Zondagwedstrijd


Niet elke zondag maar toch vaak speelt op pomgedichten punt nl een gedichtenwedstrijd. De webbeheerder, Pom Wolf, kiest dan een thema. Soms is er een jury van twee personen. Eerste vraag die ik me stel: zal ik meedoen? Hangt ervan af of de juryvoorzitter deugt, het thema me ligt, ik tijd heb.

Op 12 september laatstleden besloot ik na rijp haast rottend beraad alsnog in te zenden, ondanks de juryvoorzitter.

Ik schreef waar ik zat iets op een servet. Dit:

In- en uitgedost

 

Ik dos me niet voor niets

uit al haalt het weinig uit:

slechts Pom vermoedt wie ik was

 

en mijn geliefde.

 

Denk niet dat ik me laat

uitkleden, gedaanten zat

om weg te fladderen.

En schrijven dat ze doen.

 

Gisteren nog achter de buis,

vandaag alweer thuis.

manuscript pomwedstrijd

Van slag!


Moet een dichter van slag gaan, om bijvoorbeeld als dichter verder door het leven te gaan? Moet hij of zij een slam slaan?
Eigenlijk niet. En toch, doe het maar eens. Ik heb het gedaan. Gisteren, dinsdag in Leiden. De enige plek in het Nederlandstalige gebied dat dit soort wedstrijd poëzieslag noemt. Martin M. Aart had het me mooi gevraagd. Ik slam echter niet, ook niet met de deuren, dus ben ik gegaan gewoon om mijn ding te doen: op een podium voordragen.

.
Een wijze grijze jury, bestaande uit Jaap Montagne, Yvonne Ottenhof, Han Ruijgrok, voorzitter en Adri Heinsbroek, een vlotte presentator met krullenbol, een jarige stage lopende presentator en mede-organisator Joost van Gijzen. Wat wil een mens nog meer, zie daar de Leidse poëziegilde.

.
[ik was vroeg na de middag vertrokken. Met de auto. Tot volgende week rijden er nog geen treinen die kant uit. Ik kon mooi meegenomen net voor sluitingstijd even binnen bij de Slegte, keurmerk voor ramsjboeken. Ik zoek namelijk de bundel ‘gedichten’ van Carlos Drummond de Andrade in vertaling door August Willemsen; het boek is uitverkocht. “Nee, mijnheer,” zei de man achter de kassa, “We hebben het niet. Je kan het wel vinden in onze filialen in Amsterdam en Tilburg.” Waarover later meer. Wordt vervolgd.]

.
Leiden slaat zijn poëzieslag in een dranklokaal, echt waar (Dranklokaal de WW ). Het ligt oergezellig in een steeg tegenover het stadhuis.
Er traden een zestal dichters aan. Eerst kwam er een ronde van elk drie minuten. Daarna in omgekeerde volgorde, vier minuten. Zeer diverse gedichten van behoorlijk niveau.
De jury had dan ook een lang beraad nodig om twee finalisten te selecteren: Daan Taks en Myra-Lot Perrenet. Het juryverslag was omstandig, keurig met redenen omkleed en in zeker mate objectief, in hoge mate eerlijk. Gebeurt niet altijd zo.

.
Winnaar werd uiteindelijk Daan Taks. Hij was helemaal uit Tilburg gekomen. Heeft het slammen in vingers en lippen.
Jelmer van Lenteren kreeg de publieksprijs. Myra-Lor kreeg ook de prijs van de mededichters, in de vorm van het gedicht van Martin M. Aart waarmee hij in de selectie van de Turingprijs gevallen is, op hout gedrukt.

.
Vandaag reed ik even naar Tilburg de winnaar naar huis en vond en kocht er de ‘gedichten’ van Carlos Drummond de Andrade.

stadhuis leiden

stadhuis leiden

de jury

de jury

onder meer presentator Martin M. Aart

onder meer presentator Martin M. Aart

van slag!

van slag!

Dagboekfragmenten 2


Nog maar eens een oefening in fragmenteren

Het regent alweer bommen en granaten op de Ghazastrook. Wat zit hier nu weer achter? Meteen regent het ook, en terecht, bakken kritiek op Israël. Een van de meest opbouwende voorstellen om dit probleem voorgoed te regelen bestaat erin Israël te verleggen naar Alaska, met hulp van de VS. Maar dat spreekt vanzelf.

Zondag laatst won ik nogmaals goud op pomgedichten, de webstek van de dichter Pom Wolff. Uit de reacties die ik bij dit nieuws kreeg op het groot smoelenboek (feesboek), blijkt dat het tijd wordt voor nog eens een bundel. Ik loop zelf alweer een paar maanden rond met dit idee maar slaag er niet in mijn gedichten te selecteren. En een uitgever te vinden. Hoewel, mijn droom is uit te geven bij het Balanseer in Aalst.

