De bestijging van het stalen ros

1.      Vader had het pad geëffend en er beton over gegoten.

Het was niet bedoeld als fietspad maar als tuinpad en lag er dus nogal smal bij. De tuin was lang en nog groen. Ik was kort en nog groen. Wat is de gemiddelde lengte van jongens van acht jaar?

Bij de buren had ik een fiets geleend. Ik weet al lang niet meer hoe vaak in de week ik die fiets leende om er dan voetje bij beetje mee te leren fietsen. Niemand om me vast te houden. Ik viel vanzelf. En even vanzelf verdwenen die blauwe plekken weer. En vooral die schrammen, hoewel die wel een vleugje ontsmettingsstof verdroegen en zelfs nodig hadden.

Ik viel de val vrij en uit eigen beweging, stond weer op en weer erop, op het stalen ros. Ik moest nu eenmaal en zou dan ook. En bleef het volhouden. De buur ook, gelukkig. Al bracht ik zijn fiets terug met telkens een paar schrammen meer, hij bleef me die fiets lenen. Burengeluk, het bestond toen gewoon.

De tel hield ik niet bij, die was van geen tel. Het aantal vallen en opstaan, het aantal weken dat het heeft geduurd. Punt was dat ik op een dag bleef zitten in het zadel, tot op het einde van het lange smalle pad reed en terug, zonder vallen. Ik kon de wereld aan.

Bij mijn volgende verjaardag kreeg ik gewoon een nieuwe fiets. Gewoon? Mijn geluk kon niet op. Het was niets in vergelijking met toen ik mijn eerste auto kocht. Die fiets was veel meer waard omdat ik er zoveel voor had moeten overhebben. Auto leren rijden was een makkie, behalve met de auto van vader. Die kreeg ik niet op dreef. Een echte tank. Maar dat is een ander verhaal, ik dwaal af. Hoe gemakkelijk dwaal ik niet af. Dat komt misschien ook wel door dat fietsen. Je raakt gemakkelijk van de rechte weg af, fietst ergens tussen waar geen auto door kan en vindt dan toch nog de weg.

Met mijn fiets reed ik naar school en naar het zwembad. Daar heb ik op mijn zelfde eentje mezelf leren zwemmen. Het was zonder vallen maar wel met veel ondergaan. En weer bovenkomen. En weer dwaal ik lekker af.

Op een draf, stalen ros.

 

2.      Opa’s fiets

Net als zoveel kinderen was ik een stille bewonderaar van mijn grootvader, moeders vader. Zie ook hier. Mijn eigen kleinkinderen zijn minder stille bewonderaars. Het een vliegt me al eens om de hals, het tweede licht zienderogen op als het me ziet. Ook dat is weer een ander verhaal.

Opa’s overlijden helaas. Hij was een boom aan het vellen en werd zelf geveld. Eerst werd hij nog opgenomen in het ziekenhuis maar daar is hij niet meer levend buitengekomen.

Mijn opa had geen auto. Hij heeft zijn hele leven lang fiets gereden met een en dezelfde fiets. Die zag er nog zo goed als nieuw uit, zo goed onderhield hij hem. Er zaten geen versnellingen op maar wel een terugtraprem. Ik erfde die fiets. Als zelfleerzaam fietser? Ik kreeg er geen uitleg bij. Ik studeerde aan de hogeschool toen opa overleed en nam die fiets mee naar de universiteitsstad. Ik zal het me nooit vergeven. In geen tijd is die daar gejat. Ik was die dag en de dagen erna diep en diepdroevig. Gewoon kapot. Toen ik later ook zijn hoed erfde, is die wonde wat geheeld.

Advertenties

Een gedachte over “De bestijging van het stalen ros

  1. mijn opa was een racefietser. als klein-roopje reed ik op zondag met hem mee door de duinen van wassenaar, hij op de flandria, ik op zijn oude bianchi. een opafiets was er bij hem niet ingekomen. op zijn 82e ging hij met een dikke portie grauwe staar op zijn plaat tegen een stoeprandje dat er zomaar opeens stond. toen ik hem bezocht, met zijn gezicht vol hechtingen, een gebroken neus, dito jukbeen en twee blauwe ogen, vroeg ik hem hoe het met hem ging. “ik word godverdomme oud”, zei hij chagrijnig. tja, daar was niet veel aan te voegen. dat deed opa ook niet, oma was dood en hij kon niet meer fietsen, een jaar later kreeg hij van pure tegenzin een beroerte en toen hij die dreigde te overleven kreeg hij er nog een. zo pakte opa dat aan, niet van dat benauwde.

    zijn afkeer van terugtrapremmen leeft in mij voort, net als de overtuiging dat je je hele fiets zelf op moet kunnen knappen en dat thuiszitten een uiterst beperkt plezier is. de rest van mijn familie is volledig gemotoriseerd, mijn zusje en haar man hebben met zijn tweeën zelfs 5 auto’s, daaronder een lotus en een porsche, gek genoeg kom ik over het algemeen toch verder.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s