Veroverde landen – fragment 1


Gevieren verlaten ze het huis op het eiland. De zon overgiet allen en alles. Ze hoeven zich geen weg te banen en kuieren. Aan het einde van de straat verdwijnen ze onder de grond.

Het gebeurt elke dag, keer op keer, in vele wereldsteden.

Daar, onder de grond, is de weg gebaand. Snelle voertuigen nemen de mensen op, of laten ze los. Eenmaal los, komen ze vanzelf weer boven. Gevieren komen ze boven bij het voormalig paleis van de koning. Er is geen koning meer in dit land. Toen hij hier echter nog huis hield en er nog geen tunnels gegraven waren, droomde een dichter ervan een tunnel te graven, tot hier, en zo de koning onderuit. Hij had de tunnel tussen aanhalingstekens geplaatst. Had Wantraan Pleng dit maar mogen meemaken!

Nu huizen er schatten van over heel de wereld. Gevieren gaan ze binnen, twee per twee gaan ze hun gang en spreken af bij uitgang nummer 7 (oost-uitgang) om vijf voor vijf.

Het is onmogelijk om op een namiddag alle schatten te zien. Ze gaan hun gang, niet alle gangen. Twee van hen zijn klaar en bevinden zich aan de oost-uitgang met nummer 7. Het is tien voor vijf. Buiten stopt een bus. Hij loopt leeg vol dribbelende mensjes met fotostoelen. Om vier voor vijf gaan ze weer in gestrekte draf op de bus. Ze zijn hun gang gegaan.

Pas op dat moment komen de twee andere de twee eenderen vervoegen. Op hun beurt verlaten ze het museum. Het is een voor vijf. De zon overgiet alles en allen.

 

 

Marx en co


In snelheid neemt ons de snelsluiter

We gaan traag vooruit

tot we het te zien krijgen.

We hebben lang gewacht.

Twee minuten, een maand

of wie weet twee jaar.

 

Eerst zien we een man

met een rijzige gestalte

met een volle baard.

 

Brussel en daar is Karl.

Dan begint het wachten.

 

Tot eerst de baard valt.

Dan krimpt de man,

heel even, en staan er drie.

 

Wie is alweer Groucho

en waar staan we nu?

>Pris en vitesse par l’obturateur rapide


>

Nous avançons lentement,
jusqu’à ce que la vue s’ouvre.
Il nous a fallu attendre longtemps,
deux minutes, un mois ou,
qui sait, deux ans.

D’abord nous voyons un homme
de taille importante
portant une pleine barbe.
Bruxelles, voilà Karl.

C’est là que commence l’attente,
jusqu’à ce que, en premier lieu,
la barbe tombe. Puis, l’homme
se rétrécit, pas longtemps,
et en voilà trois.

Lequel est Groucho
et où sommes-nous?

Hallo, is daar iemand?


 

Hoe maakt u het?

Stapsgewijs en struikelend

om zonder het te willen

tegentijd te maken.

Hoe doet u dat toch?

Hoe zou ik het weten?

 

Doen en nog eens doen,

al doende leert men.

Daarna vergeet je het maar.

 

Het komt wel terug, kijk maar.

Tegentijd stopt de loop

van het leven niet noch

van de rivier. Hij verlegt

de oevers.

 

Kom toch binnen in mijn keuken,

buiten is het koud.

 

Nevele Hansbeke Cafe De Reisduif 1

Help een coninckprijs voor poëzie


Het nieuws is er: boek.be schrijft een poëzieprijs uit voor een bedrag van 6000 euro. Een zeer lovend intiatief, ware het niet dat het de naam kreeg van H. De Coninck. Volgens boek.be heeft H. De Coninck de poëzie weer op de landkaart gezet.

Herman De Coninck heeft helemaal niet de poëzie in kaart gebracht of anders aangekaart. Hij heeft een positie ingenomen die precies inhield dat hij poëzie in de verdomhoek heeft gedrongen, tot hij uit Groningen bevel kreeg er alsnog een gooi naar te doen (met “de hectaren van het geheugen”). Nu was dit bevel louter bedoeld om aan de bevelvoerende orgeldraaier uit Groningen de kans te geven de PC Hooftprijs weg te kapen van Hans Faverey. Bijgevolg is een prijs genaamd naar HdC misplaatst. Voorts heeft HdC menig aankomend dichterstalent de grond ingeboord en weten sommigen niet beter meer dan dat poëzie anekdotisch hoeft te zijn om te mogen bestaan.

De Coninck is alsnog de naam van een Antwerps bier.

Ja, er zijn toch poetry slams in België


 

Vooral dan in het Noorden van het land. Hoezo, denkt de lezer meteen, na die uitschuiver in Koksijde? Wel, elke noordelijke provincie houdt een competitie, waarna de respectieve winnaars in april in Brussel tegen elkaar op zullen slammen. Antwerpen begon eraan deze week en hoe. Hoezo? Lees dit spannend verhaal.

