>Limités nous avons tous le même air


>

Tandis qu’elle se déroule,
avec moi tout en m’anticipant,
me transmettant,
et que la lettre me touche,
.
je n’y comprends rien.
.
N’y a-t-il pas une cage
petite ou grande
dans le marécage?
.
Quelle allure elle prend
au canal de Damme
et de retour.
.
Nous en sortons délabrés
disloqués d’une part.
Advertenties

Eenzijdig zien we er eender uit


Terwijl het zich afspeelt,
met mij en op mij inspeelt,
me aldus doorgeeft
en de letter me aanraakt,
 
krijg ik het
niet door.
 
Steekt er dan geen wilg
in klein en groot
Willebroek?
 
Het neemt een lieve vaart
in Damme en terug.
 
We komen er gehavend uit
en aan een kant verbrokkeld.
 
(doorklikken naar profonde lalangue en je krijgt hetzelfde + iets meer te zien)

Ongeloof slaat toe in de te lage landen


Eigenlijk wordt het tijd om ons te storten op het werk al dan niet verzameld van Rosa. Rosa is een vriendin uit Luxemburg. Ze geeft echter niet thuis, naar ik vermoed sinds ze omgebracht is. Een andere keer misschien. Nu moeten we het verder van huis zoeken, bij de cowboys.
 
Immers, ik heb al een tijd een boek liggen van die jongen uit Lokeren, inmiddels toch al een echte vent, Dirk Van Bastelaere, groot in het aanpakken van kleine dichters. Dirk is misschien al lid van de Belgische taartengooiers zij het stiekem. In elk geval diept hij er al eens eentje op die een taart verdient. Zo kreeg ik het volgende vers in zijn boek te lezen (ik ben al lang vergeten wie het geschreven heeft, lees het en u weet wel waarom):
 

Koewachter

 

We leggen er ons bij neer.

Als koeien bij deze stilte.

Alsof hetzelfde telkens weer

van zichzelf verschilt.

 

Of zij iets willen zeggen

met hun trage kaken, hun natte adem,

hun ogen volgelopen

van verbazing met water.

 

Met alle respect voor het water, vond ik er het volgende van:

 

In de val

 

Moe legt de koewachter zich

bij zijn koeien neer, zeer

tevreden. Voorlopig verschilt hij

nog even van zijn dezelfden die

na het grazen

gedoemd zijn uit te lopen

in het andere, de kazen.

 

Ooit sprak de koe.

 

Traag dalen de zon, de avond

en de gestalte neer

die de koewachter uitkleedt

         uiteraard merkt hij niets –

en hem zo volledig gelijk

schakelt op het herkauwen na.

 

De dichter meer of minder

dan een dief in de nacht

valt aldus bij valavond.

 

Wie hier zijn ogen niet gelooft en het met zijn oren wil vatten is welkom op de nacht van de Boze Dichters te Sint-Niklaas op vrijdag 20 april in het Masereelhuis. Truweelstraat 85 9100 Sint-Niklaas. De ingang is gratis, het bier haast voor niet, het spel begint er om 20 uur.

 

Creatieve bronnen: de vaas


Na het gedicht, de muzieknoot en de olieverf is de vaas bron van uiterst vruchtbare creativiteit.

Allicht wordt nu hier en daar geschoten – in een lach. Elders verschijnt misschien een glimlach. Nog elders een grimlach.

Bij dichters en muziekcomponisten bijvoorbeeld. Bij schilders heerst een medeplichtig zwijgen.

De vaasmakers schieten dan weer spontaan – in een vreugdelach.

Leve de vaas?

 

Genoeg gelachen! Welke vaststelbare aanwijzingen zijn hiervoor te vinden? Is hier wetenschappelijk onderbouwd onderzoek naar gedaan? Of is het een loze kreet van de vaasbouwindustrie?

 

Hier en daar reken ik echter op goedkeurend gemonkel. Wie zijn die laatste lui? Gaat het om een nog niet nader genoemde, nog onbekende elite? Of zijn het lezers van de Morgen? Met een open geest beleef je meer of zo? Of gaat het om de KMO vleugel van Open VLD, de jongste aflevering van de Noord-Belgische liberale partij?

Wie heeft hier nu weet van?

