Dagboek van de week van 13 april – vervolg


Frank de Vos was er niet. Pleegt hij landverraad? Jo Peeters niet gezien. Zijn telefoonnummer is niet langer toegekend. Is het dan afgekend? Afgewezen? Na jaren afwezigheid was er wel Frans Vlinderdingesman, pardon Vlinderman.

Toch zat den Hopsack afgeladen vol, deze donderdag, de tweede van de maand april. Voor een A vier, een letterkundig vlugschrift. A vier, een model van Audi, een ontslagformulier of een papierformaat, nu dus een vlugschrift.

Te veel dichters voor een A vier. Indrukwekkende voordracht van Lies van Gasse. Een meeslepende, goed brullende Andy Fierens. Een Minneboo of zo die haar naam helemaal waar schrijft.

Daardoor te weinig tijd voor te veel dichters op het open podium. Ik doe mijn vluggertje dat stennis veroorzaakt heeft in cyberspace en Nederland: Vaak …. En “grafdelvers aller landen, ontbindt u!” O, wonder, pas geschreven die laatste, leg ik vanzelf de klemtonen op de juiste plaats, haal uit, haal in en sta versteld van het resultaat. Deze tekst neem ik nog vaker mee en moet ik zonodig vertalen. Er was geen tijd meer voor nog een gedicht.

 

De zin van de week: er zijn schepsels die best zo diep mogelijk gaan, bijvoorbeeld onder de grond (bij de dood van M. Tatcher).

Frank de Vos

Frank de Vos

andy fierens

lies van gasse

lies van gasse

Dagboek – week van 8 april 2013


1. In een artikel van Piet de Moor in Knack
(http://www.knack.be/nieuws/boeken/nieuws/de-literaire-legende-achter-moleskine/article-
4000275996341.htm) lees ik waarom ik niet in een moleskine schrijf. Maar wel, zoals dit nu,
in een Lidl-versie.
Mijn schrift heeft geen naam dan de mijne. De kunstenaar van mijn dromen ben ik maar ik
ben ook een ander.
De oplichterij moleskin, zo leert ons Piet de Moor, is ontstaan bij een sociologe. Samen met
economie vormt de sociologie de moeder of zo je wil de matrix van de oplichterij. Pim
Fortuyn? Socioloog.
Een moleskine wordt goedkoop gemaakt in China en duur verkocht daarbuiten. Nu trekt het
bedrijf dus al naar de beurs. Opmars van de oplichters.

je-est-une-autre

zo ziet het mijne er dus uit, zonder naam. Wat je hier ziet kost vijf maal meer en draagt die naam

zo ziet het mijne er dus uit, zonder naam. Wat je hier ziet kost vijf maal meer en draagt die naam

De Lidl versie waarin ik dit schrijf is allicht gemaakt in Taiwan en wordt minder duur
verkocht in de Lidl.
Vroeger kwam alle wijsheid uit het Oosten. Nu ook dat niet meer. Het is dure brol die uit het
Oosten komt.

2. Identiteit: wie ben ik (en wie niet)? Ben ik niet soms een ander? Doe ik me soms niet anders voor?
Ik las deze week, ook al in het weekblad Knack maar eigenlijk uitgesproken te Brussel tijdens het Passaportafestival, door nog wel een econoom: Wat is identiteit anders dan de som van onze beperkingen?
Identiteit zou dus niet zijn dat wat je van jezelf maakt voorbij die beperkingen.

Stel, tot je beperkingen behoort geldgebrek bij je familie en daardoor kan je niet naar school. Je kan toch op je eentje iets gaan leren zonder daarvoor te betalen! Word je dan anders? Ja zeker!
Wat die econoom beweert is makkelijk hanteerbaar maar te beperkend om waar te zijn. Neem nu de opperbosezel AB – naam en adres gekend ter redactie. Zijn visie op mens en samenleving is die van de roedel wilde bosezels die hij aanvoert. Instinctief uiteraard.
Dit veronderstelt bij de ander dat hij of zij de identiteit beperkt, in dit geval tot werkezel.

Zit daar dan hier & daar een individu, ja een enkeling tussen die erop staat zich als mens te laten kennen, dan gaat de opperbos wild tegen deze mens tekeer.
Voornamelijk met de voorpoten, wat de identificatie niet helemaal ten goede komt. Van de opperbosezel bedoel ik.

Voor die mens is het dan zaak – niet voor de hand liggend! – er bovenop te geraken, de teugels op te leggen, die strak te houden en met handen en voeten te besturen.
Het is me enkele keren gelukt. Dit feit voeg ik echter niet graag toe aan mijn identiteit. Ik wil me niet voor alles laten kennen als ruiter op een ezel.

man op ezel