De geheimen van de tuinman ontsluierd (Les secrets du jardinier dévoilés )


  1. We moeten dan wel onze tuin kweken,

Candide, het einde voor jou,

een begin voor anderen.

.

Voltaire werd er beroemd mee.

Hij hoefde niet te zwijgen.

Ik heb jaren gezwegen

en mijn tuin gekweekt.

.

Een geheime tuin

die ik nu open,

einde en begin.

.

2. Kennen wij het pad

dat leidt naar de zwarte roos

in duistere nacht,

in het maanlicht?

We sloegen een weg in

die geurde naar jasmijn,

aroma van avondthee.

.

Voor de dag

zich liet doorboren

door de nacht

.

in het maanlicht.

.

3. De roos mocht dan al

met geweld zijn overgeplant,

ik vond het pad terug

en bracht haar mest.

.

Ze werd uitgerukt

en sloeg zwart uit.

.

Ik werd van ’t zwart bevangen.

Tegen heug en meug verloor ik

het rozenperk. De doornen

hadden me gestoken.

.

Alle wegen leiden naar Ergens,

behalve naar Rome of Parijs,

het aroma van jasmijn

of het paradijs.

.

4. Ik zocht een andere wereld op

geen ander leven viel me te beurt,

ik vond opnieuw rozengeur.

.

Naarmate de maanden

de jaren vorderden

gaf het perk leven

aan nog een zwarte roos.

.

Ik ben in die wereld gebleven,

kweekte mijn rozenperk voort,

rukte de zwarte roos weg,

gaf mest aan de grond

en

er groeide een gele roos, een ander leven.

.

5. Moeten we lachen, zullen we huilen

en wat als we – ja! – in schoonheid eindigen?

.

De tijden zijn er niet naar, nare tijden

met verschrikkelijke nieuwtjes,

verwarring, verveling, opschudding.

.

En zie, soms loop ik dan

en struikel in tegentijd heel even

.

met tenor sax en contrabas

mee tot

hemel en tuin elkaar omarmen.

 

Advertenties