Begin verleden week hadden de organisatoren, stichting Zondag en stichting Pipelines niet meer dan een elektronische afspraak om samen te werken, was er al een locatie, werd 1 kandidaat gevonden en slechts 2 juryleden. Tegen vrijdag waren er 6 kandidaten en vier juryleden. Degene die dit wonder hebben verricht vinden hier beter hun naam niet terug, anders worden ze overvraagd.

Vrijdag werd dan volgens de regels een eerste voorronde gehouden. Alle zes kandidaten kregen twee beurten, elk van drie minuten. Geen enkele overschreed de limiet. Zelfs de micro hadden ze niet nodig, de plaats van het gebeuren heeft een akoestiek die elke stem ver genoeg draagt. Dit maakte de slammers nog vrijer en nog vrolijker. De jury koos uit die zes, drie kandidaten, die in een tweede ronde in vier minuten meer dan het beste van zichzelf dienden te laten zien. Ook hier was er weer een wonder geschied: ze waren nog beter dan in de eerste ronde.

De jury besteedde weinig debatten aan de punten, er was eenstemmigheid over de meeste kandidaten, en slechts een licht verschil in de punten waar die eenstemmigheid ontbrak. De presentator kon met een ongelooflijke flair iedereen van zijn of haar plaats in de rangschikking op de hoogte brengen, zonder gemor of gefluit. Er waren nu eenmaal geen verliezers, omdat het peil van tekst en performance vrij hoog lag. Het derde wonder bestond erin dat de tweede van de eindronde tot die dag ervan overtuigd was dat noch zijn poëzie noch zijn voordracht in slam kon worden gebracht. Hij was dus zeker niet teleurgesteld maar zo verrast dat hij ternauwernood een buil op zijn hoofd kon voorkomen bij de sprong omhoog.

Daarmee is de toon gezet voor nog een voorronde in december en een kwartfinale in februari. Wie dus op Google op zoek gaat naar geslachtelijke onderdelen, zal hier niet belanden, in tegenstelling tot het verslag over de voorronde in Koksijde.

 

IJskap en poolijs


 

Het loopt dezer dagen storm als het om de opwarming van de aarde gaat. Eerst in Kinepolis, later in Nairobi. Klimaat, o zeg me waar het naartoe gaat! Naar de ijskap waar het poolijs smelt en dan onze kusten overspoelt.

Het is daarom belangrijk de juiste draagwijdte te onderkennen van onze benaming alhier: de lage landen. We komen dus in aanmerking. Knokke van de kaart geveegd – sommigen zullen opgelucht adem halen – en de linkerschelde-oever eindelijk een echt strand.

 

Voor het zover is zal in deze lage landen allicht de taal verdwijnen, die we nu nog kennen als het Nederlands. Hoezo? We, wie zijn wij? Wel, terwijl de Taalunie nogmaals de spellingregels bijstuurde, je mag namelijk niet zeggen dat ze die regels heeft gewijzigd, kan de helft van de autochtone Nederlanders al niet meer spellen.

Alweer hoor ik de lezer uitroepen: hoezo! De Noord-Belgische lezer kan het zich niet voorstellen en de Bovenmoerdijkers onder de lezers zijn nog geletterd en negeren het kwaad.

Enige uitleg te gronde is hier dan ook op zijn plaats. In Nederland heeft men een decennium of zo geleden besloten dat de hoofddoelstelling van het onderwijs moet zijn assertieve studenten af te leveren. Grote bekken, heet zoiets nog. Al vlug mocht dit ten koste gaan van taalfouten: wie in de taalfout ging, werd verschoond, als die maar een grote bek kon opzetten.

Op zoek naar een goudmijn? Open boven de Moerdijk een privé-instituut voor hogere kennis van het Nederlands. De bestaande instituten kunnen de vraag niet meer bolwerken. Hierna volgt een overzicht, waarin ik nog een spelfout heb moeten halen. Voorts heb ik een zin opnieuw moeten opbouwen en een onbestaand woord vervangen door een bestaand, omdat ik er toevallig achter gekomen was wat het betekent. Met intake (ik denk dan altijd aan insteek, iets wat je bij wijze van bladwijzer in een tekstgeheel steekt) weet ik niet zeker waar het naartoe moet. De prullenbak lijkt me nog het meest voor de hand liggend. Wie op Google de woorden ITA en FEM Business intikt, kan zien waar ik de mosterd gehaald heb. Ook interessant is de stichting nederlands.be.

