Open brief van Herman J. Claeys aan zijn vrienden en oud-medestanders


Ik heb hier aan de toog begot met lede ogen gezien hoe de prijs naar mij genoemd net geen debacle is geworden. Ik ga geen namen noemen.

Jullie weten hoe ik mijn leven lang inspraak heb bevorderd en geëist. Nu ik er niet meer ben, ook niet elders begot, heb ik uiteraard geen inspraak meer. Ik schrijf deze brief dan ook gewoon om a. even stoom af te laten en b. de vrede te bewaren op aarde.

Eerlijk gezegd had ik liever dat er in den Hopsack een barkruk naar mij werd genoemd of dat er in Ruigoord een bank in de kerk naar mij werd genoemd dan dat er een prijs op mijn lijk wordt uitgeschreven. Prijzen zijn de laatste zaken waar ik aan zou denken. Voor mij waren alle dichters gelijk voor de Claeys en de wereld.

Ik ga dus geen van beide partijen in dit wereldvreemd conflict binnen de jury verdedigen. Als ik nog onder jullie zou geweest zijn, ik zou de jury naar huis sturen en de prijs gewoon afschaffen.

Vandaar dat ik hier enkel kan decreteren dat er geen prijs bestaat en mag bestaan naar mij genoemd. Ik vraag jullie uitdrukkelijk de hele prijs op te doeken en naar den Hopsack of naar Ruigoord te gaan om te bezinnen en aan iets anders te beginnen.

U zult zich allicht afvragen waarom ik den Tiefenthal als medium gebruik. Hij vraagt zich dat overigens ook af, zij het in mindere mate. Wel dat doet er niet toe want dat zou allicht weer concurrentie en nijd met zich brengen.

Geen meester noch knecht, geen hamer noch God.

Jullie Herman J.

 

PS. Deze brief heeft nogal wat stennis veroorzaakt, terwijl er eigenlijk veel te lachen valt. Ongewild heeft deze brief de teen geraakt van Henri-Floris Jespers, testamentaire executaire de ma part.

beste Marc, naar aanleiding van “betweter Tiefentahl” van Henri Floris Jespers, antwoordde ik hem: ” Marc kennende en ook Herman lachen we ons te barsten met je florissante sérieux!” . Het bericht in kwestie blijkt echter niet langer in de reacties voor te komen, tja! Als je reacties weglaat , heb je altijd gelijk denk ik dan maar: (Jo Peeters)

antwoord van marc tiefenthal:

ja; kijk, ongewild heb ik op zijn tenen getrapt en dat komt pijnlijk aan; kan hij niet mee lachen; de humor ontgaat hem daardoor helemaal. ik vind het wat spijtig maar ja, de keuze die Herman maakte als het om zijn vrienden ging kennen we onderhand wel. In elk geval is het een schande dat Mark Marcel Mekkers – die de ene na de andere poëzieprijs wint en voor de rest de geschiedenis vervalst – nu ook is gaan lopen met de Herman J Claeysprijs. Vandaar mijn stuk, en nog wel zonder uit te halen naar wie dan ook.

en dan nog dit, dus: http://mededelingen.over-blog.com/article-henri-floris-jespers-losse-notities-xxix-claeys-prijs-tiefenthal-en-rekkerkwekken-117938993.html

Antwoord van marc tiefenthal: ik heb me helemaal niet bekeerd tot het spiritisme, terwijl de geesten me af en toe een bezoek brengen. Geestigheid is overigens familie van spirit.

Herman leest voor, nooit de les

Herman leest voor, nooit de les

Advertenties

Dikke spoeling


ik schreef dit gedicht voor de zondagmorgentrofee op pomgedichten en kreeg er toch nog 15 punten voor: 

Wat wij ooit mede deelden in flessen,
we hebben het in ons teruggetrokken
en houden ons nu sterk op sterk water.

Want wat dacht je anders dat we eruit kotsten?

