Begin en einde van de wereld


In wereldprimeur en 10 dagen voor datum:  Judith schilt vers.jpg

Een versgeschildeconférence (13 december 2007)

 

Freud, dames en heren, herr doctor Sigmund, heeft niets uitgevonden. Hij ontdekte waar alles om draait: geslachtsgemeenschap.

Ik schrijf hier met opzet dit ongebruikelijke woord. Meestal leest men dan seks, een nogal plat woord. Maar wat is seks? Geslachtsgemeenschap. Draait alles echt daarom?

 

Als je het oude testament leest, kom je vanaf het begin tot ver in de Apocalyps, en dat is al het nieuwe testament, veel verhalen tegen die draaien om geslachtsgemeenschap. Adam en Eva, de kop van Judith bijvoorbeeld. Niet te verwarren met die van Jut. Let wel, Judith hield dit hoofd in de hand, het was haar eigen hoofd niet.

 

De Griekse mythen en sagen druipen evenveel van zaad en sappen als van bloed.

Met de geslachtsdaad, dames en heren, heft de mens de tweespalt in zichzelf op. Tweespalt? Ja, dat komt ook van die Sigmund, herr doctor Freud. Eigenlijk is het heel eenvoudig: wie aan geslachtsgemeenschap toe komt, is goed bezig en is er minder mee bezig, is er niet zo door bezeten. Ga je van bil, dan houdt het je niet bezig, dan ben je gewoon bezig. Dan is er geen scheiding van geest, ziel en lichaam of geslachten.

Dan loop je ook niet van de ene geslachtsgemeenschapsplaats naar de andere, je wandelt.

 

Wat heeft dit nu allemaal te maken met de mislukte federale regeringsvorming? Tenslotte bent u naar hier gekomen om daarover iets te weten te komen en niet iets te leren over seks, wat iedereen al lang weet. Alhoewel, tweespalt? Die regeringsvorming dus is mislukt onder leiding van Yves Leterme. Of was het Herman Van Rompuy? Of nu eens Olivier Mangain? En dan weer Bart De Wever? Of wordt het Karel De Gucht?

 

Het is dus Guy Verhofstadt geworden. Hij valt nu uit in zijn tegendeel. Vroeger viel hij samen met zichzelf: hij had zich verafstoot, ookéé zeg, verafgestoten, straks wordt hij half verafgegoden, ookéé zeg, verafgood.

Het werd verdraaid donker zeg in de tunnel. Maar wat heeft dit allemaal te maken met geslachtsgemeenschap? Zelfs Joost zou het niet weten.

Als we er alsnog mochten achterkomen, dan hoort u hier meer over op de volgende zitting van vers geschild.

In afwachting, we zijn nu zoveel jaren later al, duurt de slachting hier & daar nog altijd voort

lekker koppen snellen met Caravagiodubbel bloot
Advertenties

Open brief aan mevrouw Chris Van Camp


Beste Mevrouw, goede Chris,

 

Je campeert minder wild sinds je bij Klara een column voert. Zo kan ik beter volgen wat u van het hart moet en / of van de nieren maar bovenal wat er in je hoofd omgaat.

Ik schrijf je naar aanleiding van je column die je een paar weken geleden schreef bij het overlijden van Jan Wolkershttp://www.klara.be/ramblasblog/. Daarbij trof me dat je de tweede vrouw bent of de eerste feministe, wie weet, die openlijk vragen stelt bij dat feminisme. De eerste is een wijsgeer uit de Verenigde Staten. Ben haar naam kwijt.

Kijk, het zit zo. Samen met het marxisme en het communisme, is het feminisme een nevenproduct van Hegels denken. Sommigen durven dit denken filosofie noemen. Ik laat dit in het midden. Zelf heb ik er mee te maken gekregen in mijn opleiding en sindsdien laat ik dit in het midden. Daar heerst meestal twijfel.

Met de val van de Muur in Berlijn in 1989 en die van de Europese Commissie op 15 maart 1999, inderdaad niet toevallig 10 jaar later, vielen ook respectievelijk het  communisme en het feminisme. Wie weet nog (Wikipedia allicht) dat de Commissie onder Voorzitter Santer toen viel over het gekonkel van Edith Cresson, geboren Campion? Ja, een geboren kampioen. Het mag dan ook niet verbazen dat sinds 1999 de vrouwentongen loskomen en opnieuw bloeien.

 

In Hegels denkschema van these en antithese nu is de vrouw de these en het feminisme, niet de man dus de antithese. Met heer Bommel voeg ik hier aan toe: als ik zo vrij mag denken. Het is met name fout te denken dat de man de antithese van de vrouw is en het feminisme de synthese. Tegenstanders zullen hier gaarne opwerpen dat het feminisme wel degelijk synthetisch is. Vandaar allicht die allergie.