 

Taalbeheersing managers is ondermaats

14 november 2006

Managers beheersen het Nederlands niet meer. Steeds meer autochtone, hoogopgeleide leidinggevenden gaan daarom op taalles. Het taleninstituut ITA, een van de grootste taleninstituten van Nederland, signaleert een verdubbeling van het aantal autochtonen dat Nederlandse les wil, zo meldt FEM Business.

Volgens ITA-directeur Harald Kruithof gaat het vooral om hoogopgeleide managers tussen de dertig en veertig jaar. ‘Uit de intakegesprekken (onmogelijk zich daar iets bij voor te stellen, ik weet het) blijkt dat de cursisten de grammaticale regels niet meer beheersen en geen betoog kunnen opbouwen’, zegt Kruithof.

Omzeilen
Managers die veel e-mailen en powerpointpresentaties maken, denken dat het gemis aan taalvaardigheden slecht voor hun carrière is en omzeilen het schrijven. In plaats van uitgewerkte businessplannen te schrijven of inhoudelijk beargumenteerde presentaties op te stellen, volstaan ze met stroomdiagrammen en trefwoorden.
 
Taboe
Een docente communicatie aan een hbo-instelling in Utrecht geeft
FEM Business een verklaring voor de slechte taalbeheersing van managers. Ze vertelt dat zij bij het nakijken van werkstukken en tentamens níet op taalfouten mag letten. ‘Dat zou de -vaak toch al teleurstellende – resultaten van studenten nog verder naar beneden halen, hetgeen ten koste zou gaan van doorstroomcijfers en daarmee de premie die elke hbo-instelling ontvangt voor het (tijdig) afleveren van afgestudeerde studenten.’
 

Dit is dan het origineel bericht van het ITA:

autochtone, hoogopgeleide leidinggevenden gaan op taalles

 Het taleninstituut ITA, waar jaarlijks zo’n vijfduizend mensen een cursus volgen, signaleert een verdubbeling van het aantal autochtonen dat Nederlandse les wil. Volgens ITA-directeur Harald Kruithof gaat het vooral om hoogopgeleide managers tussen de 30 tot 40 jaar.

Tot enkele jaren terug meldden zich volgens Kruithof 40 tot 60 mensen per kwartaal voor een cursus Nederlands. Dat is nu met vele tientallen gestegen. Met een van zijn grote opdrachtgevers heeft ITA nu een raamcontract gesloten voor honderden extra cursisten, maar de naam wil Kruithof niet noemen. "De deal is nog niet helemaal rond. Bovendien rust er een taboe op het volgen van Nederlandse les."

"Uit de intakegesprekken (zie je, niemand kan er zich iets bij voorstellen en dus neemt men het woord blindelings over) blijkt dat de cursisten de grammaticale regels niet meer beheersen en geen betoog kunnen opbouwen", zegt Kruithof. "Niet alleen op het vwo, maar ook op de hbo’s en universiteiten wordt daar geen aandacht meer aan geschonken." Managers, die voortdurend e-mailen en powerpoint-presentaties moeten maken, vinden dat gemis slecht voor hun carrière.

ITA, dat in 1969 is opgericht, is een van de grootste taleninstituten van Nederland. Dit jaar werden het Talencentrum Den Haag en het Talencentrum Rotterdam overgenomen.

Kruithof zegt zich ernstig zorgen te maken over de ontwikkelingen. Om hun slechte taalbeheersing te verdoezelen, vermijden managers uitgewerkte businessplannen te schrijven of inhoudelijk beargumenteerde presentaties op te stellen, en volstaan ze met stroomdiagrammen en trefwoorden. Volgens de ITA-directeur moeten overheid, onderwijsinstellingen en bedrijven worden wakker geschud.

 Dit is het antwoord van voormelde docente communicatie:

Enige jaren geleden was ik docent Communicatie aan een hbo-instelling in Utrecht. Door het management werd mij op het hart gedrukt bij het nakijken van werkstukken en tentamens níet te letten op taalfouten: dit zou de – vaak toch al teleurstellende – resultaten van studenten nog verder naar beneden halen, hetgeen ten koste zou gaan van doorstroomcijfers en daarmee de premie die elke hbo-instelling ontvangt voor het (tijdig) afleveren van afgestudeerde studenten. Dit tot mijn grote ergernis en frustratie. Bij gebrek aan parate kennis van de Nederlandse taal- en spellingsregels vertrouwt het gros van de samenleving op de spellingscontrole. De gedachte dat een spellingscontrole op een pc zorgt voor bijvoorbeeld een foutloze brief is absolute flauwekul, wanneer de spellingscontrole die standaard (door een Amerikaans bedrijf!) wordt bijgeleverd zelf getuigt van een onvolledige kennis van de Nederlandse taal. Kijk om u heen in de openbare ruimte en u ziet hier legio voorbeelden van. Of niet, natuurlijk, afhankelijk van uw kennis van de Nederlandse taal…