Wat wij in de mede uit flessen dronken,
bracht ons van de wijs,
blies ons van de sokken
tot wij oude bokken
ons te grazen lieten nemen.

Nooit meer willen wij zover komen
dat wie ons haat ons dan maar naait
en dat wie ons liefheeft,
ons niet meer herkent,
ons niet meer aait.

Wat wil je anders nog meer
dan straffe koffie of lustopwekkende thee,
grote marnier in kleine glaasjes?

Op de golven danst een fles
en in die fles een brief.

zo klonk de jury:

pom: het gedicht meerdere malen gelezen en dat is nodig blijkbaar. De waardering loopt op. Met name voor het tweede gedeelte, vanaf ‘naaien’ zeg maar wordt de contemplatie ingezet – maar wat wél? Deze vraag is het thema – rechtvaardigt de overwegingen. Het gedicht had bij de elfde regel moeten beginnen zegt het hart, tiefenthal heeft er een hoofd op gezet van 10 regels.

peter: Dikke spoeling – Krachtige uitsmijter. De aanloop er naartoe is wat lang. Mooie regel: ‘Nooit meer willen wij zover komen / dat wie ons haat ons dan maar naait’. Ook een fraaie ingetogen rauwheid. 

Wel, om tot het naaien te komen, pom, moet je door de eerste regels. Ze zijn niet wat jullie lekker vlot geschreven noemen, kan ook niet, in de toestand die hier geschreven wordt gaat alles stroef. Dus had je gerust 10 punten mogen geven.

mefistofeles_by_beatriza-d3fizk3duvelbagdad-cafe-screenshot

Het was trekken in den Hopsack


Donderdag was ik in den Hopsack voor het eerst sinds het algemeen rookverbod is ingegaan. Hoeveel gesprekken werden er niet onderbroken omdat een van de gesprekpartners dringend naar buiten moest. Regenweer en toch staan paffen. Ik kwam gelukkig voor de gastdichter. Het was de beurt aan Maarten Inghels. Sinds we hem ooit van straat hebben gehaald en Vers hadden Geschild, heeft hij al twee bundels uit en is hij anderhalve centimeter gegroeid.

Hij zong de lof van de bruine café’s, een soort die met uitroeiing wordt bedreigd.

Zijn gedichten waren ogenschijnlijk wirwar gekozen en toch vormden ze een drie-eenheid. Ik was de enige niet die 1 & al oor was, dat was ook meer dan de helft van den Hopsack.

Wist u overigens dat den Hopsack het enig literair café is in België? En dat het vrij regelmatig zijn identiteit in vraag stelt maar niet anders kan?

De muzenval heeft er nu haar vaste stek. Frans Vlinderman en Bart van Peer kwijten zich uitstekend van hun taak als muzenvallers. Opvallend ook dat de stichting achter de Muzenval ook steeds haar voorzitter en haar Willem stuurt. Veel beter dan haar kat.

Op de foto: Maarten op weg naar den Hopsack

Boswandeling


1. Over het bospad,

in de luwte van licht en wind

van een droge zomerdag

verschijnt een hert.

.

Zoekt het te drinken,

zijn mond te drenken

en verdwijnt het dan weer?

Dan moet het weg

van het bospad.

.

Waar staan wij nu weer?

Tenzij in het hart

dat sneller slaat.

.

 

2. Zolang we daar aan toe komen

en niets ons in de weg staat,

slaan we het andere pad in

langs velden.

.

Kunnen we ooit een haas

in volle haast ontlopen?

.

Terwijl er geen haast is.

.

We halen onze neus op

uit de papieren, heel even

rechten ons hoofd

en zien de zon zakken.

.

Zonder haast.

Aha, Kahn


Niemand hoefde een woord te voeren

om andere woorden te ontvoeren, niemand

hoefde te preken tegen beter weten in van complottheorie.

.

Niemand heeft op de pianist geschoten,

hij had zijn instrument al verlaten.

Niemand neemt het het politie- en gerechtapparaat

kwalijk de tijdrit te hebben gewonnen.