Ondertussen mag ik niet klagen. Ik woon niet in Ghaza. Noch in het anders getroffen Limburg. En ik heb vier gedichten vertaald voor de grote Belgische finale van het kampioenschap slammen. Slammen is een vorm van poëzie op een podium, meestal in een rumoerig café. De uitdaging bestaat erin het publiek aan je lippen en dus stil te krijgen. Deze vorm van poëzie bestaat echter voornamelijk bij de gratie van de vele wedstrijden die her en der worden gehouden. Als podiumdichter spreekt het vanzelf dat ik er kennis mee heb gemaakt. Maar het wedstrijdelement vind ik er te veel aan. Ik maak een uitzondering voor pomgedichten, toch ook een voornamelijk voor slampoëzie.

Het regent alweer bommen en granaten op de Ghazastrook. Wat zit hier nu weer achter? Insiders menen te weten dat de regering in Israël dan toch rekening houdt met het advies van de Mossad om Iran niet aan te vallen. Dat zou immers zoveel betekenen als het einde van de staat Israël. Dus nog maar eens een potje Ghaza. Misschien toch in de aanloop naar Iran? Wacht maar en kijk toe.

Woensdag was het treinstaking en ben ik toch naar Brussel gegaan met de wagen, zelfs. Om te werken en vooral om het feestje van de Buren voor de 70ste verjaardag van Charlotte Mutsaers mee te vieren. Het is iets enigs geworden.

Het was trekken in den Hopsack


Donderdag was ik in den Hopsack voor het eerst sinds het algemeen rookverbod is ingegaan. Hoeveel gesprekken werden er niet onderbroken omdat een van de gesprekpartners dringend naar buiten moest. Regenweer en toch staan paffen. Ik kwam gelukkig voor de gastdichter. Het was de beurt aan Maarten Inghels. Sinds we hem ooit van straat hebben gehaald en Vers hadden Geschild, heeft hij al twee bundels uit en is hij anderhalve centimeter gegroeid.

Hij zong de lof van de bruine café’s, een soort die met uitroeiing wordt bedreigd.

Zijn gedichten waren ogenschijnlijk wirwar gekozen en toch vormden ze een drie-eenheid. Ik was de enige niet die 1 & al oor was, dat was ook meer dan de helft van den Hopsack.

Wist u overigens dat den Hopsack het enig literair café is in België? En dat het vrij regelmatig zijn identiteit in vraag stelt maar niet anders kan?

De muzenval heeft er nu haar vaste stek. Frans Vlinderman en Bart van Peer kwijten zich uitstekend van hun taak als muzenvallers. Opvallend ook dat de stichting achter de Muzenval ook steeds haar voorzitter en haar Willem stuurt. Veel beter dan haar kat.

Op de foto: Maarten op weg naar den Hopsack

>Il n’est pas question de régionaliser


>Mais de mondialiser, plutôt que de se créer une identité centrée au niveau du village. Quod non.
En effet, la folie de la journée est une tasse de thé que nous passons volontairement à d’autres.

S’agissant de la poésie, les accents sont en effet mondiaux plutôt que villageois. Même si le village Doel nous inspire, nous fait écrire, il ne s’agit pas d’un tel village mais de tous les villages qui soit ont disparu soit ont persisté, tel Ruigoord coincé entre les ports d’Amsterdam et d’Ymuiden.

Nous déplaçons les frontières, même si elles guettent partout.

Ah, je vous vois déjà qui pensez que quelqu’un se perde dans les abîmes de lalangue. Ah, peut-être vaut-il mieux réfléchir deux fois avant de se prononcer.
Tout cela s’est avéré le 11 février à Bruxelles, lors du démarrage de Brussel Slam, dans une petite salle au premier étage du café Monk. Ils étaient venu de Liège, de Gent, de Leuven et de la périphérie de Bruxelles. Nous avons entendu des poèmes en néerlandais, en français, en une langue qui parfois ressemblait à l’anglais. Nous avons même identifié du portugais. Et jeunes tous étaient jeunes si jeunes que ceux qui comptent plus d’années que la moyenne , du coup ont subi une cure de rajeunissement.

Bien que le titre – Brussel Slam – aurait tendance à faire tourner les nez dans le sens d’un concours, eh bien non. Les organisateurs n’ont d’autre ambition que de donner un podium sans micro à deux invités, qui disposent de dix minutes chacun, pour ensuite ouvrir le podium, toujours sans micro, aux poètes venus de tous les vents, leur donnant le droit de parler pendant trois minutes. Une minuterie sonne durement. Après la pause, les invités reviennent pendant encore cinq minutes chacun.