 

Waarom trouwens de vaas en niet het eetservies? Het eetservies is gebonden aan meer utiliteitsparameters dan de vaas. Kopjes meer nog dan schoteltjes. Een vaas behoeft bijvoorbeeld niet per se een oor aangenaaid. Of is het aangebakken in de kleioven? Een servies verdraagt ook niet te veel kleuren.

Waarom de vaas en niet de auto? Het aantal jobhoppende auto-ontwerpers is dermate groot geworden dat je vaak na verloop van tijd gelijkluidende automodellen ziet maken bij verschillende autobouwers. Zo wordt een Seat ineens een Alfa, of omgekeerd. Zelfs de Japanners laten tegenwoordig hun auto’s ontwerpen. De Amerikanen niet, uit geldnood.

 

Waarom dus de vaas en wie monkelt hierom? Wederom zie ik hier en daar sommigen vooruitschuiven naar het puntje van hun stoel. Straks staan ze op en is die stoel de hunne niet meer.

De monkelaars, laat ik het u nu maar zeggen, zijn de klanten van de kringwinkel.

 

Ga eens zien en kijk naar al die vazen.

 

En wat is er daar dan precies gebeurd? Dat laat ik over aan het gedicht.

 

De 10.000 vazen

 

Als ik dan moet dommelen,

laat het dan maar laat het

in de kringwinkel zijn.

 

Er zijn nu reeds achtervolgingsscènes

of ontvoeringen gepland in

porseleinwinkels, waarom dan niet

in de kringwinkel?

 

Wat bij het indommelen verschijnt,

cinema pur.

Wat bij het uitdommelen verschijnt,

tienduizend vazen, slechts twee gelijk.

 

 

Ik dank u voor uw aandacht en de kringwinkel voor het inzicht.


Niet de *** maar de appel


Niet de *** maar de appel is ons na Pasen te beurt gevallen. Het was inderdaad een Pasen met woelig weer buiten en binnen, zwoel zou beter geweest zijn. De ***en waren inderdaad vroeg rijp maar hielden zich vast aan de takken om niet om de oren te vliegen.
De appel kwam er wel aan. Niemand minder dan Pom Wolff kwam uit Amsterdam naar Antwerpen op donderdag 12 april om er zijn beste beentje voor te zetten als gastdichter. In de kolom met linken in dit weblog leest u wat hij ervan vond (pomgedichten).
 
Het dient van hart en lever en nieren te komen zou je soms denken, terwijl het gedicht in de ingewanden zijn weg niet vindt. Als het daar al belandt, bestaat de kans dat de dichter zijn ontbijt uitkotst. Pom zegt het liever zo dat het snijdt door merg en been maar steeds de mens tot medemens maakt.
 
Wie nog rondloopt met de idee dat de grachtengordel in Amsterdam enkel hooghartige dieren telt, die zich dompelen in eigenwaan, mag nu wakker worden uit dit cliché. Met Pom Wolff trad een dichter aan die een mens bleek, die daardoor ook vlot van Ajax naar Anderlecht kan switchen, die vooral woorden laat trillen tot poëzie zoals we die evengoed kennen en herkennen onder de Moerdijk en zelfs in de traditie van het blanke vers (la poésie blanche) geschreven zijn. Het is hier en daar ook vleesgeworden woord. Dat laat zich dan vlot erin slammen.
Dit weekend won Pom Wolff alweer een slam, ditmaal in Leiden.
 
De bezoeker op www pomgedichten treft daar een rubriek aan genaamd Gedichten, nieuws, rellen, …
Pom dankte de organisatie na afloop voor het warme onthaal en de echte rel.
In het deskundige verslag van de veiligheidsbediende leest men op het einde: de politie patrouilleerde discreet en hoefde niet op te treden.
 

>Chanson à pâquerettes


>

éblouissantes Pâques, armée
de cloches accompagnée de trompes,
loin de nous sonner, vous nous faites
oublier les jaloux châtrés des trompes ego
faisant écho dans leur parole vide
de poésie.
.
Le noeud papillon flotte-t-il,
ailes déployées lourdes de plomb,
le long des flottilles ou pas?
.
L’homme a beau se nouer papillon,
gravé à même la peau,
au moindre faux pas il tombe à l’eau.
.
à Pâques toutefois les eaux
nous laissent bel et bien froids.
.
Quant à Judas qui se dit Jésus,
le tombeau ne s’ouvrira pas.