenis om andere betekenissen erin te smokkelen. Of waarin dat voorrecht haast het monopolie lijkt van reclamemakers of sportjournalisten. Of het ergste van het ergste: als dit gaat behoren tot de dagelijkse praktijk van politici.

Oké, ik voel u al komen, beste lezer, ik zie u al komen, trekken aan mijn mouw: Marc, je bent aan het afdwalen. Wij willen nog meer. Nog meer woorden waarvan ik blindelings houd.

 

En toch, er zijn ook woorden waarbij ik gemengde gevoelens krijg. Geen liefde noch haat, maar wat liefde en wat haat tegelijk. Structurele hervorming, bijvoorbeeld. De schrijver getuigt met zijn jongste boek van een neiging tot structurele hervorming. In deze zin bijvoorbeeld, dus. Of nog: na afloop van de ministerraad en net voor de relletjes uitbraken, verklaarde de bevoegde minister dat het land dringend toe was aan een structurele hervorming. Geen innovatie zonder investering in opleiding en onderzoek. Daar krijg ik vaak het zuur van. Je bent al jaren opgeleid, tot het de strot uitkomt, tot je achttien minstens. Je bent al die jaren slechts stiekem aan onderzoek toe gekomen, omdat dit in de ogen van de mathematische meerderheid zoniet grensverleggend dan toch minstens bedreigend is. En dan heb je na heel wat schijnbewegingen eindelijk een baantje versierd en wat blijkt? Die opleiding, al dan niet afgerond met een getuigschrift, deugt niet. Opnieuw naar school. Ondertussen komt men uiteraard niet toe aan onderzoek omdat dat nog altijd zoniet grensverleggend dan toch minstens bedreigend is.

 

Als de inflatie niet stijgt, is dat een slecht teken voor onze economie. Denk dan vooral niet dat die economie de onze is. Als de inflatie stijgt, stijgen de prijzen en in mindere mate ook de lonen. Daar zit je dan, als kaalgeplukte middelgoedverdienende burger. Of nog erger: als structurele steuntrekker. Slechts de modale villabewoner weet dat hij en zij er beter van worden. Het is hun economie. Hun energie. Wist u overigens dat tussen de middelgoedverdienende hardwerkende burger en de structurele steuntrekker de echte volksdichter leeft? Uiteraard, tussen haakjes.

Als uitsmijter graag deze oproep tot naaktloperij: Draag in elk geval geen knellende kousen of andere kleding.

 

Zo, dat was het dan, voorlopig. Nu terug naar die acht zeligheden.

wat komt er nog van (deze week)


De week, beste lezer, is nog nieuw en net ingezet, terwijl de vorige afsloot met een teken. Wat komt er nog van? Het is een vraag die hier en daar of elders een antwoord krijgt. Heel uitzonderlijk kan ik al wat aankondigen.
Er komt, ergens midden in deze week, een eenvoudige les in tiefaliaans. Een eenvoudig antwoord op de vraag: hoe doet hij dat toch? Negerattitude nieuw, heet het.
Ergens tegen het einde van de week komt er dan nog een gedicht.
Voor de rest citeer ik graag Bart Stouten: een prettig verblijf in de krochten van uw ziel.

Open brief aan Benno Barnard


[Benno Barnard schrijft een blog vol bij e-Knack. Af en toe sijpelen daarvan stukjes door in het papieren weekblad. Ik schrijf daar al een tijd commentaar bij, meestal wat opbeurend, omdat Benno meestal giftige commentaar krijgt. Nu is mijn klomp gebroken want hij schrijft dat hij die commentaar bij zijn blogstukken niet leest.

Daarom een wat zakelijke open brief.]

 

Beste Benno,

 

Jij ziet in het internet het einde van de beschaving naderen. Je hebt het verkeerd voor: het einde van de beschaving begint bij de treurbuis, de televisie, juist. We zijn dus al een stuk verder naar het einde toe geraakt dan je voorhoudt.

Daar halen ze alles neer om op gelijke voet te geraken met de onderkant van de samenleving. Cultuur staat daar gelijk aan de angst van een Paris Hilton – tja, wie is dat ook weer en wie zou hij / zij voor de rest kunnen zijn? – om naar het toilet te gaan. Vind je dat ik iets uitvind? Nee, ik vind niets uit. Zoals Philip Geubels ook al aangaf: ik lees gewoon wat er staat. En hoe ik er bij kom? Via het internet, Benno.

In een klik ben je er weg en op naar het volgende. Er valt op het internet minder onzin te ontwaren dan op de treurbuis. Daarom alvast deze linken:

 

http://ancion.hautetfort.com/

 

http://www.maxpam.nl/

 

http://papierenman.blogspot.com/

 

http://diependaeleinstituut.blogspot.com/2007/01/eerst-vooral.html

 

http://profonde-lalangue.blogspot.com/

 

http://uitlijn.spaces.live.com/

 

Misschien ken je er enkele stiekem reeds. Vanuit elk van deze adressen vind je dan weer snelle verbindingen naar andere plekken op het internet, waar je misschien ook je gading kan vinden. Dit is een basispakket, zeg maar. Er is uiteraard ook http://www.knack.be/   

 

Nu iets anders. Koen Calliauw. Je hebt met hem te maken. Gehad. Gemaild. En zo.