Et il s’est avéré que ça marche, oui, ça marche, yes we can, etc. Et il s’est avéré que la poésie ne se cache pas dans une langue ou dans un dialecte mais se trouve dans lalangue pour s’exprimer en en sortant.

>Slam


>Le slam en poésie est connu aux Etats-Unis, où le genre est né, ainsi qu’aux Pays-Bas et en France. La Belgique vient de le découvrir, exclusivement au nord du pays. J’ai été impliqué dans cette naissance, à titre du membre du jury du concours de la province d’Antwerpen.
Inutile de dire que surtout les jeunes y ont participé, contrairement aux Pays-Bas, où ce genre ne connaît pas de limite d’âge. La plupart des slammeurs qui ont défilié, confondent le slam et le bruit des portes claquantes et produisent une haute sonorité. Les autres ont surtout produit une poésie qui enchante. Toutefois, ce ne sont pas eux qui ont gagné le concours provincial.
De plus, quelques-uns sont allés encore plus loin, en confondant concours et guerre. L’ambiance était donc plutôt aigre, les sentiments plutôt mixtes.
Une autre tendance, moins agréable, est l’expression directe, sans métaphore, dans un texte qui devrait plutôt avoir lieu dans un journal. L’égo comme centre de l’univers, démonstrant, voire montrant fesses et cul, bite et couilles. De quoi s’amuser quelque peu et faire oublier la poésie. Dommage. J’en oublie le slam et je retourne à la poésie.

Slam te kakken gezet te Antwerpen


Ondergetekende heeft in de jury gezeten van de eerste en wat mij betreft laatste Antwerpse poetry slam. In het verre Westen is de slam in goor slijk begonnen, met varkensallures zeg maar, zoals hier op dit blog te lezen viel. Het is daar echter relatief proper geëindigd.
In Antwerpen begon het met de voorrondes allemaal zeer proper en uitermate verrassend. Je beleefde er als jurylid voorwaar nog plezier aan. Spinopaat, lees je dit? Ja, wat jij bestempelt als een oudje van de Muzeval heeft plezier beleefd aan de voorrondes. Want, eerlijk, zo oud als Spinopaat zich moet voelen om teksten te brengen als hij doet, heb ik me alsnog niet gevoeld. Levensmoe, die spin. En nog maar nauwelijks geboren.
Er waren dus voorrondes. Die vonden plaats in beschutte speelplaatsen, met weinig echt publiek. De finale echter vond plaats in een echt café, waar slam thuishoort, voor een echt cafépubliek, dat de slammer voor zich dient in te nemen. Wat zag de jury en met haar het publiek? Dalend niveau, twee dichters in stijgende vorm, herhaling van hetzelfde en, ja, zelfs een onvoorbereid dichter die net iets uit de pen had geschud en geen afstand noch werk had gemaakt.

Nu zou je dus denken dat die twee dichters in stijgende vorm naar de Belgische finale mogen gaan in april? Mijn punten en mijn commentaar liegen er niet om: Maarten Inghels en Dirk Elst hebben bij mij zeer goed gescoord op inhoud en Maarten ook nog eens op performance.
Voor de rest? Even nog het laagtepunt van de finale meegegeven: de naakte waarheid. De jury bestond uit drie vrouwen en twee mannen (de paardenkop van dienst was die avond bezet of te druk bezig of te bezig druk te doen) en kregen een antistresspoweet in zijn niet eens vakkundig gestripte blootje te zien. Ik heb ze duidelijk horen afgaan, de vrouwen in de jury, ze hadden meer verwacht aan het einde van de strip (tease). Voor mij was de vraag of deze naakte waarheid functioneel naakt was dan wel Kyoto overschrijdend. Maar toen de hele waarheid en niets dan de naakte waarheid uitgesproken was en de dichter zonder stress zijn kleren bijeenraapte en wegliep, bleef van de hele vraag naar functioneel naakt niets over. Erwin had allicht gehoopt de jury een vingerwijzing te geven vanuit de buik of net eronder maar die vinger bleef daar lamlendig hangen. Zo verging het ook zijn punten. (’s Anderendaags vroeg ik hem zelf of hij functioneel naakt was dan wel Kyoto overschrijdend? Nee, hij zei me dat hij er weinig zin in had. Ik dacht dat hij allicht zijn reet wou vegen aan de hele slam).

Het is dus genoeg geweest. Als ik Kaatje Wharton mag geloven, is in Nederland poetry slam een kwestie van poëzie avant tout. Ik zou haar willen geloven en als daad van geloof eens mee trekken naar zo’n Nederlandse slamwedstrijd. In afwachting heb ik besloten in België de slambijl erbij neer te leggen en niet meer in een jury te zetelen noch op enig andere wijze belangstelling aan de dag of nacht te leggen voor dit voorlopig verschijnsel. Moet er nog poëzie zijn of volstaat zand in uw ogen?