Weinig volk op een semi-historische bijeenkomst


Op historische bijeenkomsten is het zaak wat volk bijeen te brengen maar toch weer niet te veel, zodat het nichegevoel onaangetast blijft. Sla mij nu maar dood, zo’n zin en zoveel onzin. En toch. De feiten maar niet op een rijtje.

Er bestaat, voornamelijk in Antwerpen, een genootschap rond de moderne poète maudit Paul Van Ostaijen. Het derde of vierde in zijn soort, ik houd het niet bij maar ben er wel lid van. Van Ostaijen is overigens in dit laaggelegen laagland bij de zee nog altijd even maudit – hoe durft hij het een klankgedicht boven een vormgedicht te plaatsen! Einde citaat – zodat dit genootschap mikt op een nichepubliek, waarvan een deel van poëzie nauwelijks kaas heeft gegeten.

Er bestaat in ditzelfde land ook een behoorlijk vooruitstrevende uitgeverij, het Balanseer, gevestigd in Aalst, een plek om foert tegen te zeggen, tenzij je uit Afrika komt. Zonder het Balanseer en het carnavalsfeest zou Aalst totaal niets voorstellen. Weinigen echter kennen het Balanseer. Ik ben er ooit geweest, anders zou ik nooit in Aalst geweest zijn.

Tot slot bestaat in ons land een schrijver die alles weg heeft van J.D. Salinger: teruggetrokken. Hij publiceert dan wel weer en sinds enkele jaren bij voornoemde het Balanseer: Willy Roggeman. Die ook een begenadigd free jazz saxofonist is. Ik heb hem bezig gezien tijdens de Laatste Nacht van de Poëzie in Vorst Nationaal (1980) waar hij in kwartet gespeeld heeft: Willy Roggeman met F. Timmermans (ds, perc.), Peter Hertmans (el g, el basg) en Stefan Hertmans (el g).

Gisteren zouden twee van de drie voormelde ingrediënten samen komen in Antwerpen op wat aldus een historisch moment zou moeten worden. Immers, Willy Roggeman komt niet uit zijn kluis. Mark van den Hoof zou zelfs gekomen zijn, die op twee blauwe maandagen nog meegespeeld heeft in Roggemans jazzgroep.

Hij heeft wel een nieuw boekje geschreven: Arabesken met Zot Polleken (die laatste is dan Van Ostaijen, Paul dus) uitgegeven dus bij het Balanseer. Van de sprekers die werden aangesproken om die avond te spreken gaven er twee verstek. Onze goede vriend Ha Ha Holvoet mocht inspringen. Gelukkig was de actrice die wat gedichten zou brengen er wel bij; anders was zot Polleken helemaal de mist ingegaan.

Wij dus blij met een halfdode mus.

Deze morgen zat ik zoals elke morgen op de trein met buurman Erik A. die net als ik in Brussel werkt. Om er op tijd en zonder stress gisterenavond bij te zijn, wou ik vroeger weg uit Brussel. Dankzij de nieuwe ellende van de NMBS is dat niet gelukt zodat ik op een drafje naar Antwerpen reed, net onder de snelheidslimiet. Hoewel Erik A. een onbestaande band heeft met literatuur – hij leest zelden of nooit Kaaiman in zijn krant de Tijd – bleek hij toch uitgenodigd te zijn geweest, gisteren in Antwerpen. Dank zij de NMBS is hij er zelfs niet eens geraakt. Een gemiste kans voor mij om Erik elders dan op de trein of op het containerpark te ontmoeten. En voor het genootschap om een potentieel nieuw lid te krijgen.paul van ostaijen matthijs de ridder

WillyRoggemanarabesken met zot polleken

Festival gehouden en ervan gehouden


Hoe komt Brussel erbij in een internationaal festival voor ondergrondse poëzie te belanden? En is de eerste editie voor herhaling vatbaar?

.
Op vrijdag 19, zaterdag 20 en zondag 21 september 2014 had in Brussel zowaar het eerste internationaal festival van de ondergrondse poëzie plaats. U hebt het niet gemerkt, het was ondergronds, kwam dus niet op teevee. Tenzij op TV Brussel. Dus toch!

.
Hoe komt Brussel daarbij? Alsof er hier nog niet genoeg dreiging is van terreurbewegingen en andere licht exotische angstprikkelaars.

