Adieu Plato

  1. De grot is voorgoed dicht,

het beeld ligt er begraven.

Landarbeiders gelaten

laten thans hun armen hangen.

 

Busje komt zo en neemt

de warme bakker koud

naar de broodfabriek.

Niemand maalt erom.

Ineens maakt brood ons dik.

 

We vermaken ons dan ook

op de hometrainer, even gelaten.

Ik lig van te voren in het koren,

wat later even werkloos in het water.

 

2. De centrale is me te dicht,

een gedachte dan maar

die liever verderop ligt.

 

Het insect dat de maïs opvrat

geeft niet om het gewas.

Het drijft op brandstof

en spuwt in korrels

de maïs weer uit,

onverteerd, ongeleerd.

 

De zon op haar scherp

sneed de lucht open.

Alle wolken weken

en verdwenen weldra

uit het oog.

 

 

3. Het is zover, hoezee.

Het water loopt de trap op.

We wanen ons gezegend.

 

Jij weet beter zodat we,

ontnuchterd,

in een schuitje samen belanden,

eerder ontlanden.

 

Gelukkig hadden we

net tijd genoeg gekregen

om op gepaste wijze

onze kleren te combineren

in samensprekende kleuren.

 

Zelfs onze schoenen

vormen geen contrast.

 

grot.jpg

busje komt zo.jpgWatervallen-van-Potami.jpg

Advertenties