Open brief aan Hendrik Vuye, onafhankelijk lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers van het Koninkrijk België


Afschrift aan Dirk Van Bastelaere

 

Geachte heer en hoogleraar,

 

Toen de Muur viel in Berlijn en de Sovjet Unie implodeerde, was het voor de oorlogsmakers afgelopen met de derde wereldoorlog, ook wel de koude oorlog genoemd. Ze gingen dan ook op zoek naar een vierde wereldoorlog.

Ze stichtten daartoe een club met een webstek, want dat was toen in de mode, en noemden zichzelf new american century punt org. Lange tijd kon je daar lezen hoe ze zich voorbereidden op de vierde wereldoorlog. Dat nieuws, ontdekt door een hoogleraar van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven, mocht niet bekend worden gemaakt. Het is alsnog gebeurd in het programma Rondas op Klara.

De club bestond uit enkele voormalige progressieve hoogleraren die zich hadden bekeerd tot het ware conservatief oorlogsdenken, het gewone zootje profiteurs – handelaars in olie en bouwstenen, drugs en slavinnen, en wat jong aanstormend talent. Ze besloten op voordracht van een infiltrant van de Mossad de islam tot nieuwe vijand te bombarderen. Wijlen Jef Lambrecht heeft het ontstaan en de samenstelling van die club mooi beschreven.

Op dat ogenblik werden grote groenten zoals Bill Clinton of Tony Blair bezocht door moslims van de soefi strekking, die tot toen de enige was die zich recht in de leer mocht noemen. Met heimwee denken velen nu terug aan die tijd toen deze godsdienst de vrede predikte.

Maar daar moest dus een einde aan komen. Van soefi was geen sprake meer, het waren ineens allemaal ofwel sjiieten ofwel soumieten en de hele winkel uit Tel Aviv werd aangesproken om de geesten aldus rijp te maken (de afdeling desinformatie van de Mossad). De andere afdeling van dit instituut werd ingezet om de show op te zetten rond 11 september 2001 in New York, weet je wel en zoals iemand van die club toen zo welsprekend stelde: ze hadden hun Pearl Harbour (dat is een CIA operatie geweest waarbij de schijn werd gewekt dat Japanse vliegtuigen de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour aanvielen; de VS besloten pas toen in de tweede wereldoorlog mee te stappen, wat de bedoeling van de manipulatoren van toen was).

De vierde wereldoorlog kon beginnen, en begon met de onnozele, totaal overbodige doch voor oorlogsstokers zeer lucratieve inval van de VS in Afghanistan, waar de Taliban zich al hadden overgegeven. Dat nieuws werd heel lang geweerd uit de media maar is onlangs toch aan het licht gekomen, nog wel in Knack. Enfin, er was dus een vijand en dus werd het oorlog.

En wat doet u nu? U schudt los uit de pols in een bijdrage jawel in Knack een cijfer. Ik kan ernaast zitten, dat is toch niet belangrijk maar u stelt dat pakweg 90 procent van de inwoners van het noorden van België komaf wil maken met de islam. Zo groot zou het draagvlak zijn om in ons land deze godsdienst te verbannen. Ik verheel niet dat sjiieten en soemieten het ondertussen behoorlijk bruin bakken maar ze doen dat vooral onderling. Maar de extrapolatie die u maakt, doet mij veronderstellen dat u op een of andere manier, er zijn er twee, betrokken wordt bij deze oorlog. Als naïef persoon zult u allicht gemanipuleerd worden in deze. O ja, naïef, dat betekent goedgelovig. Of hoe alles, ook uw kar, rond geloof draait.

 

Slaap zacht, brave Hendrik

dirk van bastelaere ko

11_september 2001

Advertenties

Open brief bij wijze van open doek aan Maarten Inghels, dichter en stadsdichter van Antwerpen


Betreft: je Scheldetocht

Het  is gewaagd een dagboek over een voettocht langs de Schelde als stadsgedicht aan de man te brengen. Via via de wegen die mij eigen zijn kon ik het document lezen; ik las het voor ik mijn ontbijt nam, op de nuchtere maag. Het smaakte.

Het is geen gedicht geworden maar een dagboek. De grote voorganger in deze is Basho, de Japanse dichter die te voet naar het noorden van het eiland trok, langs een nauwe weg. Hij hield daarvan een dagboek bij waarin hij af en toe een haiku liet vallen. Ik vraag me trouwens af of Basho niet de haiku heeft ‘uitgevonden’. Bij jou is de tekst van je dagboek doorspekt of doorregen met poëtische invallen en uitvallen, zonder op de bladspiegel aan te geven dat het gedichten zijn.

Ik rij vaak met de fiets langs de Schelde tegen een gemiddelde snelheid van twintig kilometer per uur. Ik mis in je dagboek de plekjes die ik zo enig vind, waar ik soms stil sta of mijmer. Het is alsof je die plekjes niet gezien hebt.