Het heeft alles te maken met Philip Meersman. Om het met de Franse filosoof Pascal te zeggen, bij wijze van parafrase dan: als Philip thuis was gebleven, in Sint-Niklaas, dan zou dat festival daar hebben plaatsgevonden. Nee, hij moest dus zo nodig naar Brussel verhuizen en wel in Jette gaan wonen. Jette, je vindt het nauwelijks terug op de kaart en al helemaal niet op de wegwijzers binnen de aglomeratie van Brussel. Of is dat het Brussels Gewest? Ja, hoofdstedelijk zelfs.

.
Philip is dichter. In eigen land, laag land bij de zee, erkennen de daartoe bevoegd verklaarde instanties hem niet. Dat doen die instanties wel meer, zo bevoegd zijn ze nu ook weer niet, laat staan dat ze oog of oor hebben voor talent. En Philip heeft talent. Op talrijke podia moet dat blijken. En onlangs ook uit een bundel, verschenen en Nederland en aldaar al reeds verdwenen. Ceci n’est pas un recueil. Manifest voor de poëzie.

.

In volle besef dat hij met die bundel een stap te ver ging, heeft hij de presentatie ervan laten voorafgaan door boete. Te Antwerpen. Om de zegen over dit werk af te smeken. Het heeft niet mogen baten. De bundel is samen met de uitgever verdwenen.
Philip had echter wat gedichten in het Engels geschreven dan wel naar het Engels vertaald. En zie, die verschenen bij een uitgever in New York, Three Room Press.

.
Het is een ware schande hoe België zijn surreële en dadadichters verwaarloost, net niet uitspuugt. Terwijl ze behoren tot de grondstroom, om het met een met modder beladen woord te zeggen, van het land. Land waar binnenkort de stroom trouwens uitvalt.

.
Om die schande in de verf te zetten heeft Philip zijn boek voorgesteld binnen voornoemd door hem georganiseerd internationaal festival. De aanwezigen mochten zich verheugen in een talrijke opkomst van geestgenoten uit binnen- en buitenland. Estland bijvoorbeeld. Of Nederland. Zwitserland en de Verenigde Staten. Wilfried Wynant bijvoorbeeld, net als ik voormalig medewerker van Tempus Fugit. Renaat Ramon begot, die ik in Bornem bijna omver fietste. Renaat is dan ook haast overal. En bijna 80 jaar. Of eindelijk nog eens boven de grond gekomen: Dirk Vekemans. Die de mystiek van de onderste kleilagen in tijd en ruimte ‘doet’. Philip had met andere woorden zijn huiswerk voortreffelijk gemaakt. Er waren ook Franstalige Belgen en een enkele Fransman. Er was de onovertroffen goedgekse Belgische professor uit de VS Alain Arias-Misson die zondags dansend door de straten van Jette een vrolijke optocht hield naar de meest ondergrondse plek die denkbaar is: de begraafplaats.

.
Er was de onvermijdelijke film van Abraham Von Solo “Dood van de poëzie”, die als inspiratiebron heeft gediend voor de DAESH ofte IS.
Zoals Emile Verhaeren ooit de inspiratiebron was voor de man die op de troonopvolger van de Oostenrijkse dubbelmonarchie schoot en daarmee het startschot gaf van de eerste Wereldoorlog.
Of de opera “de stomme van Portici” aanleiding gaf tot de Belgische opstand tegen Holland, waaruit België is ontstaan.

.
Wat daar gebeurd is en heeft plaatsgevonden doe ik hier niet uit de doeken. Dat spreekt vanzelf. Dat blijft ondergronds.

(hier echter valt nog meer te zien & te horen: https://www.youtube.com/channel/UCDAWub95sfrlfNDHVklGh1A
Komt er een tweede editie en zo ja, waar? Laten we het hier voorlopig bij houden en deze vraag tot hamvraag verheffen.

internationaal festival ondergrondpoëzie Brussel vanuit de underground is het makkelijker omhoog kijken met Philip Meersmandeelname_renaatramon2grootdeelname_marctiefenthalgroot

Nietzsche en Fellini


Ik had gisteren een leuke ontmoeting op het groot smoelenboek (faceboek)
Tom Doomen Federico Fellini, een rare man was het.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:38 • Vind ik leuk

Marc Tiefenthal jij niet, tom?
woensdag 20 augustus 2014 om 18:47 • Vind ik leuk •