Arabisch-Europese Liga. Met een Europees-Arabische Liga zou hier nog te leven vallen maar niet omgekeerd, daarover ben jij het eens, ik ook.

 

Koen echter wil niet begrijpen dat die liga dezelfde strategie aan de dag legt als het Vl Behang en Israël: verdeel en heers. Zaai tweedracht en dies meer. Ik heb hem urenlang proberen diets te maken waarom en ook waarom de AEL niet thuishoort in een partij die zich links waant. Boter aan de galg.

 

Nog iets anders. Je afkeer voor het internet heeft te maken met je afkeer voor het mechanisch schrijven. Geef het maar toe. Nu, zelfs Harry Mulisch schrijft al meer dan vijftien jaar op een pc. Waar wacht je op, Benno, is de vraag niet. Wel of je weet wat je allemaal zoal mist. Maar als je met Koen hebt gemaild, betekent dit dat je wel degelijk op het internet zit. Hoe zou je overigens je blog bij Knack krijgen?

 

Nou goed, dit gezegd zijnde, nu je als rechtgeaarde Belg Frankrijk hebt ontdekt, allicht nadat je Jacques Brel hebt vertaald, en dat beter doet dan een rechtgeaarde Nederlander die er zonder kennis van de Franse taal als God wil gaan leven, ben je op de goede weg.

Zuidwaarts.

Daar schijnt de zon harder dan in het noorden.

Daar kwam Vincent van Gogh tot bloei.

Daar is zijn achterneef Theo niet geraakt (op een van voormelde url’s krijg je te lezen waarom).

We komen mekaar wel tegen, zoals eerder bij de Schelde. Of op de Schelde, zelfs. Dra ergens op de Seine, wie weet.

Vakantie?


Dit jaar begon mijn vakantie eergisteren. Het wordt echter bouwvakantie. Het huis is nooit af en het wordt verbouwd.

Ik blijf dus thuis. Dan komt er nog wel iets van op dit blog.

Er komen na deze beestige gedichten nog een samenvattend gedicht en een bespreking van een gedicht van een ander.

Een blog wordt verkeerdelijk gelijkgesteld met een dagboek. Dat kan het zijn maar is het niet alleen.

Dit blog is geen dagboek. Het is een schrijfplek. En voor de lezer een wrijfplek.
 
Het_slopje

Paus sterft op gezegende leeftijd


11_La_Belle_Captive.jpgMagritte-la-belle-captive_crop.jpg
Gisteren overleed op 85-jarige leeftijd de paus van de nouveau roman, Alain-Robbe Grillet. Naast paus van die beweging in het proza, was hij, in chronologische volgorde, landbouwingenieur annex bestrijder van ziekten in bananenplantages, prozaist, scenarioschrijver (L’année dernière à Marienbad, film van Alain Resnais), filmmaker (parels als le jeu avec le feu, la belle captive naar een schilderij van René Magritte, zie illustratie hierbij), schilder en tenslotte hereboer. Hij was bestemd voor de eeuwigheid maar weigerde dit aanbod. De Académie française had hem benoemd tot “onsterfelijke”, als lid van deze instelling. Robbe-Grillet heeft echter nooit zijn “discours d’acceptation” gehouden. Dit ligt in de lijn van zijn eigen filosofie. «L’écrivain doit accepter avec orgueil de porter sa propre date, sachant qu’il n’y a pas de chef-d’oeuvre dans l’éternité, mais seulement des oeuvres dans l’histoire.»
Van 1980 tot 1988 leidde hij het Centre de sociologie de la littérature aan de ULB, de Franstalige VUB. robbe-grillet.jpg

Creatieve bronnen: de vaas


Na het gedicht, de muzieknoot en de olieverf is de vaas bron van uiterst vruchtbare creativiteit.

Allicht wordt nu hier en daar geschoten – in een lach. Elders verschijnt misschien een glimlach. Nog elders een grimlach.

Bij dichters en muziekcomponisten bijvoorbeeld. Bij schilders heerst een medeplichtig zwijgen.

De vaasmakers schieten dan weer spontaan – in een vreugdelach.

Leve de vaas?

 

Genoeg gelachen! Welke vaststelbare aanwijzingen zijn hiervoor te vinden? Is hier wetenschappelijk onderbouwd onderzoek naar gedaan? Of is het een loze kreet van de vaasbouwindustrie?

 

Hier en daar reken ik echter op goedkeurend gemonkel. Wie zijn die laatste lui? Gaat het om een nog niet nader genoemde, nog onbekende elite? Of zijn het lezers van de Morgen? Met een open geest beleef je meer of zo? Of gaat het om de KMO vleugel van Open VLD, de jongste aflevering van de Noord-Belgische liberale partij?

