Niet alleen geluk kent zijn bron (6)


Op een dag kreeg ik het, tegen de gewoonte in van zijn uitgeverij, gedaan een afspraak te maken met Rein Bloem, in Amsterdam. Hij heeft nogal wat dichters vertaald, Joyce, Mallarmé, later Wallace Stevens, ook zelf gedichten geschreven. Deze man moet een enorme antenne hebben. Bij een eerste aanblik van mij en mijn gedichten, plaatste hij die laatste in een traditie, waarin uiteraard ook weer Paul van Ostaijen opduikt. Bovenal gaf hij me een (levens)opdracht mee: het is best noodzakelijk de taal uiteen te halen, maar wat doe je met de stukken?

Korte tijd later debuteerde ik op de radio, kwam er een bundel en stopte ik met schrijven.

3.    Zelf in stukken – wederopbouw

Gestrand en met mijn ziel in stukken belandde ik bij Baudouin, vriend sinds jaren en dichtste toeverlaat. Hij had het verwacht dat ik op een dag op die manier bij hem zou belanden. Immers, ik was niet meer toe aan datgene waarvoor ik op de wereld was. Aldus sprak Baudouin en het troostte me, verlichtte me. Meteen gaf hij me een link om mee te werken aan een beeldend project. Zo schreef ik “Rondoods”. Dat zegt genoeg. Ik verhuisde naar Brussel, reisde er rond mijn kamer, verhuisde verder naar Antwerpen, nog steeds in stukken. Die reis rond mijn kamer was niet meer geweest dan een aanzet tot wederopbouw: ik overzag en inventariseerde de stukken, maar vond geen plan, geen wederopbouwplan. Dra zou ik een architect ontmoeten, via zijn zoons, de schilder en schrijver Serge Largot. Hij lichtte me door – ‘staatsgevaarlijk’ – zat er soms op, soms er naast, spaarde geen krachten om me met raad bij te staan. De beste raad gaf hij mee zonder veel commentaar. Op een dag gaf hij me een tweetal boeken mee, om te lezen of gewoon in huis te hebben, twee weken, niet langer. Een ging over het plantenrijk volgens Goethe, het ander over kunst en schepping. Ik las dit laatste en wist het meteen. Veel van wat ik hier niet schrijf, is daarom belangrijk dat het onderhuids werkt. Ik breng het niet zozeer aan de oppervlakte, als wel in de praktijk. Nee, geen betoog meer.

Van toen af kon ik met Serge zeer goed praten, wat wij deden in het taaltje dat we schreven, en waarnaar we beiden onze kunstenaarsnaam hadden genoemd. Van toen af ging het me beter, niet zozeer voor de wind, dat was het soms, maar ik was niet langer voor een gat te vangen, had zowat mijn prioriteiten en daarmee mezelf vastgelegd, uitgestippeld. Het was grotendeels gebeurd via intuïtie, deze kennis die zich uit van de hak op de tak, hiphop, triphopsgewijs, die men verkeerdelijk vertaalt als gevoel en hooguit iets benadert als aanvoelen. Het veronderstelt antenne maar evengoed een grondstation, gekoppeld aan een goed geprogrammeerde verwerker. Zonder die wordt het flipflop. De wederopbouw begon, in mijn gedichten kreeg stilaan, uit de verbrokkeling, een wereld vorm.

Voor het overige zijn mensen nu eens klankbord, dan weer … tja, wat nog allemaal. En zal ik het hier allemaal uit de doeken doen? Verbindingen leggen, allicht wel. Hoe dan ook, er staat op deze bladzijden al flink wat op een rij, met dwarslijnen, het gaat om mijlpalen. De stoffering van de ruimte ertussen mag dan minimaal zijn, dit is om de aandacht niet af te leiden.

 

(op de foto’s hieronder Serge Largot en Rein Bloem, beiden zaliger)

Largot boven water gekomen in formaatrein bloem 2

Een gedachte over “Niet alleen geluk kent zijn bron (6)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s