Tom Doomen Marc, ik zit zo van alles te bedenken. Het klopt, ik ben een rare, maar af en toe zou ik met de zotskap op mijn hoofd de dorpsgek willen zijn, en helaas, zover ben ik nog niet.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:49 • Vind ik leuk • 2

Marc Tiefenthal naar een dorp verhuizen?
woensdag 20 augustus 2014 om 18:49 • Vind ik leuk

Tom Doomen Ik zit al in een dorp, maar dat is in Nederland, binnen een jaar moet ik verhuizen, Nederland, terug naar België, ik weet het niet. Maar wel ergens waar ik ’s nachts door de velden van de boerderijen kan sluipen. Ergens waar ik dan ook ’s nachts over het kerkhof kan dwalen om met de rusteloze zielen te praten, ach mijn verlanglijstje is zo groot.
woensdag 20 augustus 2014 om 18:53 • Vind ik leuk • 2

Marc Tiefenthal in Nederland is het landschap te zeer georganiseerd om door velden langs boerderijen te sluipen. Probeer Wallonië man, wat daar nog kan!
woensdag 20 augustus 2014 om 19:08 • Vind ik leuk • 4

Tilburg een boom die tilt slaat en zich niet laat tillen


Tilburg een boom die tilt slaat en zich niet laat tillen

Zondag 11 mei was ik in Tilburg op uitnodiging van Martin Beversluis. Net als de dichters Daan Taks en René van Densen is hij dichter en inwoner van Tilburg. René is meer een alles doend dier dat mens wordt, Daan en Martin zijn echt fikse dichters die zich op de poëzie fixeren. Ze hielden een slamwedstrijd. Ik kom af en toe aantreden op zo’n wedstrijd, niet voor de punten maar voor het podium.
In het publiek, dat nochtans talrijk was, vond niemand mijn optreden een punt waard. De jury was het daar niet mee eens en had lof voor mijn werk. Maar ik speelde nauwelijks in op het publiek.

‘Om de hoek’ was er nog een slamwedstrijd. Twee op een dag op hetzelfde uur op dezelfde plek, je zou denken dat Tilburg het Mekka was van de slam. Bij die andere slammers twee vriendinnen die ik even goede dag ging zeggen. René had me immers op sleeptouw genomen ‘om de hoek’ en vertelde ondertussen voluit over zijn leven en zijn stad. Een ruwe schatting maakt van Tilburg de tweede lelijkste stad van Nederland, als we de eerste plaats in deze categorie open laten. Dat dankt de stad uitsluitend aan de burgemeester en de te brave aard van de Brabantse Tilburger. Die zich graag laat tillen liever dan dat hij burger is en verzet aantekent.

De naam bijvoorbeeld, gaat terug op een lindeboom (til) waarrond een vestiging is gebouwd (burg). Wikipedia vermeldt dit niet. Waarschijnlijk is die eeuwenoude boom met kwaad opzet gedood, vermoord dus. Toen hij uit de grond werd getrokken, zag iemand in de boom een scheut groeien. Deze snode burger heeft de scheut eruit gehaald en thuis in de grond gestoken. Toen er een levensvatbare boom uit groeide, zorgde deze burger ervoor dat hij op de plaats kwam van de oerboom. Me dunkt is dit vrij uniek.

Ook vrij uniek is het verschijnsel Andrew Cartwright, een Brit die in Tilburg met de universiteit is verbonden geraakt en versjes schrijft in het Nederlands en het Engels. Toen ik met hem kennis maakte, wist ik meteen dat hij een Engelsman is. Amerikanen kennen geen humor zoals deze Andrew. René beweert dat hij een duvel doe al is die behalve een baan, een vrouw en een kind ook nog eens schrijft. Hij zag er alvast niet overwerkt uit. Waar René dat wel is geweest.

De eerste persoon echter die ik gisteren aantrof was Chris van de Ven, een naar blijkt inwijkeling uit Haarlem. Hij is de stapschrijver. Nee, niet een stapschrijver. Me dunkt is er maar een. Deze man stapt overal naartoe of fietst ergens heen en stond in de Hall of Fame te lezen en te schrijven. Hij schrijft een bierviltje vol en laat dat ter plaatse achter. Uren later dook hij op, op een andere plek, met zo’n volgeschreven viltje. In Cul de Sac was het, waar die Cartwright en ik met elkaar kennis maakten. Toen René en ik later terug liepen naar de Hall of Fame, kruisten we Andrew nogmaals. En zwaaiden we.