.

Niemand nog wil tegelijk

het hemd en de rok van het lijf

lopen en scheuren.

Fijn? Tof!


Slecht nieuws: België zwelgt in het stof. Dat is niet fijn! Jawel, precies het is fijn stof.

Goed nieuws is er dan weer van het meetpunt Zebrastraat (.com of .org) te Gent. Daar was het gisteren te doen. Wat dan? Het Kluger Hans effect. Halt! Laat het me uitleggen, zodat het stof wat kan gaan liggen.

In het begin was er een paard en het paard heette Kluger Hans. Het heeft de annalen van de geschiedenis gehaald omdat het zou kunnen rekenen.

Vandaar was het een kwart reuzensprong om die naam aan een letterkundig tijdschrift te geven.

Wie gisteren in de Zebrastraat een paard zocht, vond een tijdschrift. En hoe?

Twee verwantschappen 

1.      Afstand bedriegt niet alleen,

bedreigt ook wie dichter.

Hij steekt niet dan toe

met woorden, kralen kersen,

dralen wieken.

 .

De definitie van haai

grijpt hoog om ons heen.

Hans draaft dapper door.

 .

Onthaard waart een ziel

rond in ether en cyber.

 .

Voorts vallen vrouwen op met halfvet,

zacht blinkend haar.

 .

2.      Ik doe hier niet aan,

aan schoonschutschrijverij

aan tijdroof zomeruur

aan schimpen op de Aldi

aan kutslijmsporen trekken in de Hema.

 .

Hier doe ik niet aan mee.

 .

Hoefgekletter klugert hans hierheen.

Niet naar Kaïro maar naar Griekenland, Marleen Temmerman?


anatomy

Eerlijk gezegd was er nog een reden om verleden week niet naar Kaïro te gaan: ik werk al een tijd aan een wereldomvattende gedichtencyclus. In afwachting verschijnt hier dan dit soort bedenkingen en te grappige of te gekke wendingen. (klik eens op ‘anatomy’ hierboven, dan krijg je nog wat te horen ook)

De zee vatten in een plas water, nog voor die opdroogt, het land vatten nog voor het wordt volgebouwd, de lucht laten zien toen hij nog niet vol hing met draden, kabels en satellieten: het is voor de dichter uiteraard een koud kunstje maar het gaat niet vanzelf. Hij zweet er op.

Tussendoor kwam Marleen Temmerman gefietst, lekker vrij in het wiel, zonder echt door te trappen, zeg maar. Ze bewijst waarom de meeste zoekopdrachten naar seks en geslachtsgemeenschap op dit blog belanden en nu dus bij haar. Ze had, zegt ze achteraf, d.i. als het te laat is, bij wijze van grap gesuggereerd om naar oud-Grieks en Midden-Afrikaans voorbeeld, de vrouwen in staking te laten gaan tot er een nieuwe federale regering gevormd is. Benen dicht, dames, geen geslachtsgemeenschap tot jullie, heren, zover zijn. Kom eens terug als het klaar is. Overigens, wat dat oud-Grieks betreft: het was een grap, verwerkt in een blijspel uit het oud Griekenland. Die Afrikanen hebben dat dan wel weer gedaan en na maanden palaveren was er twee weken na de staking een nieuwe regering. Wat hebben we daarmee gelachen.

Uiteraard heeft mevrouw Temmerman in haar onwetendheid als vrouwenarts, seks verward met geslachtsgemeenschap. Dit is geen grap, helaas, maar wel degelijk en betreurenswaardig onwetendheid, of gebrek aan kennis van het Nederlands. Waarom dan uiteraard? Omdat verwarring zaaien en scheppen in deze tijd meestal per abuis gebeurt. Anders is er sprake van voorbedachte rade en is het strafbaar. De gemeenschap straalt verder af (zie foto) van het gezicht van de engel en de aartsengel (assange et l’ange gabrielle) die bij gebrek aan geslacht niet tot gemeenschap kunnen overgaan.