Hoe breng je poëzie aan de man? Aan de vrouw gaat het als vanzelf


De Vlaamse Auteursvereniging, zeg maar de schrijversvakbond, heeft een onderzoek gevoerd naar de stand van zaken van de poëzie in het Noorden van het land.

Het resultaat is bedroevend.

Het is echter niet verbazingwekkend. Het is zelfs voorspelbaar.

Het siert de vakbond dat hij meteen ook voorstellen formuleert voor uitgevers, beleidmakers en boekhandels.

 

De voorstellen raken echter nauwelijks de kern van de zaak.

Laten we wel wezen: vanaf het onderwijs tot in het graf maakt men ons wijs dat taal doelbewust, doelgericht en doeltreffend moet worden gebruikt, als communicatiemiddel. De gemiddelde dichter, net als de gemiddelde mens, weet beter. Maar ziet ondertussen deze herleiding van de taal tot louter middel oprijzen als een bierkaai.

 

Taal is allereerst een scherm dat we bouwen tegen de ons vijandige werkelijkheid. Door de dingen een naam te geven, scheppen we afstand. Taal is bovendien een handig speelding, waarmee we die vijandige werkelijkheid naar onze hand zetten, al is dat dan een illusie. Daarom en daarom alleen kan een dichter het onnoembare met enkele woorden omsingelen, met heel veel woorden uitgeleide doen of met een muziekje laten horen.

 

Dat soort gedrag moffelen de gezagsdragers weg. Dat soort gedrag smokkelen de leerkrachten weg. Dat soort spel nemen de zakkenvullende beheerders van de ondergang van onze samenleving niet ernstig.

 

We moeten als dichters bovendien sterk genoeg in de schoenen staan om nee te zeggen tegen de verregaande verpoetsing van onze verzen. Uitgevers denken dat lezers liever een opgepoetst vers lezen dan een vers dat zich inhoudt en weinig meer uithaalt dan verzwijgen. Het resultaat is dat je tegenwoordig een bundel koopt waarin de lezer na veel zoeken een paar bladzijden poëzie vindt tussen al dat schoonschrijfwerk dat je erbij moet kopen.

 

Tot slot moeten wij, dichters gelijke behandeling eisen: bij uitgevers, bij boekhandelaars, bij ome Fonds. We zijn daarom blij dat de vakbond in die richting gaat: poëzie is slechts een marginaal genre omdat uitgevers en boekhandelaars dat decennia geleden zo beslist hebben. Zij hebben daarin echter geen spreekrecht noch het recht tot handelen. Het zijn de dichters en hun publiek die het eerste en het laatste woord hebben, al lijkt dat woord niet doeltreffend, noch doelgericht, weinig van communicatie getuigend en weet ik nog veel meer aan onzin.

 

We roepen ons publiek om zeer assertief te zijn. Als jullie in een boekhandel de bundel niet vinden die jullie willen kopen, zeg dan tegen die boekhandelaar dat hij of zij beter het woord boekhandel schrapt boven zijn etalage. Of dat hij dringend een cursus volgt om opnieuw op de hoogte te zijn van wat een boek nu precies wel is. Een lustding, een worstelding, een wereldding, iets waar je met lust aan begint en eindigt, iets waarmee je worstelt, iets dat een wereld opent.

Advertenties

Een gedachte over “Hoe breng je poëzie aan de man? Aan de vrouw gaat het als vanzelf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s