>Vlaardingen


>


Deux hommes ont quitté, un jour, ce lieu situé dans la banlieue de Rotterdam. L’un était mon père, l’autre s’appelle Willem De Kooning. Ce dernier avait simplement envie d’aller voir ailleurs, il s’était caché dans un bateau, est arrivé aux États-Unis et y est devenu un peintre autodidacte.

Mon père, ayant perdu son père pendant la guerre, ne pouvait continuer ses études et voulait justement prendre le bateau. Comme l’autre, oui. Mais le port de Rotterdam ne connaissait aucune activité à la fin de la guerre. Allons voir ailleurs, pensait-il, il y a bien encore d’autres ports. Et il descendait vers le sud, passait la frontière belge, la nuit, ni vu ni connu et essayait à Antwerpen. Mais là, le port ne connaissait aucune activité à la fin de la guerre. Il y a vendu alors des journaux dans la rue, notamment au Meir.

Il vendait tellement bien, qu’il suscitait la curiosité d’un journaliste d’un des deux canards. Et voilà que ce dernier cherchait mon père, le trouvait fort et intéressant, l’a invité à assister à la fondation d’un mouvement ouvrier au Sportpaleis.

C’était le début de son histoire. Quelque temps après, il a rencontré la fille d’un Français, marié à une Belge. Elle est devenue sa femme, ensuite ma mère.
Mon père a réussi une carrière de technicien d’appareils électroménagers, pour ensuite devenir vendeur de ces produits et puis, pour vendre le meilleur de la Belgique : les chocolats. Tout cela en autodidacte.

Il est mort le 25 janvier 2009 à l’âge de 81 ans.

Advertenties

Vlaardingen


Twee mannen verlieten ooit deze voorstad van Rotterdam.  De een was mijn vader, de ander heette Willem De Kooning. Die laatste had gewoon zin om te gaan zien of het gras niet groener was aan de overkant. Hij raakte stiekem in een vrachtboot in de Verenigde Staten en is er geheel autodidact schilder geworden.

Mijn vader had zijn vader verloren tijdens de oorlog en kon dus niet voortstuderen. Hij wou de boot op, net als die ander. Maar de haven van  Rotterdam lag plat op het einde van de oorlog. Elders dan maar aanmonsteren, dacht hij, en trok zuidwaarts. ’s Nachts stak hij stiekem de grens met België over en beproefde zijn lot in Antwerpen. Daar lag de haven echter al even plat. Toen ging hij maar kranten venten op straat, op de Meir.

Hij verkocht er zo goed dat dit een journalist van een van die kranten opviel. Hij maakte kennis met mijn vader, het klikte en hij troonde de economische vluchteling mee naar het Sportpaleis, waar een arbeidersbeweging het licht zak.

Zo begon zijn geschiedenis. Enige tijd later ontmoette hij de dochter van een Fransman die getrouwd was met een Belgische. Ze werd zijn vrouw, nog later mijn moeder.

Mijn vader kende een geslaagde doch korte loopbaan als hersteller van elektrische huishoudapparaten, werd verkoper van dit artikel en eindigde deze langere loopbaan als verkoper van het beste dat België te bieden heeft: pralines.

Hij is gestorven op 25 januari 2009, 81 jaar oud.