Het is overigens een huzarenstukje wat je daar gedaan hebt, schrijven “pris sur le vif”, op heterdaad. Basho deed dat ook. Zelf heb ik het ook ooit gewaagd. Ik zal het nooit betreuren, integendeel. Het is me zo goed gelukt dat het aanleiding gaf om van een verhaal dat ik had geschreven en dat nogal kort uitviel, gewoon een heus boek te maken.

Hoe dan ook hoed af. Behalve Basho heeft niemand voordien het gewaagd te doen wat jij gedaan hebt. Ja, ik weet wel dat je thuis je tekst wat hebt bijgewerkt, gesnoeid allicht. En dat je dat stuk kaas hebt weggegooid … wie zal het je kwalijk nemen?

basho

Voor- en nageslacht


Een mens is maar een mens en is ook een beetje een dier. Hij plant zich voort en is zelf ooit door voortplanting boven gekomen. Voor- en nageslacht kortom. Met het oog op dat laatste vind ik het belangrijk dat mijn vele letterkundig werk in boekvorm wordt uitgegeven.

Ik heb in mijn schrijversbestaan al heel wat uitgevers versleten. Op een na allemaal weinig duurzaam. Mijn laatste was zelfs zo goed om ermee te dreigen mijn boek te vernietigen als ik de voorraad niet opkocht. Mafiapraktijk, kortom.

Als zo’n uitgever een boek uitgeeft, gaat dat om honderd tot vijfhonderd boeken die hij laat drukken en dan probeert aan de man te brengen.

Deze manier van werken is achterhaald. Na zes maanden blijkt een boek bijvoorbeeld al niet meer beschikbaar. Ofwel ligt het in de Slegte, ofwel in de kringwinkel of nog is het versnipperd. Deze manier van werken is kortom waanzin.

Ik heb echter kennisgemaakt met een uitgeverij die dit alles wil verhelpen zodat mijn nageslacht nog steeds een boek van mij in handen kan krijgen.

Als het zover is komt op deze webstek een nieuwe rubriek waarin je de beschikbare titels vindt en een link om ze te kopen. Wordt dus waarschijnlijk vervolgd.

Vervolg:

Zopas kreeg ik van betreffende uitgever bericht dat mijn ontwerpbundel “Tot welzijn van otters en hamsters” in zijn smaak gevallen is en volgend voorjaar reeds zal verschijnen. 

 

sprekend als ezel in Gent tussen de wolven 2 mei 2016

Le quasi éternel retour à la Fondation


 

Verbeke, Kemzeke, ik ben er in de tien jaar dat het bestaat, nu toch al vaak genoeg geweest om gewag te maken van een haast eeuwige terugkeer naar het zelfde en toch niet. Toch niet hetzelfde.

Gisteren was er de najaar haast wintervernissage. Ditmaal geen maniakale surrealisten noch enige surrealistische maniak. In de ‘galerie’ twee werken van mijn vriend Guy Vandenbrande, zwart-wit nog wel. Veel collages en terecht. Van ene Oey Tjeng Sit. Nooit van gehoord en wat een ontdekking.

Beelden zijn in deze sprekender dan ooit. Dus tot hier de tekst

het-werkde-kunstenaarheyboer-collectie-verbekekrasse-thief-kemzeke-13-nov-2016

 

Open brief aan de burgers van de Verenigde Staten


Mevrouw, mijnheer,

U hebt zich vergast. U hebt gekozen voor een monster uit duistere tijden en u dacht voor een olifant te hebben gekozen.

Toen dat varken van een president Bush Afganistan aanviel, wisten jullie niet eens waar dat land zich bevindt. Die kleine Bush, den Vandenbussche, dat was niets, een pop in de handen van de barbaren van newamericancentury.org. Wie gaat er schuil achter die hormoongevulde rug van jullie nieuwe president?

Den jonge Vandenbussche werd niet verkozen. Zijn ‘club’ heeft het verkiezingsresultaat ‘omgebogen’, gemanipuleerd. In deze nu bestaat geen twijfel, nietwaar. Indertijd zijn enkelen onder jullie hun ding komen doen bij ons. Een ervan zei: ‘Ja, Vandebussche als president, wij schamen ons. We moesten tot hier komen om dit te begrijpen.’ Want thuis begrijpen jullie geen snars.

Jullie zijn onwaardige burgers. Jullie vertrouwen het bestuur van jullie land toe aan een gewezen miljonair die bankroet is gegaan.

Sinds 11 september 2001 is de Amerikaanse droom vervlogen. Vandaag is het een nachtmerrie geworden.

Kom niet zeuren noch huilen bij ons, noch om geld vragen. Blijf waar jullie zijn en huil.

 

olifant11_september 2001

Wat was me dat een inspiratie!


Via wegen die geen enkele god zou willen doorgronden kwam ik gisteren op uitnodiging nog eens in Eindhoven terecht. PoëZie aan de beek heette het. Ik wou best aan de beek, ik zit anders al genoeg aan de poëzie.

