Actuele kunst

Het is allemaal belachelijk kinderspel geworden dankzij de uitlopers van dada en het beleid van de deelregering, gesteund door de curatoren van al die biënnales. Vooral dan Kassel. Je begint met het concept. Ik heb niet ver moeten zoeken: een speld in een hooiberg zoeken. Dat leek me een heuse uitdaging.

 

De boer bij wie ik aanklopte lachte mij haast uit. “Nen hooiberg, meneer, dat doen we al heel lang niet meer. We rollen het stro gewoon op.” Zelfs in Afrika bleken de boeren dat tegenwoordig zo te doen, komt door die machines. Pikdorsers, net wat u zegt. In Bokrijk vond ik dan toch nog een gepensioneerde landbouwer bereid om een hooiberg te maken. “Geef me twee en een halve opgerolde balen of drie ingepakte balen.” We spraken een datum en een plaats af.

Daarna vroeg ik een projecttoelage bij de deelregering. Ik kreeg die vlot. Mijn dossier was samengesteld door een professioneel kantoor ergens in de Voorkempen voor tien procent van het bedrag van de toelage. Binnen twee maanden kreeg ik antwoord en nog wel bevestigend. Daarna nam ik een professioneel communicatiebureau in de arm en liet een persmap maken. Er moest mediabelangstelling zijn die dag op die plaats.

 

Toen brak het moment aan. De landbouwer had een mooi hooiberg opgetast midden in een braak veld. De Europese Unie betoelaagde de exploitant van het veld zodat hij een rustperiode voor zijn gewassen en voor zichzelf kon inlassen. We hadden verder geopteerd voor middeltrage brandversnellers. Volgens afspraak had deurwaarder Depoortere de speld verstopt in de hooiberg. De mediabelangstelling viel nogal mager uit. Een lokale televisiezender en de plaatselijke correspondent van een landelijke krant, geen enkele kunstcriticus of dito journalist. Ik belde dan maar vriend J. uit bed die alsnog bereid was verslag uit te brengen voor het kunstenprogramma op de radio. Daartoe liet ik de werkzaamheden wat trager verlopen, terwijl ik de aanwezige journalisten alvast te woord stond om het concept toe te lichten.

 

Man, man, wat waren we professioneel bezig. De deelregering mocht niet klagen. Op het moment dat J. arriveerde, stak mijn teamleider de hooiberg in brand. De zandman kwam zoals gepland op dat ogenblik voorbij met twee emmers. “Moet er nog zand zijn”, had hij geleerd te zeggen. “Ja,” antwoordde ik, kocht zijn twee emmers voor een grijpstuiver en sprak de sleutelzin uit: “Zand erover”, waarna ik het zand over het brandend hooi gooide. De ingehuurde cameraman stond op dat ogenblik, zoals afgesproken, op de juiste plaats om te filmen hoe er rook ontstond en vuur tegelijk en de strijd tussen beide werd beslecht in het voordeel van het zand. Ik trok een vuurvaste smidhandschoen aan, stapte op de smeulende hooiberg af en trok er de naald uit. In triomf.

 

De naald verkocht ik via een veiling aan een van de vele musea voor hedendaagse kunst, ik ben vergeten het welke. De film van het hele gebeuren, of althans een kopie, kreeg het museum er haast gratis bij. En het exclusieve uitzendrecht op de film, uiteraard. Pas na mijn dood zou mogen blijken dat ik de originele film in bezit had gehouden. Mijn erfgenamen zullen het zich niet beklagen.

naald in een hooiberg.jpegbrandend hooi.jpgmoet er nog zand zijn.jpg

Advertenties