Hippodroom


Ik ging die week naar Nîmes. Het blog bleef dus enkele dagen onbeschreven.

Maar eerst nog dit:

.

Een koninkrijk kan een paard

waard zijn met lippen

dikker dan neger.

.

Het zitgemak van de troon

voor dat van een zadel.

Als de sporen maar gulden.

.

Straks zijn we pleite

en laten het koninkrijk stikken.

.

Straks maar niet op vrijdag.

Advertenties

Open brief aan Saskia de Coster


Beste Saskia,

Werd het niet stilaan tijd? Ik had je dan al eens wat geschreven en bij de Buren had ik dan al eens wat van je gelezen. Kwam ik je tegen, dan goedendag, uiteraard. Maar een de Coster lezen, een boek van jou, daar ben ik nu pas aan toe.

Eeuwige roem.

Ik mag er toch vanuit gaan dat je je nog herinnert dit te hebben geschreven?

Een boek met veel kantjes, veelkantig dus, af.

Ik had al eerder het vermoeden dat je met een onbegrensd, wereldomvattend inleefvermogen opgezadeld zit en begiftigd bent. O worsteling om daaruit een boek geschreven te krijgen. En is Babs dan niet een beetje Saskia die het Grote Boek wil schrijven en wat een worsteling het is om daartoe te komen?

In die onwaarschijnlijke zin is het een levensecht boek. Het echte leven speelt zich blijkbaar helemaal van binnen af. Ook het onechte leven, trouwens. Veterberg heet de plaats. Voor hetzelfde geld had die anders geheten, nietwaar? Maar zeker niet Leugenberg, Ekeren of Ter Monde. Tenslotte heb jij het een naam gegeven.

De mens komt er in je boek bekaaid van af. Het leven is in eerste aanleg dan wel een geschenk, gaandeweg wordt het een onmogelijkheid. En zie: enkel door te schrijven kom je er mee weg. Of door er een einde aan te maken of door er vroegtijdig aan te worden ontrukt.

Bovenal krijg ik als lezer een wereld te zien waarin het leven eigenlijk overbodig is (er is al genoeg leven zonder dat er nog moet bijkomen). Al wie nog geboren wordt, krijgt er meteen een loodzware hypotheek op zijn of haar rug geplakt. Wat dacht je trouwens van dit stuk?

Er is iets van aan maar toch… Enfin, wie weet duurt het niet meer zo lang vooraleer ik een volgende lees van de Coster.

Boswandeling


1. Over het bospad,

in de luwte van licht en wind

van een droge zomerdag

verschijnt een hert.

.

Zoekt het te drinken,

zijn mond te drenken

en verdwijnt het dan weer?

Dan moet het weg

van het bospad.

.

Waar staan wij nu weer?

Tenzij in het hart

dat sneller slaat.

.

 

2. Zolang we daar aan toe komen

en niets ons in de weg staat,

slaan we het andere pad in

langs velden.

.

Kunnen we ooit een haas

in volle haast ontlopen?

.

Terwijl er geen haast is.

.

We halen onze neus op

uit de papieren, heel even

rechten ons hoofd

en zien de zon zakken.

.

Zonder haast.

Open brief aan Josse De Pauw


Betreft: dioxine

Beste mijnheer De Pauw, goeie Josse,

Ik ben aan het werk gegaan. Aan jouw werk, zoveel jaar na datum. Indertijd had ik er al wat van gelezen, niet toevallig in de Standaard. Toen las ik nog kranten. Ik heb, toen je boek uitkwam, het cadeau gedaan aan mijn moeder. Het genoegen waarmee ze het gelezen heeft is in geen andere dan lyrische woorden te vatten. Dat valt niet meteen buiten deze brief maar toch. Onlangs kocht ik het boek op mijn beurt en begon het te lezen. Herlezen, was het, voor sommige stukken. Doorlezen ook. Of aha lezen. Zoals met dioxine.

Het is nooit duidelijk voor de lezer of de schrijver nog weet wat hij geschreven heeft. Weet jij het nog, met dioxine? Dat stoofpotje, je blote knieën, dat gele jasje van Coca Colla uit Deurne, hoe de tsjeven, Van Peel incluis, zijn afgegaan. En hoe de dichter een mens is met een visie. Of was het een visioen?

Voor de lezer is het evenmin duidelijk of de speelse eenvoud van je werk er gekomen is door nachtenlang te schrappen en bij te werken – echt werk, dus – dan wel van bij de tweede of eerste geut – geniaal, kortom. Dat doet er trouwens niet toe, het is het resultaat dat telt. In ieder geval is het stukje dioxine iets om jaloers op te zijn. Niet als lezer maar als schrijver.

Van heel die kwestie herinner ik me minder dan wat, tenzij de afloop. Een maand of zo na de verkiezingen, zat ik in Londen over de Thames te kijken. Thuis kan ik dat trouwens ook, in Temse over de Thames kijken, daar heet die dan de Schelde maar dat is een detail. Ik zag daar toen nog de Millennium Dome, die later zou afgaan als een gieter. Tenslotte is heel dat millenniumgedoe met bug en alles in alle discretie aan ons voorbijgegaan. Kortom, het was 1999.

Toen ik daar zo zat, samen met een andere Belg, we hadden de vergadering er op zitten, vroeg een van die Britten ons of we kip hadden gegeten in de bewuste periode. Je weet hoe bewust die Britten wel zijn, nietwaar. Ik hoefde geen halve minuut na te denken. “Uiteraard hebben we er gegeten, voor zover we kip konden vinden. Er vinden was veel moeilijker”. Die Brit weer: “Hoezo?” Waarop ik: “Wel, tegen de tijd dat we wisten dat er iets aan de hand was met de kippen, was het te laat. Dus konden we er best maar eten. Trouwens, dat was het punt niet. Het was zaak ons te ontdoen van die dikkerd die onze eerste minister placht te zijn. En dat heeft gewerkt.” Die Britten leken uit hun lood geslagen, zaten daar en zeiden niets. Toen gaf ik maar de doodsteek. “Hoe zijn jullie van Maggie Thatcher af geraakt?” Toen konden ze lachen, zij het niet echt opgelucht. “O, de dolle koeien.”

Het was pas later dat ik vernam hoe hooghartig die lui in Londen naar Brussel opkijken. Voor hen was het echter te laat.

Aha, Kahn


Niemand hoefde een woord te voeren

om andere woorden te ontvoeren, niemand

hoefde te preken tegen beter weten in van complottheorie.

.

Niemand heeft op de pianist geschoten,

hij had zijn instrument al verlaten.

Niemand neemt het het politie- en gerechtapparaat

kwalijk de tijdrit te hebben gewonnen.

.

Niemand nog wil tegelijk

het hemd en de rok van het lijf

lopen en scheuren.

Anker, schiet wortel, los


Eenmaal op een andere plek

belanden, tot daar.

Van het land weg.

.

Tweemaal of meer, wat erg.

Dat is reizen of zo of landverraad.

Velen keren terug en schieten wortel.

.

Aan geen plek valt te ontkomen.

Op je stek blijf  je wonen.

.

Hoe meer volk, hoe meer hinder.

Met zijn allen op de fiets of in de auto.

Altijd schiet het op,

los die wortels, heel even.

 

mensensmokkel

mens en boom in de woestiijn