Die Hall of Fame is een mooie plek in Tilburg. Deze stad is ongeveer zo groot als Gent, aldus René, die Gent kent uit een vorig leven en er regelmatig naar terug keert. Waar ik hem trouwens ontmoet heb. Het spreekt vanzelf dat zo’n stad een station heeft. Meer nog, de uitbater van de spoorinfrastructuur, Spoorstruc zou je denken dat hij heet maar nee hoor prorail, nietszeggend, net als infrabel bij ons. In Tilburg had prorail een groot complex met verschillende gebouwen waar treinstellen werden hersteld. Zal wel van NS geweest zijn. Soit, die staan leeg en de activiteiten zijn verlegd naar een nieuw terrein met nieuwe gebouwen. De oude gebouwen worden ingenomen door creatieve vrijwilligers, waar er in Nederland veel van zijn. Een ervan bestond al een paar jaar, Hall of Fame. Betrekkelijk eenvoudig en smaakvol ingericht. Mooi. Alsnog een fraaie plek in deze bedenkelijke stad.

Me dunkt dat als ik het samenvat, je heel wat mooie mensen hebt en heel wat poëzie voor heel wat poëten in een stad die ondanks de verwoestende kracht van de verandering van zijn burgemeester, zijn lelijkheid overwint.

Jolies op de slam om de hoek in Cul de Sac

Jolies op de slam om de hoek in Cul de Sac

erika de stercke

Daan

Daan

Martin Bevesluis midden vooraan

Martin Bevesluis midden vooraan

rené vandensen blogt en zo

Andrew

Andrew

Chris de stapschrijver

Chris de stapschrijver

Gemengde gevoelens bij het heengaan van een paard


Meestal verstaan wij onder gemengde gevoelens spijt en blijdschap, droefheid en opgeluchtheid. Bij het heengaan van dit paard – welk paard? zal je me zeggen, wacht toch even! – is er geen droefheid bij mij, ook geen onbegrip. Ik laat mijn hoofd wat hangen maar dan eerder om de sporen te vinden van het dier in kwestie.

Gisteren viel dus het laatste nummer in mijn bus van het tijdschrift Klüger Hans. Het houdt na vijf jaar op te bestaan.

De naam van het tijdschrift is die van een paard, dat in staat was te rekenen. Kon je er ook op rekenen? Als tijdschrift was het een initiatief van enkele jonge schrijvers uit voornamelijk Oost-Vlaanderen, althans die daar waren terechtgekomen, vanuit West-Vlaanderen, Nederland, Oelegem en andere exotische plaatsen.

De redactielijn was duidelijk: internationaal + in vertaling; resoluut modern. Het lag met andere woorden helemaal in de lijn van het enige tijdschrift waaraan ik zelf heb meegewerkt, Bru/taal. Dat laatste heeft net geen vier jaar bestaan.

In Klüger Hans is een kortverhaal opgenomen van Nicolas Ancion dat ik vertaald heb. De redactie vroeg me beleefd of ze het mocht publiceren. Het hele proces dat daarop gevolgd is, verliep volgens duidelijke afspraken die welhaast professioneel zijn. Onvergetelijk.

Het tijdschrift is dus niet ten onder gegaan aan amateurisme. Zoals de redactie het in haar afscheidsbrief zo mooi en scherp stelt: het leven en de dood hebben het gehaald op de literatuur. Hier en daar raakte een redactielid van de straat en kreeg een kind. Een ander verloor dan weer zijn vader. Dat is het leven. Zo hoort dat. Daarom dat in mijn gemengde gevoelens geen plaats is voor droefenis. Dank aan Xavier, Dirk, David, Olaf en de anderen.

Open brief van Herman J. Claeys aan zijn vrienden en oud-medestanders


Ik heb hier aan de toog begot met lede ogen gezien hoe de prijs naar mij genoemd net geen debacle is geworden. Ik ga geen namen noemen.

Jullie weten hoe ik mijn leven lang inspraak heb bevorderd en geëist. Nu ik er niet meer ben, ook niet elders begot, heb ik uiteraard geen inspraak meer. Ik schrijf deze brief dan ook gewoon om a. even stoom af te laten en b. de vrede te bewaren op aarde.

