Open brief aan Josse De Pauw


Betreft: dioxine

Beste mijnheer De Pauw, goeie Josse,

Ik ben aan het werk gegaan. Aan jouw werk, zoveel jaar na datum. Indertijd had ik er al wat van gelezen, niet toevallig in de Standaard. Toen las ik nog kranten. Ik heb, toen je boek uitkwam, het cadeau gedaan aan mijn moeder. Het genoegen waarmee ze het gelezen heeft is in geen andere dan lyrische woorden te vatten. Dat valt niet meteen buiten deze brief maar toch. Onlangs kocht ik het boek op mijn beurt en begon het te lezen. Herlezen, was het, voor sommige stukken. Doorlezen ook. Of aha lezen. Zoals met dioxine.

Het is nooit duidelijk voor de lezer of de schrijver nog weet wat hij geschreven heeft. Weet jij het nog, met dioxine? Dat stoofpotje, je blote knieën, dat gele jasje van Coca Colla uit Deurne, hoe de tsjeven, Van Peel incluis, zijn afgegaan. En hoe de dichter een mens is met een visie. Of was het een visioen?

Voor de lezer is het evenmin duidelijk of de speelse eenvoud van je werk er gekomen is door nachtenlang te schrappen en bij te werken – echt werk, dus – dan wel van bij de tweede of eerste geut – geniaal, kortom. Dat doet er trouwens niet toe, het is het resultaat dat telt. In ieder geval is het stukje dioxine iets om jaloers op te zijn. Niet als lezer maar als schrijver.

Van heel die kwestie herinner ik me minder dan wat, tenzij de afloop. Een maand of zo na de verkiezingen, zat ik in Londen over de Thames te kijken. Thuis kan ik dat trouwens ook, in Temse over de Thames kijken, daar heet die dan de Schelde maar dat is een detail. Ik zag daar toen nog de Millennium Dome, die later zou afgaan als een gieter. Tenslotte is heel dat millenniumgedoe met bug en alles in alle discretie aan ons voorbijgegaan. Kortom, het was 1999.

Toen ik daar zo zat, samen met een andere Belg, we hadden de vergadering er op zitten, vroeg een van die Britten ons of we kip hadden gegeten in de bewuste periode. Je weet hoe bewust die Britten wel zijn, nietwaar. Ik hoefde geen halve minuut na te denken. “Uiteraard hebben we er gegeten, voor zover we kip konden vinden. Er vinden was veel moeilijker”. Die Brit weer: “Hoezo?” Waarop ik: “Wel, tegen de tijd dat we wisten dat er iets aan de hand was met de kippen, was het te laat. Dus konden we er best maar eten. Trouwens, dat was het punt niet. Het was zaak ons te ontdoen van die dikkerd die onze eerste minister placht te zijn. En dat heeft gewerkt.” Die Britten leken uit hun lood geslagen, zaten daar en zeiden niets. Toen gaf ik maar de doodsteek. “Hoe zijn jullie van Maggie Thatcher af geraakt?” Toen konden ze lachen, zij het niet echt opgelucht. “O, de dolle koeien.”

Het was pas later dat ik vernam hoe hooghartig die lui in Londen naar Brussel opkijken. Voor hen was het echter te laat.

Advertenties

Een gedachte over “Open brief aan Josse De Pauw

  1. Dag Tiefenthal

    Zoek vergeefs ‘iets om mij op te beuren,en toch,hier vind ik veel,en ik voel bijna je werklust en je gevulde leven,wat van mij niet kan gezegd worden en toch heb ik het gevoel of ‘het weten’ dat ik aan een ‘tocht’ bezig ben,één die onzichtbaar is voor de buitenwereld,een innerlijke tocht,en ben al heel lang onderweg,een eenzame weg,met hier en daar een lichtpunt een schittering,een flits van genialiteit ,zodat ik verder kan,geminacht door de meute die ik nu en dan buiten beschouwing hou liefs m m

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s