Wie heeft hier nu weet van?

 

Waarom trouwens de vaas en niet het eetservies? Het eetservies is gebonden aan meer utiliteitsparameters dan de vaas. Kopjes meer nog dan schoteltjes. Een vaas behoeft bijvoorbeeld niet per se een oor aangenaaid. Of is het aangebakken in de kleioven? Een servies verdraagt ook niet te veel kleuren.

Waarom de vaas en niet de auto? Het aantal jobhoppende auto-ontwerpers is dermate groot geworden dat je vaak na verloop van tijd gelijkluidende automodellen ziet maken bij verschillende autobouwers. Zo wordt een Seat ineens een Alfa, of omgekeerd. Zelfs de Japanners laten tegenwoordig hun auto’s ontwerpen. De Amerikanen niet, uit geldnood.

 

Waarom dus de vaas en wie monkelt hierom? Wederom zie ik hier en daar sommigen vooruitschuiven naar het puntje van hun stoel. Straks staan ze op en is die stoel de hunne niet meer.

De monkelaars, laat ik het u nu maar zeggen, zijn de klanten van de kringwinkel.

 

Ga eens zien en kijk naar al die vazen.

 

En wat is er daar dan precies gebeurd? Dat laat ik over aan het gedicht.

 

De 10.000 vazen

 

Als ik dan moet dommelen,

laat het dan maar laat het

in de kringwinkel zijn.

 

Er zijn nu reeds achtervolgingsscènes

of ontvoeringen gepland in

porseleinwinkels, waarom dan niet

in de kringwinkel?

 

Wat bij het indommelen verschijnt,

cinema pur.

Wat bij het uitdommelen verschijnt,

tienduizend vazen, slechts twee gelijk.

 

 

Ik dank u voor uw aandacht en de kringwinkel voor het inzicht.


Na Simenon, Henri Michaux in Nederland


Een avondje perdu met als vreemde taalganger Henri Michaux

Die avond in stichting Perdu zaten vijf mannen aan een tafel om gedichten en gedachten te wisselen voor een talrijk opgekomen publiek van en over de Franse schrijver, weliswaar van Belgische oorsprong, Henri Michaux.

Ik was benieuwd of nuchter Nederland iets met deze zo vreemde taalganger kon doen. Of was er sprake van een onbevruchtende dialectiek? Dat speelde door mijn hoofd toen ik vlot van Antwerpen naar Amsterdam reed. Michaux, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee en heb er ook een ver vervoerende extase aan overgehouden. Deze schrijver die geen schrijver wou zijn, en zijn werk bij leven gepubliceerd zag in de Pléiade, moet je lezen en herlezen. Hij eist je haast op als lezer, als enig schrijver. Hij werkt haast even verslavend als de drugs waarmee hij experimenteerde om visioenen op te roepen. Maar gelukkig is het vooral mescaline wat je leest.

Amsterdam, en mijn vrouw is nooit vies van die stad, enthousiast zelfs, ze komt elk jaar met me mee naar Ruigoord, naar het festival der vurige tongen. Ze had iets dergelijks verwacht, het viel tegen. Velen in het publiek verloren de strijd tegen de slaap. Mijn eigen vrouw won met moeite deze strijd.

Vooraf kregen we te horen, nuchter doch gek Nederland, dat je in Amsterdam parkeergeld moet betalen tot middernacht. Toen al mijn munten in de betaalpaal zaten, had ik nog maar tijd gekocht tot 21.20 u. Ik schreef een woordje uitleg voor de plaatselijke parkeermaffia om te beletten dat ze mijn auto in de klem zetten. Het heeft gewerkt of was de maffia die avond niet in die buurt?

Zo gek kan je het echter niet bedenken of Michaux heeft het bedacht. Hij schreef in de zichzelf overtreffende trap. Vandaar mijn grote liefde voor hem. Met de jaren slijt de haat. In 1986 had ik in een essay geschreven voor de universiteit van Leiden stukken uit “le turbulent infini” vertaald, aldus Michaux meesmokkelend boven de Moerdijk. Ik was dus enigszins benieuwd.

De verschillende bijdragen van de vijf sprekers, Erik Lindner, Piet Meeuse, K. Michel, Jan Pieter van der Sterre, Jacq Vogelaar, waren verschillend, soms ook in kwaliteit. Maar de formule, elk van de sprekers spreekt zes keer om beurt, miste elke fundering en maakte de avond tot een gedeeltelijke afgang. Perdu, quoi. De enige die Michaux helemaal kon plaatsen en het diepst in zijn werk kon gaan, hij werd dan ook vaak geciteerd door enkele van de vier andere sprekers, was … Meeuse, Revisor redacteur, gezeten helemaal links; terwijl uiterst rechts Raster zat in de persoon van Jacques – al lang Firmin af, wat zonde – Vogelaar. Revisor heeft het gehaald.

 

Nog een tip voor de stichting Perdu: nog grootser was de Franse Belg Seuphor.