Na Simenon, Henri Michaux in Nederland


Een avondje perdu met als vreemde taalganger Henri Michaux

Die avond in stichting Perdu zaten vijf mannen aan een tafel om gedichten en gedachten te wisselen voor een talrijk opgekomen publiek van en over de Franse schrijver, weliswaar van Belgische oorsprong, Henri Michaux.

Ik was benieuwd of nuchter Nederland iets met deze zo vreemde taalganger kon doen. Of was er sprake van een onbevruchtende dialectiek? Dat speelde door mijn hoofd toen ik vlot van Antwerpen naar Amsterdam reed. Michaux, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee en heb er ook een ver vervoerende extase aan overgehouden. Deze schrijver die geen schrijver wou zijn, en zijn werk bij leven gepubliceerd zag in de Pléiade, moet je lezen en herlezen. Hij eist je haast op als lezer, als enig schrijver. Hij werkt haast even verslavend als de drugs waarmee hij experimenteerde om visioenen op te roepen. Maar gelukkig is het vooral mescaline wat je leest.

Amsterdam, en mijn vrouw is nooit vies van die stad, enthousiast zelfs, ze komt elk jaar met me mee naar Ruigoord, naar het festival der vurige tongen. Ze had iets dergelijks verwacht, het viel tegen. Velen in het publiek verloren de strijd tegen de slaap. Mijn eigen vrouw won met moeite deze strijd.

Vooraf kregen we te horen, nuchter doch gek Nederland, dat je in Amsterdam parkeergeld moet betalen tot middernacht. Toen al mijn munten in de betaalpaal zaten, had ik nog maar tijd gekocht tot 21.20 u. Ik schreef een woordje uitleg voor de plaatselijke parkeermaffia om te beletten dat ze mijn auto in de klem zetten. Het heeft gewerkt of was de maffia die avond niet in die buurt?

Zo gek kan je het echter niet bedenken of Michaux heeft het bedacht. Hij schreef in de zichzelf overtreffende trap. Vandaar mijn grote liefde voor hem. Met de jaren slijt de haat. In 1986 had ik in een essay geschreven voor de universiteit van Leiden stukken uit “le turbulent infini” vertaald, aldus Michaux meesmokkelend boven de Moerdijk. Ik was dus enigszins benieuwd.

De verschillende bijdragen van de vijf sprekers, Erik Lindner, Piet Meeuse, K. Michel, Jan Pieter van der Sterre, Jacq Vogelaar, waren verschillend, soms ook in kwaliteit. Maar de formule, elk van de sprekers spreekt zes keer om beurt, miste elke fundering en maakte de avond tot een gedeeltelijke afgang. Perdu, quoi. De enige die Michaux helemaal kon plaatsen en het diepst in zijn werk kon gaan, hij werd dan ook vaak geciteerd door enkele van de vier andere sprekers, was … Meeuse, Revisor redacteur, gezeten helemaal links; terwijl uiterst rechts Raster zat in de persoon van Jacques – al lang Firmin af, wat zonde – Vogelaar. Revisor heeft het gehaald.

 

Nog een tip voor de stichting Perdu: nog grootser was de Franse Belg Seuphor.