Ik besloot de heenreis wat vroeger aan te vatten, her en der waren er problemen op de autoweg. De eerste vijfentwintig kilometers legde ik af in een uur. Er kwamen enkel ongevallen bij. Resultaat: ik was te laat maar had de organisatie verwittigd.

In Nederland is zowat alles georganiseerd, zelfs het landschap. Wie niet georganiseerd is, is ofwel autonoom ofwel een stelletje ongeregeld. Ik kwam terecht in een stuk georganiseerde natuur, op anderhalve steenworp van de luchthaven van Eindhoven. Overal bordjes, parkeerplaatsen, verharde paden, verderop zelfs onverharde doch verzopen paden. Er zou die dag een poëziepad worden ingelopen. In die toch al georganiseerde natuur zou de wandelaar een meerwaarde krijgen: her & der verspreid duiken gedichten op in het landschap. Laatst was ik in de kruidentuin in Antwerpen en daar duiken er ook op. Een kruidentuin moet een van de eerste georganiseerde stukken natuur zijn.

Ik heb me inmiddels verzoend met de menselijke organisatiedrang.

De afspraak was gepland in het inspiratiecentrum. Beter kon niet. Er was nog altijd een onweersdreiging dus zou het pad niet worden ingelopen, enkel ingelezen in het inspiratiecentrum. Hoe je aan zo’n naam komt? Ik zou het willen weten.

Naast organisatie van alles & nog wat is Nederland van oudsher een land van gedichten. Bij heel wat gelegenheden kruipen Nederlanders in de pen. Een Nieuwjaarsvers. Een geboortevers. Een afscheidsvers. Brave gedichten doorgaans, strak in een of andere vorm. Vormvast heet het dan. Men schrijft het om het vers, niet om de dichter. Daar zaten er heel wat van tussen. Sinds ik opgetrokken heb met Herman J. Claeys, heb ik me verzoend met deze verzendrang.

De organisatie van dit poëziepad lag in handen van een heuse commissie. Die had op haar beurt een beroep gedaan op Ronny Dijksterhuis voor de invulling van het omkaderend programma. Hij nodigde dichters uit, leidde ze in, stelde ze voor en liet ze aan het woord. Een organisatie op zich, uiteraard.

Het werd een gezellige bedoening, mede aan de hand van twee kleinkunstenaars, zeg maar zangers met gitaar. Het werd voor mij zelfs nog een prettige bedoening, daar ik kennis mocht maken met een van de vele dichters die al eens verschijnen op pomgedichten punt nl. De voordrachten verliepen netjes volgens de lijnen uitgezet door de organisator. Ik heb me daar al lang mee verzoend, hoewel mijn allereerste podiumoptreden, in Eindhoven nog wel, nog verlopen is volgens de anarchistische beginselen. Dit mag zeker worden vervolgd.

Wat moet een heiden in een heiligdom?


Heeft niet elke stad zo’n schat ? Geen enkel onderzoek kan dit bevestigen.

Sint-Niklaas, hoofdstad van het Waasland, met het grootste marktplein van het land, heeft als schat de dichter Daan Antheunis, voormalig cultuurschepen en sinds zijn pensioen nog enkel bezig met kanker, poëzie en beeldende kunst.

Hij stopte me ooit een kleinood in de hand, een ultra-pocketbundel gedichten, Reistijd. Zoiets noemt hij dan bibliofiel. Het past in de borstzak van een hemd. Het laat je niet meer los. Het overschaduwt zijn andere bundels, die wat kloeker ogen.

Hij had al plannen voor een vervolg op dit kleinood toen er weer eens een kanker de rotkop opstak. Alweer kreeg hij die in bedwang en onthoofd.

Met een jaar vertraging is nu het vervolg klaar. Het eerste is treinreizen door Frankrijk naar de Provence. Het tweede betreft autorijden door Frankrijk en stoppen in Laon.

Daan is een gezapige, gestructureerde mens, te groot voor Romaans, op maat voor Gothiek. Daarvan puilt Laon uit.

Hij heeft niets met heiligen, noch met god en toch stapt hij binnen in de kerk van Laon, een kathedraal. Voor minder gaat hij niet. Als hij langer schepen van Sint-Niklaas zou zijn geweest, zou de stad nog grootser uitgevallen zijn.

Van dat eerste kleinood blijft geen enkel exemplaar meer over. Een oplage van honderd, is dat veel? Ja, in poëzie in een klein taalgebied en zonder distributie. Bij de voorstelling van het tweede was al meer dan helft verkocht.

Zoek maar eens in de (boek)handel naar uitgeverij de kleine Danthe…

daan te gast bijj jean-jacques R.

Restlicht is er altijd

 

Blauw achter het hoofdaltaar –

wie doorgrondt hart en nieren?

Blauw van oktoberdruiven,

o hoofd vol bloede en wonden.

Blauw van vaders overall,

van aders op zijn hand.

Blauw aan een nachtrand,

voor schaduw zwart wordt.