 

Is dit een flauwe woordspeling? Is elke woordspeling gedoemd flauw te worden bevonden? Of is dit een keiharde speling van het lot? Ik vraag het je, Chris Van Camp.

 

Mijn vrouw is namelijk allergisch voor synthetisch ondergoed en voor het feminisme, voor zover het de feeks een rechtvaardiging biedt om de man in de tang te nemen en er onder te houden. Ook hier weer heer Bommel: als u begrijpt wat ik bedoel.

Met dank voor zoveel begrip.

Komt er op tv een zoektocht naar de eenzaamste mens?


Er is alsnog geen sprake van maar het kan altijd komen: op de treurbuis is alles nu eenmaal mogelijk, tegenwoordig.
 
Velen, vooral schrijvers, menen zich eenzaam of menen dat ze recht hebben op een "stuk" eenzaamheid. De verkaveling van de menselijke ziel in het postindustrieel tijdperk lijkt niet gebonden aan beperkingen. Wie stelt hier perk en paal? Kan een teeveeprogramma de ultieme eenzaamheid doorbreken?
Sommigen drijven het zover dat ze een zielenknijper onder de arm nemen in de vege hoop dat die paal en perk stelt aan die verkaveling.
 
U begrijpt dit niet of, erger, vindt dit praat voor psychologenvaak. Misschien kan ik het verduidelijken aan de hand van een wat gelekt politierapport. Ik haal aan: "Om vijf uur ’s morgens viel een geregelde brigade van de federale binnen in het villaatje van Z te X, in de wijk ‘Het verdronken kalf’. De huiszoeking vermeldde bewijsstukken te zoeken voor bendevorming met het oog op valsheid in fotografische geschriften. We hebben niets aangetroffen dat wijst in die richting. Het was er wel een hele bende, zelfs een ware troep maar de heer Z woont er al jaren samen met zijn oude zelf, aldus zijn verklaring."
 
Er is echter slechts één soort mens dat echt eenzaam is: de spion. Doorgaans weet niemand wie hij is. Een enkeling – of soms twee – achter de schermen weet dat wel en zwijgt of hij wordt vermoord. Spionnen hebben per definitie geen vakbond en zijn dus doorgaans onderbetaald. Hun onkostenvergoeding krijgen ze slechts na veel vijven en zessen.
Schrijven spionnen gedichten om hun eenzaamheid uit te schreeuwen? Haast niemand die het weet, per definitie.
 
Op de onderstaande foto is een van beide kerkvorsten een spion.

Hoe maak ik er een buitengewone dag van?


Op straat lopen massa’s mensen op de uren van de dag. Laat ons zeggen tussen acht uur en twintig uur. Zoveel dat we er niet altijd acht op slaan. We kijken nauwelijks, we stappen door. We stappen dermate door dat we niet weten hoe we stoppen, tenzij we ons doel bereiken. Een winkel, een kantoor, een plaats waar we ons naartoe begeven.

We kennen eigenlijk niemand in deze massa. De voorbijganger is er onzichtbaar. Onder de voorbijgangers loopt een man over het voetpad en luistert naar het ronken van motoren. Hij lijkt geen doel te hebben. Hij wandelt en hoort het ronken van motoren op straat. Vrachtwagens, wagens, benzine-, dieselmotoren, bromfietsen, motoren met motorrijders.

Het doet er niet toe of het warm of koud is, of het regent of niet.

Het is al wat later dan tien uur, de stroom voorbijgangers vermindert. De man luistert en wandelt en hoeft niets anders te doen. Draagt hij een lange stofbaard? Of een haast exotische kledij? In Londen of Parijs is exotisch niet hetzelfde als in New Dehli of in New York of nog in Dakar. Zijn kledij doet er niet toe. En laat die baard maar vallen, hij draagt geen baard.

Even was er gevaar maar aldus is het alweer geweken.

Volgen wij een spion zonder dat hij het weet? Weten wij het dan? Zullen we het weten? Of is het zomaar een maan die zonder doel wandelt? Een spion die een geheim doel heeft loopt er ook zo bij om zijn geheim doel geheim te houden. De meeste spionnen in dienst wandelen of rijden met een wagen, waarvan de motor ronkt. Er zijn er die zich tevreden stellen met een taxi.

