Open brief aan Saskia de Coster


Beste Saskia,

Werd het niet stilaan tijd? Ik had je dan al eens wat geschreven en bij de Buren had ik dan al eens wat van je gelezen. Kwam ik je tegen, dan goedendag, uiteraard. Maar een de Coster lezen, een boek van jou, daar ben ik nu pas aan toe.

Eeuwige roem.

Ik mag er toch vanuit gaan dat je je nog herinnert dit te hebben geschreven?

Een boek met veel kantjes, veelkantig dus, af.

Ik had al eerder het vermoeden dat je met een onbegrensd, wereldomvattend inleefvermogen opgezadeld zit en begiftigd bent. O worsteling om daaruit een boek geschreven te krijgen. En is Babs dan niet een beetje Saskia die het Grote Boek wil schrijven en wat een worsteling het is om daartoe te komen?

In die onwaarschijnlijke zin is het een levensecht boek. Het echte leven speelt zich blijkbaar helemaal van binnen af. Ook het onechte leven, trouwens. Veterberg heet de plaats. Voor hetzelfde geld had die anders geheten, nietwaar? Maar zeker niet Leugenberg, Ekeren of Ter Monde. Tenslotte heb jij het een naam gegeven.

De mens komt er in je boek bekaaid van af. Het leven is in eerste aanleg dan wel een geschenk, gaandeweg wordt het een onmogelijkheid. En zie: enkel door te schrijven kom je er mee weg. Of door er een einde aan te maken of door er vroegtijdig aan te worden ontrukt.

Bovenal krijg ik als lezer een wereld te zien waarin het leven eigenlijk overbodig is (er is al genoeg leven zonder dat er nog moet bijkomen). Al wie nog geboren wordt, krijgt er meteen een loodzware hypotheek op zijn of haar rug geplakt. Wat dacht je trouwens van dit stuk?

Er is iets van aan maar toch… Enfin, wie weet duurt het niet meer zo lang vooraleer ik een volgende lees van de Coster.