“Neem ze toch op in het consumentisme en de kous is af”.


Kijk, van zoveel wijsheid gaan mijn vingers jeuken. Er treden nog andere verschijnselen op. Fantoomhaar, bijvoorbeeld. Mijn haar gaat er recht van staan, bij wijze van fantoom of hoe met een kale man zijn haar overeind voelen staan?

Maar eerst nog dit: wie spreekt hier en waarover spreekt hij? Nee, omgekeerd: waarover spreekt wie?

Deze uitspraak gaat over de minder geïntegreerde zonen en kleinzonen en sommige kleindochters van voormalige gastarbeiders, voormalige allochtonen, meestal nieuwe inlanders.

Hier spreekt Henk Hofland, een wijze man uit Nederland van 82 jaar.

De kous is af. Maar wat is er dan gebeurd, waarom gaat het zo moeilijk om die lui hier te integreren? Consumeren ze soms niet?

Als je 82 bent, dan ben je toch al meer dan 25 jaar een wijs man, zou je denken. Heeft deze man hierover nagedacht of is het wijsheid, fris van de oude lever?

Na elf september tweeduizend en een, en na de moord op Van Gogh, niet Vincent dus maar zijn achterkleinneef, cineast – dus toch nog een beetje beeldend kunstenaar, Theo kortom, zijn er geen gastarbeiders meer, noch allochtonen en al helemaal geen nieuwe inlanders. Er zijn nu islamieten, mijnheer. Geef ze brood en spelen en ze zullen zich netjes gedragen.

Het nare is dat mijnheer Hofland op zijn gezegende leeftijd wel eens zijn laatste woorden daarmee heeft gezegd en daarmee de eeuwigheid dreigt in te gaan.

U ziet, ik vermijd dat verschrikkelijke onwoord consumentisme. Je kan het natuurlijk ook vertalen, dan zegt het meer waar het voor staat: verbruiksdom. Hoe meer je verbruikt, hoe dommer je wordt, of zo. Of nog: hou je dom en verbruik je (te pletter). Het doet denken aan communisme maar het is erger: vreet je vol of ik maak je koud. Of je vliegt eruit. Eruit vliegt trouwens niemand zomaar. Onder het communisme ging je in de contramine en vandaar kwam je soms uit in het liberalisme of in het beste geval werd je een ondergronds aanhanger van de democratie. Veelal kwam je terecht in een goelag en groen lachen was daar dagelijke kost. Maar je ging schrijven, verdraaid, daar in de contramine. Het wemelde er van toneelschrijvers en dichters. Soljenitsin, was dat geen schrijver? Nee, eerst was hij een wetenschapper.

Onder die onaangepaste nazaten van voormalige gastarbeiders zijn er weinig die schrijven. Ze zitten niet in de contramine maar verblijven gewoon aan de rand van de samenleving. Ze hangen daar wat rond. Sommigen onder hen, die zich na een tijd uitverkoren wanen, worden aangeworven voor de grote daad. Die bestaat erin de wagen met zelfontploffende motor, genaamd naar zijn uitvinder Rudolf Diesel, te ruilen voor een gordel springstof. Hun opleiding is minimaal, ze worden getraind in uiterste en dus blinde gehoorzaamheid, en hoeven slechts een zin te kennen (van de hele koran lezen ze namelijk geen letter, wegens onvoldoende geletterd, daarom schrijven ze ook niet): dat god de grootste is. Deze zin moet hun laatste woorden inluiden.

Er wordt ondertussen druk werk gemaakt om onder hen schrijvers tot leven te wekken. Het moeten niet allen voltijds vet gemeste consumentisten worden. Maar velen zijn er niet die naar de pen grijpen.

Soms zou je geneigd zijn die oude, wat grijze soms wijze man gelijk te geven. Baantje, trammetje, slaapje. Daar komen dan kinderen van en lopen ze wel in de pas. Tot blijkt dat het goedje waarmee ze zichzelf tot ontploffing brengen niet alleen werkt op marginalen maar ook op doorsnee baantje, trammetje, slaapjesmensen. Eigenlijk kan iedereen zo’n snelle opleiding verwerken en dan doorstoten tot het hoogste en het grootste, waarbij de zijdelingse vernieling zo groot mogelijk dient te zijn.

Daarom was de moord op Theo van Gogh een uitzondering. Die man die de moord gepleegd heeft, had helemaal geen opleiding gevolgd. Hij hing al lang niet meer zomaar wat doelloos rond. Nee, hij zat uren achter zijn computerscherm en voedde zijn leegte met zelfgekozen ideologie. Of zelf gebrouwen ideologie. Hij vond ineens een zending, een zin in zijn leven, zette daarvan nauwelijks een zin op papier, wat? Schrijver worden? Wat lullig! Nee, hij voegde de daad bij een of ander woord dat hij ergens had opgevangen.

Toch neig ik naar het consumentisme als oplossing voor marginaliteit die naar staatsgevaar leidt dan wel neigt. Dat komt door mijn eigen levenservaring. Ooit ben ik aan de dijk gezet, in de marginaliteit (tegen)gewerkt, kortom weggewerkt. Van het ene jaar op het andere werd ik staatsgevaarlijk. Niet de Rode Armee Fraction kon op mijn sympathie rekenen noch de door de Mossad aangestuurde Bende van Nijvel, allemaal te militair, als wel de CCC. Vooreerst heb ik als nominalist een zwak voor die drie c’s. En dat die nog iets betekenen: cellules communistes combattantes (strijdbare communistische cellen, scc in het Nederlands, je mist al vlug een c)! Tegen dat ze werden opgerold zat ik net opnieuw in de boot en werkte uitgerekend in staatsdienst, in kringen waar CCC en compagnie werden opgerold.

Wat ik echter vooral deed in die staatsgevaarlijke tussentijd, was schrijven. Doe ik nog altijd en in schijn consumeer ik wel. Met mate, hoor, eigen huis, oké, eigen vervoer en dus automobiel, ja graag, maar geen kredietkaart, geen eindejaarsfeesten (wegens te veel feest van het consumentisme, belachelijk gewoon). Wel feesten, ten gerede tijd en buiten de tijd opgelegd door het cryptoconsumentisme.

Ik heb wel met frisse tegenzin een volledig schoolparcours achter de rug en met getuigschriften. Dat heeft me gered (en niet een of andere kreet uit een of andere ideologie). Ik heb me met andere woorden in afgewogen mate als aangepast gedragen en daarnaast, daar tussendoor een onaangepast gedrag blijven ontwikkelen, in het schrijven.

Maar of je iemand kunt opnemen in het consumentisme? Een adoptief consument? Het blijft een open vraag. Me dunkt staat of valt heel wat met de manier waarop deze ongeïntegreerden in het schoolsysteem worden geprangd en daar voldoende zin krijgen om een tegengewicht te vormen voor hun tegenzin. De rest komt dan nog niet echt vanzelf. Het huis is nooit af, schreef ooit een van mijn hoogleraars. Het werd de titel van een boek. De kous is ook nooit af, maar maak ik er een titel van?

Ondertussen zou ik iedereen in de mate van het mogelijke een goede nachtrust willen wensen. Anders een dagrust. En geen schrik als er onverwacht alsnog iets mocht gebeuren, dat niet de media haalt maar wel je leven overhoop. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s