Ongeveer rond elf uur loopt de man een gebouw binnen. Een kwartier later komt hij buiten. Zo te zien, er hangen veel koperen naamborden, huizen nogal wat kantoren in het gebouw. Het is dus waarschijnlijk dat de man er buiten is gekomen met een papier. Of met gegevens opgeslagen in een chip. Er is nauwelijks verbeelding nodig om er een idee van te krijgen. We zijn dus volkomen gerust gesteld. Waarvoor? Voor zijn lot? Voor ons lot? Of is hij daar gewoon binnengelopen om bepaalde bewegingen te observeren, om er later terug te keren om er een diefstal, een inbraak of een aanslag te plegen? Dat is minder geruststellend.

Door zo na te denken zijn we hem kwijt in de mensenstroom die ontstaat rond de middag. Laten we wachten tot veertien uur. Spijkers wachten niet op laag water. Wachten wij dan tot de mensenstroom wegebt? Is dit Spijkernisse? Zoiets, eigenlijk een samenloop van omstandigheden, mogen we niet uitsluiten. Of heet de man Naegelmakers? Of is hij langs geweest bij de bank Nagelmaeckers? Het zou volmaakt kunnen en doet er verder niet toe. De Europese Unie heeft misschien met zich gebracht dat die kleine bank opgegaan is in een grotere.

Om achttien uur vinden we hem terug. Wat hebben wij al die tijd gedaan? Wat heeft de man al die tijd gedaan die we uit het oog verloren zijn?

Hij stapt uit een kroeg en zonder naar het ronken van motoren te luisteren neemt hij een bus. Als hij uitstapt stapt hij op een huis af, doet de deur open met een sleutel. Is hij thuis? Is dit zijn kasteel. Hij komt thuis.

(hier is het vervolg)

Een motor ronkt en spint

bij de gestage beklimming

          zie de worm al glimmen –

van de venusheuvel.

 

Zonder papieren zonder meer

komt hij eraan tot op de duur.

 

Kloof in de kunstberg

herbergt moderne kunst.

 

De kunst bestaat erin

de kloof in de heuvel

te dichten tot op de duur.

 

Gil ga met me mee

steevast en treder

overtreedt onderspit

wat valt hier te delven

op zo’n kluitje duif

in zo’n gleuf tot op

 

de duur dermate lopen gaat

dat loopt over en uit.

 (als je doorklikt naar profonde lalangue, krijg je hetzelfde + iets meer te zien)

Wat is er van de sport?


Help, daar komt Bert weer

 

Van Kamagurka hebben we geleerd hoe gezellig Bert het wel kan maken. Dat is echter buiten Anciaux gerekend, die bovendien nog eens Minister is. Van cultuur, bijvoorbeeld, waarvoor hij veel geld uittrekt en eigenhandig uitdeelt aan wie hij zelf wil. Of nog van sport, waar ze nu ook al weten wat Bert waard is.

 

De milde spot die Bert ten deel valt in het culturele middenveld slaat in de harde sportwereld om in regelrecht getackel. Een commentaarschrijver vindt dat deze jongen dringend tegen zichzelf dient te worden beschermd. Wat is er dan (nu weer) aan de hand?

 

Bert wil alle doping geheel weg uit alle sporten. Zoals we dat van hem gewoon zijn, gaat hij daarin kamerbreed. Beroepssporters en liefhebbers moeten eraan geloven. En mag het iets meer zijn? Jawel, de hele entourage moet er ook aan geloven. Eindelijk komen de huisdieren van de sportlui in beeld. Zoals we van Bert gewoon zijn, kondigt hij dat aan nog voor er maar een letter op papier staat. Bert verslijt nu eenmaal veel communicatiemedewerkers wanneer deze op zoek gaan naar een zinvollere invulling van hun taak.

 

Hij hoopt dat zijn decreet zal klaar zijn in de loop van volgend jaar. Waarom is die hoop nu al ijdel? Dit decreet moet eerst naar de Ministerraad. Daar kan men Bert bijsturen. Koppig als hij is, zal hij wenend de Ministerraad verlaten. Vervolgens moet zijn decreet nog de goedkeuring krijgen van de inspectie van financiën. Deze zal voorrekenen hoeveel mankracht moet worden ingezet om bijkomend de hele entourage te controleren, boven op de beroepssporters en liefhebbers. Allicht zal al vlug blijken dat bij gebrek aan politiestaat, zo’n controle in België onmogelijk is. Weer zal Bert huilend naar huis gaan. Soms huilt Bert ook van woede.

In de cultuursector kent men Bert al langer, zodat zijn sportverhaal behoorlijk voorspelbaar wordt. Van de grote dopingdrooglegging komt aldus niets in huis. Kop op, Bert, dat wordt slikken, dus slik er nog een.