Eerlijk gezegd had ik liever dat er in den Hopsack een barkruk naar mij werd genoemd of dat er in Ruigoord een bank in de kerk naar mij werd genoemd dan dat er een prijs op mijn lijk wordt uitgeschreven. Prijzen zijn de laatste zaken waar ik aan zou denken. Voor mij waren alle dichters gelijk voor de Claeys en de wereld.

Ik ga dus geen van beide partijen in dit wereldvreemd conflict binnen de jury verdedigen. Als ik nog onder jullie zou geweest zijn, ik zou de jury naar huis sturen en de prijs gewoon afschaffen.

Vandaar dat ik hier enkel kan decreteren dat er geen prijs bestaat en mag bestaan naar mij genoemd. Ik vraag jullie uitdrukkelijk de hele prijs op te doeken en naar den Hopsack of naar Ruigoord te gaan om te bezinnen en aan iets anders te beginnen.

U zult zich allicht afvragen waarom ik den Tiefenthal als medium gebruik. Hij vraagt zich dat overigens ook af, zij het in mindere mate. Wel dat doet er niet toe want dat zou allicht weer concurrentie en nijd met zich brengen.

Geen meester noch knecht, geen hamer noch God.

Jullie Herman J.

 

PS. Deze brief heeft nogal wat stennis veroorzaakt, terwijl er eigenlijk veel te lachen valt. Ongewild heeft deze brief de teen geraakt van Henri-Floris Jespers, testamentaire executaire de ma part.

beste Marc, naar aanleiding van “betweter Tiefentahl” van Henri Floris Jespers, antwoordde ik hem: ” Marc kennende en ook Herman lachen we ons te barsten met je florissante sérieux!” . Het bericht in kwestie blijkt echter niet langer in de reacties voor te komen, tja! Als je reacties weglaat , heb je altijd gelijk denk ik dan maar: (Jo Peeters)

antwoord van marc tiefenthal:

ja; kijk, ongewild heb ik op zijn tenen getrapt en dat komt pijnlijk aan; kan hij niet mee lachen; de humor ontgaat hem daardoor helemaal. ik vind het wat spijtig maar ja, de keuze die Herman maakte als het om zijn vrienden ging kennen we onderhand wel. In elk geval is het een schande dat Mark Marcel Mekkers – die de ene na de andere poëzieprijs wint en voor de rest de geschiedenis vervalst – nu ook is gaan lopen met de Herman J Claeysprijs. Vandaar mijn stuk, en nog wel zonder uit te halen naar wie dan ook.

en dan nog dit, dus: http://mededelingen.over-blog.com/article-henri-floris-jespers-losse-notities-xxix-claeys-prijs-tiefenthal-en-rekkerkwekken-117938993.html

Antwoord van marc tiefenthal: ik heb me helemaal niet bekeerd tot het spiritisme, terwijl de geesten me af en toe een bezoek brengen. Geestigheid is overigens familie van spirit.

Herman leest voor, nooit de les

Herman leest voor, nooit de les

Dagboek van de week van 13 april – vervolg


Frank de Vos was er niet. Pleegt hij landverraad? Jo Peeters niet gezien. Zijn telefoonnummer is niet langer toegekend. Is het dan afgekend? Afgewezen? Na jaren afwezigheid was er wel Frans Vlinderdingesman, pardon Vlinderman.

Toch zat den Hopsack afgeladen vol, deze donderdag, de tweede van de maand april. Voor een A vier, een letterkundig vlugschrift. A vier, een model van Audi, een ontslagformulier of een papierformaat, nu dus een vlugschrift.

Te veel dichters voor een A vier. Indrukwekkende voordracht van Lies van Gasse. Een meeslepende, goed brullende Andy Fierens. Een Minneboo of zo die haar naam helemaal waar schrijft.

Daardoor te weinig tijd voor te veel dichters op het open podium. Ik doe mijn vluggertje dat stennis veroorzaakt heeft in cyberspace en Nederland: Vaak …. En “grafdelvers aller landen, ontbindt u!” O, wonder, pas geschreven die laatste, leg ik vanzelf de klemtonen op de juiste plaats, haal uit, haal in en sta versteld van het resultaat. Deze tekst neem ik nog vaker mee en moet ik zonodig vertalen. Er was geen tijd meer voor nog een gedicht.

 

De zin van de week: er zijn schepsels die best zo diep mogelijk gaan, bijvoorbeeld onder de grond (bij de dood van M. Tatcher).

Frank de Vos

Frank de Vos

andy fierens

lies van gasse

lies van gasse