Boswandeling


1. Over het bospad,

in de luwte van licht en wind

van een droge zomerdag

verschijnt een hert.

.

Zoekt het te drinken,

zijn mond te drenken

en verdwijnt het dan weer?

Dan moet het weg

van het bospad.

.

Waar staan wij nu weer?

Tenzij in het hart

dat sneller slaat.

.

 

2. Zolang we daar aan toe komen

en niets ons in de weg staat,

slaan we het andere pad in

langs velden.

.

Kunnen we ooit een haas

in volle haast ontlopen?

.

Terwijl er geen haast is.

.

We halen onze neus op

uit de papieren, heel even

rechten ons hoofd

en zien de zon zakken.

.

Zonder haast.